De innerlijke criticus

Ik zou wel willen, maar …

“Ik zou zo graag leren tekenen,” vertelde een kennis me eens.

“Waarom doe je het niet?”

“Ja zeg, ik ben tweeënzeventig”

“Ben je bang dat je het potlood niet meer kunt optillen?” vroeg ik.

“Ha ha, leuk hoor. Nee daar ben ik niet bang voor.”

“Waarom ga je niet leren tekenen dan?”

“Nou ja, ik ben al oud; misschien ben ik over twee maanden wel dood.”

“Ja, dat is altijd mogelijk natuurlijk. Maar waarom precies over twee maanden?”

“Ik noem maar iets. Maar wat heeft het voor zin om het op mijn leeftijd nog te gaan leren?”

“Daar zeg je zoiets: ‘zin’. Heb je er zin in?”

“Ja, dat wel.”

“Dan is jouw zin de zin.”

Het gesprek ging nog een tijdje zo door en uiteindelijk kwam mijn kennis met de gedachte dat het wellicht niet zou lukken, dat hij veel dingen een blauwe maandag had geprobeerd en dat hij bang was dat niemand zijn tekeningen leuk zou vinden. Ik vroeg hem wat hij wilde: dat mensen zijn tekeningen leuk vonden of leren tekenen, of allebei? Hij zei dat allebei erg prettig zou zijn.

“Het plezier in het leren tekenen alleen is dus niet voldoende?”

“Ach,” zei hij. “Ik heb het wel eens geprobeerd, maar nog voordat ik begon bedacht ik al dat niemand er op zat te wachten.”

De aap uit de mouw. Het is een veel voorkomend verschijnsel en het wordt wel de innerlijke criticus genoemd. Nog voordat je ergens aan begint afhaken omdat je denkt dat het niet zal aanslaan, dat niemand er op zit te wachten, dat ‘het’ al duizenden keren is gedaan… Misschien herken je het. Een lastig fenomeen, die criticus, vaak terug te voeren op eerdere afwijzingen en de daaruit voortvloeiende onzekerheid.
Een manier om met je criticus om te gaan, zodat hij/zij minder verlammend werkt of zelfs zwijgt is om het stemmetje of de gedachte dat je het niet kunt volledig gelijk te geven en vervolgens doen wat je wilde doen. Belangrijk daarbij is dat je plezier hebt in wat je doet, of dat nu tekenen, schrijven, dansen of iets anders is. Je houdt op die manier op met vechten tegen de verwachte oordelen en daardoor vermindert de angst. Het helpt niet altijd en met alle voornemens, maar vaak kan het je net dat zetje geven om toch te doen wat je wilde.

Toen ik met dit blog begon kampte ik met die criticus. “Wie zit daar nou op te wachten?” was een van de vragen die ik mezelf stelde. En: “Zou ik dagelijks iets hebben om over te bloggen?” Ik ben er voor gaan zitten, heb op de eerste vraag “Wellicht niemand” geantwoord en op de tweede vraag “Waarschijnlijk niet”. En daarna ben ik maar gewoon begonnen. Ik heb er plezier in en het blog heeft bezoekers. Zo simpel is het soms.

Een paar voorbeelden van mensen die waarschijnlijk effectief hebben afgerekend met een innerlijke criticus: