Verantwoordelijkheid of slachtofferrol: welke kies jij?

Dit artikel is een uittreksel /combinatie van een paar teksten uit mijn boeken over communicatie ‘Het is voor je eigen bestwil’ en ‘Ergens mag ik je wel’

 

Een van de snelste manieren om uit de slachtofferrol te komen is het nemen van verantwoordelijkheid. Waarom is dat zo verrekte moeilijk, en wat houdt veel mensen tegen? Wat maakt de comfortzone van het “het ligt aan iedereen behalve aan mij” – denken zo comfortabel?

Verantwoordelijkheid nemen is onder meer actief zoeken naar je eigen aandeel / bijdrage in een situatie en bewust voor dat aandeel kiezen, of dit veranderen. Als je iets niet kunt veranderen, heb je de mogelijkheid om het te accepteren of er tegen te (blijven) strijden. Je kunt telkens zelf aan je gedrag meten of je je eigen verantwoordelijkheid neemt. (Vaak is het gemakkelijker bij anderen waar te nemen).

Hier volgt een aantal voorbeelden.

Strijd

Natuurlijk ben jij niet verantwoordelijk voor de oorlog die een ander voert, maar wel voor je reactie daarop. Hoe ga je hiermee om?

Blijf je roepen: “Wat zijn er toch slechte mensen, zo kan ik nooit …. (vul maar iets in) en zolang ze niet ophouden met die oorlog, blijft mijn situatie zo.” ?

Bovenstaande impliceert tevens afhankelijkheid van anderen of van situaties. Als een man wil dat zijn vrouw verandert omdat hij zich ongelukkig voelt, neemt hij niet zijn eigen verantwoordelijkheid en stelt zich afhankelijk op van haar gedrag.

Sociale omgang

In relaties ligt het nemen van de verantwoordelijkheid voor je eigen welzijn vaak wat dieper. Immers: er zijn er twee die verantwoordelijkheid hebben? Een geliefkoosd en algemeen geaccepteerd spelletje is dan ook het afschuiven van de verantwoordelijkheden op elkaar.

“Het komt doordat jij nooit zin hebt in seks. Daardoor heb ik ook geen zin meer in die feestjes van jou…”

“Goh, dat is nou grappig; ik heb juist geen zin in seks omdat jij mij altijd alleen naar feestjes laat gaan…”

“Dus als ik met jou meega naar feestjes, heb je weer zin in seks?”

“Ha, zo gemakkelijk gaat dat niet meneer. Dat had je uit jezelf moeten bedenken.”

“Misschien als je je eens als echte, seksueel actieve vrouw zou gedragen, dat ik weer lol kreeg in die rotfeestjes…”

of:

“Je kunt toch wel zien dat ik verdrietig ben en behoefte heb aan een arm om me heen?”

“Waarom zeg je dat dan niet?”

“Hoe lang zijn we nu verdikkeme al bij elkaar? Als je dat nu nog niet door hebt…”

“Schat, je hoeft het maar te zeggen, en ik ben er voor je.”

“Nee, zoiets moet uit jezelf komen”

“Maar als ik het nou niet zie?”

“Dan leer je dat eindelijk maar eens.”

Hier verwacht de ene partner troost van de ander en dat deze die troost wel uit zichzelf zal geven. De andere partner echter, heeft het niet in de gaten en vraagt om de wensen te uiten, dit aan te geven. Dat weigert de eerste partner weer, waardoor een slachtofferrol ontstaat en de verantwoordelijkheid volledig wordt afgeschoven op de ander.

 

Of wat te denken van:

Student: “Je ziet er slecht uit, Hans. Voel je je wel goed?”

Docent: “Ik ben wat vermoeid, dat is alles.”

Student: “Ja, ik vind het heel moeilijk om deze les op te pikken. Doordat je zo’n uitstraling hebt, maak ik me zorgen over jou en de les. Ik vraag me dan af: kun je alles wel goed overbrengen en missen we nu niet een essentieel onderdeel van de les?”

 

Een ander voorbeeld:

Docent: “Ik vind dat jullie er wat ongeïnteresseerd bij zitten vandaag; zo heb ik het gevoel dat ik de lesstof niet goed kan overbrengen”

 

Nog een voorbeeld:

Paul: “Ik vind het leuk om af te dingen, korting te krijgen. Vooral bij auto’s kan dat aardig wat geld besparen en ik vind het nog een leuke sport ook.”

Joop: “Ja, doordat jij en al die anderen zo afdingen op de prijs, worden de auto’s duurder. De dealers weten dat en ze gooien de prijs omhoog, waardoor ik veel meer moet betalen voor de auto omdat ik niet wil afdingen.”

Paul: “Als je wilt, kun je toch ook afdingen?”

Joop: “Maar dat wil ik niet.”

Paul: “Je kiest er dus voor om meer te betalen voor een auto dan nodig is?”

Joop: “Nee, er is voor mij gekozen door anderen, doordat iedereen afdingt, wordt mijn auto duurder”

Paul: “Als ik het goed begrijp, ben ik je eigenlijk geld schuldig…”

 

Dit was zomaar een aantal voorbeelden. Het nemen van de eigen verantwoordelijkheid is een kunst die je kunt oefenen. Het beste is om klein te beginnen, dicht bij huis en gestaag door te werken totdat je volledig je eigen verantwoordelijkheid neemt voor alles wat je gebeurt. Onderweg kom je waarschijnlijk een aantal obstakels tegen, en de manier waarop je daarmee omgaat, zegt veel over je ontwikkeling op dit gebied. Een aantal obstakels wordt hier beschreven.

