Ik barst van de oordelen

Bekend uit de bijbel en door veel goeroes geroepen: je mag niet oordelen. Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: ik vind dat enorm moeilijk. Niet oordelen is voor mij net zoiets als me voornemen om de komende 10 seconden NIET aan Erica Terpstra te denken. Dat lukt gewoon niet. Niet alleen vind ik Erica een enorm leuke vrouw: het voornemen om niet aan haar te denken richt onmiddellijk en onontkoombaar mijn aandacht op haar.

Compensatiehaar
Met oordelen gaat het net zo: ik neem me vaak voor om niet te oordelen over anderen, maar ik kan het niet laten. Op het moment dat jij binnenkomt (in mijn blikveld, mijn huis, op mijn Facebooktijdlijn, of waar dan ook), tuimelen de oordelen met duizelingwekkende snelheid mijn geest binnen. Wat ik waarneem plaats ik in hokjes.

  • Hij staat met de voeten ver uiteen, verspert anderen de weg, gebruikt veel ruimte en maakt veel en hard geluid; zou hij een minderwaardigheidsgevoel hebben?
  • Ze ruikt naar Nina Ricci: zou haar smaak van muziek en literatuur net zo zijn?
  • Wat een vreemd loopje
  • O jee, iemand met een compensatiekapsel… scheer het dan gewoon af, man

Et cetera. (een compensatiekapsel is overigens wat sommige mannen dragen die het vervelend vinden dat ze kaal worden. Ze laten dan het haar aan de zijkanten van het hoofd lang groeien en klappen dat over het kale gedeelte).

Onvoorwaardelijk
Terug naar het wel of niet mogen oordelen. Jarenlang heb ik geprobeerd om mijn oordelen te veroordelen en ze hopelijk uiteindelijk achterwege te laten. Het is mij nog nooit gelukt. Ik was dan ook altijd heel wantrouwend als mensen zeiden: “Ik heb geen oordelen.” Ik geloofde dat niet; volgens mij kon niemand zonder. Het was net zoiets als mensen die zeiden: “Ik heb onvoorwaardelijke liefde”. Die geloofde ik ook niet: vooral niet als ze er achteraan zeiden: “Maar dan moet het wel van twee kanten komen.”

Al die moetens en latens
Uiteindelijk heb ik het maar opgegeven: het lukt me niet om niet te oordelen. Wat ik wel heb ontdekt – en daar ben ik enorm blij mee – is dat ik niets met die oordelen hoef. Ik sta mezelf toe te oordelen. Nu ik mijn oordelen niet meer veroordeel, is het veel rustiger in mijn hoofd en warmer in mijn hart geworden. En dat voelt goed.  Ze zitten me niet meer in de weg, die oordelen. Ik kan nu iemand leuk of niet leuk vinden, vreemd of vertrouwd, aardig of niet aardig… het verschil met eerder is dat ik er geen last van heb (de ander ook niet natuurlijk) en dat  de communicatie prima blijft stromen.

Nu wil ik nog aan de gang met de rest van die enorme rij van moeten doen en laten, de “je moet altijd” en “zorg dat je nooit” … et cetera.

Ik houd jullie op de hoogte.