Author Archives: Ed

  • 0

Noorderplantsoen

Category : Home

Liedje geschreven in een melige bui (2016)

 

Het is Zondagmiddag kwart voor twee, we nemen chips, pinda’s koffie,  en schuimpjes mee

In een grote tas, die van onze oma was, toen ze nog leefde en onze oma was.

Maar nu is ie van ons die tas, we beseften het eigenlijk vanochtend pas.

Onderweg naar ’t Noorderplantsoen, naar ’t Noorderplantsoen waar we dingen gaan doen

 

Noorderplantsoen, Oh Noorderplantsoen, met je bomen, je vijvers en je paviljoen

De trap naar de eenden, het kroos en de lelies; de stokoude bomen, de paden, de sfeer

 

Ja het Noorderplantsoen, wat moet je er doen, pissen in de bosjes, liggen op het veld

Kijken naar de meisjes, dromen over ijsjes die we niet kopen want dat kost geld

Noorderplantsoen, oh Noorderplantsoen, ik verloor mijn fatsoen in het Noorderplantsoen

Bevangen door hormonen, door waanzin en hitte, dacht ik dat ik er wel even aan mocht zitten

 

Maar dat viel nog tegen want jij wou dat niet,  Niet dat ik lelijk was, nee dat was het niet

Het was meer dat je me zag als een broer, en ik dacht bij mezelf wat ben jij toch een hoer

Die lul van de sportschool is dan zeker je zus, dat je je spaarpot voor ‘m opent en ineens alles lust

Ik was er zo klaar mee, ik wist niets te doen. Wat heb ik gejankt in het Noorderplantsoen

 

Noorderplantsoen, Oh Noorderplantsoen, met je bomen, je vijvers en je paviljoen

De trap naar de eenden, het kroos en de lelies; de stokoude bomen, de paden, de sfeer

 

Maar goed, ik werd ouder en jij nog veel meer. Je haren zijn grauw en je huid is van leer

Wat toen nog een ramp leek, is nu een heus wonder; Wat heb ik geboft zonder al dat gedonder

Jouw sportschoolmeneer is allang weer verdwenen naar jonger talent met langere benen

En jij loopt daar nu onverschillig te doen, aan de kant van de Moesstraat in ‘t Noorderplantsoen

 

Het is Zondagmiddag kwart voor twee, we nemen chips, pinda’s koffie,  en schuimpjes mee

In een grote tas, die van onze oma was, toen ze nog leefde en onze oma was.

Maar nu is ie van ons die tas, we beseften het eigenlijk vanochtend pas.

Onderweg naar ’t Noorderplantsoen, naar ’t Noorderplantsoen waar we dingen gaan doen

 


  • 1

Geïnterviewd door Advaita Nederland

Category : Artikel

Ed Nissink interview

Advaita Nederland interviewt Ed Nissink:

AN: Hoi Ed, de eerste vraag. Welke link – of wat versta jij onder – heb je met nondualiteit?

Ed: Goedemorgen AN, Als tekstelaar neem ik het woord letterlijk, en versta ik er onder: niet duaal, polair zijn. Ik interpreteer dat als een ontkenning van het gegeven dat een deur twee kanten heeft. De link die ik er mee heb, is mijn interesse in polariteiten en of het mogelijk is deze te ontstijgen in dit leven op aarde. Dat boeit me mateloos en ik volg de advaitanen belangstellend in hun theorieën.

AN: En is het mogelijk deze ‘te ontstijgen in dit leven’?

Ed: Ik weet het niet zeker. Ik heb een aantal ervaringen gehad waarbij ik totaal verbonden was met alles. Toentertijd was dat pure vrede en rust; achteraf heeft dat een terugverlangen gegeven naar meer van die ervaringen. Ik vermoed dat het ervaringen van één-zijn waren, die verbondenheid met alles en iedereen: ik was de wereld en de wereld was mij. En ik viel er tussenuit, zogezegd. Alles was in orde, terwijl mijn aardse leven dat absoluut niet was. Ik denk dat het mogelijk is om de dualiteit – althans tijdelijk maar wellicht allengs langer – te ontstijgen. Of zoiets is aan te leren is een ander verhaal.

AN: Mooie beschrijving! Verder weet je het niet zeker, schrijf je, maar wat weet je dan niet zeker?

Ed: Ik weet niet zeker of het mogelijk is expres, bewust, de dualiteit te ontstijgen. Ik hoor en lees er een hoop mensen over praten en schrijven, maar tot nu toe blijft dat voor mij gedweep met anderen, eigenpijperij, zelfbef of wensdenken.