 

Net doen alsof je verantwoordelijkheid neemt

Er zijn veel mogelijkheden om niet de verantwoordelijkheid te nemen maar wel te doen alsof. Dit gebeurt lang niet altijd bewust. Een van de manieren om te vluchten, is het gebruik van het woord ‘maar’.

“Ik ben bereid om de verantwoordelijkheid te nemen voor mezelf, maar dit is toch te gek!”

“Ik weet dat ik verantwoordelijk ben, maar jij zou ook wel eens…”

“Hoe kan ik nou mijn eigen verantwoordelijkheid nemen wanneer jij je zo gedraagt?”

 

Een andere vorm van schijnverantwoordelijkheid is het gebruik van ‘slimheden’.

“Ik neem mijn verantwoordelijkheid nu, door te zeggen dat het me niet aanstaat wat jij doet en dat je dat best zou kunnen veranderen.”

Of, nog een heel mooie:

“Ik neem toch de verantwoordelijkheid door jou de schuld te geven?”

Appeleren aan schuldgevoel / emotionele chantage

Een manier om de verantwoordelijkheid te ontlopen is bepaald gedrag vertonen waarvan je weet dat ‘de ander’ daar gevoelig voor is. Beroemd voorbeeld is het pruilmondje
(“Wat is er aan de hand; voel je je wel goed?” “Ach, laat mij maar, er is niets, wees jij nou maar gelukkig”)

Een analogie:

Bij het natuurlijk paardrijden (Natural Horsemanship: Pat Parelli, Monty Roberts, Klaus Hempflinger en anderen) wordt praktisch uitsluitend gebruik gemaakt van lichaamstaal omdat paarden en mensen deze taal kunnen (leren) verstaan en spreken.

Monty Roberts, een paardenfluisteraar, gebruikt een methode die hij de ‘join up’ noemt. Hierbij wordt het paard telkens van de plaats waar hij staat verdreven door de alfamerrie (de baas; in deze methode vervangen door een mens als alfamerrie). Als hij gevlucht is naar een nieuwe plek, wordt hij daar verdreven enzovoort. De alfamerrie (mens of paard) staat en loopt in deze fase continu met het front naar het andere paard gericht, zo rechtop mogelijk en vooral niet aarzelend. Dit is de lichaamstaal van de alfa. Na een tijdje gaat het andere paard zich onderwerpen aan de alfa door zijn hoofd naar beneden te brengen en kauwbewegingen te maken (‘ik ben maar klein en slechts een graseter’). Dit is voor de alfa het teken dat het paard zich heeft onderworpen. Na een tijdje zal zij (de alfa) haar gevoelige kant naar het paard draaien (de flank) en dit is voor het onderworpen paard het teken dat het dichterbij kan komen en vriendjes mag worden.

Dit stukje lichaamstaal is volledig gebaseerd op instinct en overleving. Het paard (van nature een vluchtdier) maakt ruimte voor de alfamerrie (ook een vluchtdier uiteraard, maar met leiderskwaliteiten. Het vluchten gebeurt uit angst (alfa staat frontaal naar het paard gericht) voor confrontatie. De toenadering gebeurt uit de behoefte om een leider te hebben die tevens toegankelijk is (alfa staat met flank naar het paard) omdat dit bescherming en leiding biedt.

 

Bovenstaande is manipulatie door lichaamssignalen om te overleven. Wij mensen verstaan deze kunst tot in de finesses! Een lichte frons kan een andere wending aan een gesprek geven. Als je door een donker steegje loopt met je hoofd fier rechtop, een duidelijke richting volgt en je stap is vastberaden dan zul je minder snel beroofd worden dan wanneer je schichtig om je heen kijkt, aarzelend je richting kiest en wat onvast dribbelt.

Een getrainde, ervaren docent ziet aan de cursisten of het onderwerp hen boeit of niet en past het lestempo aan. Een kind ziet meestal wel aan het gezicht van een ouder of het wel het juiste moment is om zakgeld te vragen.

Naar de strot vliegen

Glimlach vriendelijk tegen een moeder en haar baby en de moeder zal waarschijnlijk trots zijn en teruglachen. Glimlach tegen een moederwolf en haar welpen en ze zal je waarschijnlijk naar de strot vliegen omdat je je tanden liet zien, te dichtbij komt, en zij haar welpen beschermt. Zo leeft iedere soort met eigen codes en signalen.

Samengevat kun je zeggen dat het nemen van de eigen verantwoordelijkheid tot resultaten leidt (uiteindelijk) en dat in de slachtofferrol blijven zitten niet tot oplossingen leidt. Daarna kun je je afvragen wat de winst is voor sommigen om koste wat kost in die rol te blijven hangen. Hang naar medelijden? Troost? Genieten van andermans schuldgevoel? Zich iets minder machteloos voelen wanneer de ander zich ook niet meer fijn voelt in het contact?

Een eenvoudig hulpmiddel om manipulatie te doorbreken

Er zijn honderden redenen te bedenken, maar er is een heel eenvoudig middeltje in communicatie dat praktisch altijd werkt: het stellen van twee vragen –

  1. waarom vertel je me dit?
  2. wat wil je dat ik (voor je) doe?

Als je daar geen duidelijk antwoord op krijgt, weet je dat de ander met een machtsspelletje bezig is. Indien er werkelijk een hulpvraag is, zal de ander je dat graag duidelijk maken.