Wandtegelwijsheid

 

Gisteren sprak ik een kennis: Bert. Ik had hem zo’n drie jaar niet gezien en hij zag er wat verslagen uit.

“Hoe gaat het met je, Bert?” vroeg ik hem.

“Ach, je weet het, Ed,” zei hij, “alles is energie.”

Ik twijfelde er nog over of ik nu een antwoord had gekregen toen hij alweer verder ging:
“Mensen bewegen van de pijn af, en naar het plezier toe.” Hij keek me somber aan.
“En bovendien: er bestaat niet zoiets als originaliteit. Je wordt geboren als origineel, maar sterft als een kopie.”

“Tja,” zei ik, om ook iets bij te dragen aan het gesprek. Het bleek niet nodig: Bert zat niet op antwoorden van mij te wachten.

“Weet je,” vervolgde hij, “ik ben nu al jaren bezig met spiritualiteit en heb gemerkt dat er niet zoiets als verlichting bestaat. Althans niet in dit leven.”

Ik kalmeerde wat; gelukkig kwamen er niet alleen maar spreuken meer uit Bert. Als om die gedachte af te straffen, ging Bert genadeloos verder.
“Mensen zijn rare wezens: zo vertrouw je iemand volledig, en zo wordt je bedrogen. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus.”

“Eh… vertel je me nu dat je relatieproblemen hebt Bert?” Ik was het wandtegelgehalte van zijn uitspraken een beetje beu. Bert keek me aan of hij water zag branden.
“Relatieproblemen?” snierde hij, “Een relatie bestáát bij de gratie van problemen!”
Die had ik nog nooit gehoord en ik besloot ‘m te onthouden om later op te schrijven. Het werkte aanstekelijk. Bovendien werd duidelijk dat ik een zere plek had geraakt bij Bert.
“Je bent wel veranderd,” zei ik, “ik herinner me jou als een vrolijk mens, met veel humor. Nu klink je wat verbitterd.”

Hij zuchtte. “Humor is overwonnen droefheid Ed; Bomans zei het al. Eerst moet dus de droefheid worden overwonnen voordat je er een grap over kunt maken.” In elk geval deed hij aan bronvermelding, dat vond ik bemoedigend.

“Ofwel: het hart bestrijdt wat de mond belijdt,” neuzelde hij verder. Er kwam geen einde aan en ik wilde weg. Ik zag maar één mogelijkheid om met goed fatsoen afscheid te kunnen nemen. Pas je aan de trant van je gesprekspartner aan luidt een wijs communicatieadvies.

“Tja Bert, je weet hoe het is: van het concert des levens krijgt niemand een program,” zei ik.
Het was de meest uitgekauwde en tevens de enige wandtegelspreuk die me te binnen schoot en hij werkte. Bert’s gezicht klaarde een beetje op.

“Precies,” zei hij, “geen mens kent zijn toekomst. Ieder huis heeft zijn kruis en Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Bovendien is het de mens die wikt en God die beschikt. Daar komt bij dat elke reis met de eerste stap begint en die kun je nooit vooraf weten. Alles weten maakt ook nog eens niet gelukkig.”

We namen afscheid en de rest van de dag betrapte ik me er regelmatig op dat ik het leven probeerde samen te vatten in spreuken, alsof Bert me aangestoken had.

Bij een boekhandel kocht ik een klein citatenboekje, met de achterliggende gedachte: “Beter méé dan óm verlegen.