AN: Hahaha! …Anders geformuleerd: valt nondualiteit voor jou per se onder een ervaring? Binnen Advaita heeft Het/Brahman geen kenmerken. Het Ene valt niet onder een of andere ervaring, zo wordt er namelijk ook over gedacht.

Ed: Voor mij is het eerder een abstract, een begrip en een aanduiding dan een ervaring, alleen zijn het mijn ervaringen geweest die nondualiteit inzichtelijk maakten. Ze hebben me ook doen ophouden met zoeken naar ‘de verlossing’. Die zit wat mij betreft niet in de ervaring, inderdaad. Nondualiteit is, en heeft mij niet nodig om dat te verklaren of te ervaren, zoals een koe in de wei poept, ongeacht of er iemand kijkt of niet en ongeacht of er iemand in de buurt is die koepoepen tot de nieuwe rage verklaart en zichzelf tot master-bullshit uitpoept. Eh.. uitroept. Wat mij vooral boeit is de uitleg die volgelingen aan iets geven. Dat geldt niet alleen voor advaita maar voor zo’n beetje alles wat ooit is gezegd en opgeschreven. Men – ik ook – gaat ermee aan de haal. Dat maakt het aan de ene kant lastig (vooral toen ik nog zocht) en aan de andere kant prachtig om te beschouwen. Nou ja, ik heb je netjes van tevoren gezegd hè, dat ik niet verlicht of ter zake kundig ben, hahaha. Dus nee: geen ervaring maar een abstract.

AN: Is dat ‘abstract’ je ware wezen?

Ed: Zo kun je het zeggen. Mijn ware wezen is god. In die zin dus abstract en ook niet abstract. Abstract in de geest, en tezelfdertijd is alles vervuld van en doortrokken met god. Dat weten en herinneren is terugkomen naar mijn ware wezen.
Tot ik weer word afgeleid door mijn eigen gebemoei met mezelf en mijn leven. Als ik het leven, god, alles, door me heen kan laten werken is er nooit iets aan de hand; dan is het stil en vredig en kan ik doen wat het leven, wat god van me wil. Dan kan ik werken en dienen, en sta ik er niet steeds zelf tussen te ouwewijven van ‘Ja, maar dit zou toch zo moeten, en dat moet ook anders,’ en dat soort in de wegzitterij. Het ware wezen is datgene of diegene die door je heen kan werken, als je het kunt opbrengen je er niet mee te bemoeien. Ik vind dat wel abstract ja.
Er schoot me net een favoriet te buiten; een uitspraak van Alexander Smit. “Het enige probleem dat jullie allemaal hebben is de ziekelijke belangstelling voor jezelf” Dat zie ik inderdaad veel, bij mezelf en bij anderen. En ik vind het vaak geweldig leuk, dat wel. En op ons mooie wereldwijde web kun je eraan toevoegen: de bemoeienissen met elkaar. Prachtig theater.

AN: Je schrijft hier eerder: toen je nog zocht. Wat deed jou ooit gaan zoeken?

Ed: De heimwee, het verlangen naar terug. Als klein kind staarde ik verbijsterd om me heen en vroeg me af hoe ik hier (het leven op aarde) zo snel mogelijk weer weg kon komen. Dat heeft een kleine 50 jaar geduurd, die verbijstering. En het is die schrijnende pijn geweest, dat gevangen zitten in een lijf en de aardse wetten die me deden zoeken naar verlossing uit die belemmering.

AN: Toen kwamen je ervaringen en liet je het zoeken los. Hoe, wanneer, in welke omstandigheden kwamen deze ervaringen?

Ed: Een ervaring was op Ameland. Ik zat in het zand op het strand en ik keek en luisterde naar de zee terwijl ik wat met het zand speelde. En ineens was ik ‘weg’. Ik was toen iets van vier jaar. Dat heeft iets van een half uurtje geduurd; waarschijnlijk tot mijn vader of moeder iets zei. Een tijdje later was ik aan het verdrinken in een plas waar we zwommen. Ik was ‘m gesmeerd en mijn moeder kon me niet vinden. Ik kon niet zwemmen en stapte in een diepe kuil in het water. Terwijl het water mijn longen vulde, werd de onderwaterwereld prachtig en ik zweefde weg. Ik heb gevochten als een leeuw toen mijn moeder me ontdekte en uit het water viste. Jaren later was ik in een klooster in Thailand en sprak daar met een monnik over de vechtsporten waar hij en ik mee bezig waren. Mijn eerste boek was net uitgegeven en ik wist niet wat ik verder zou gaan doen met dat schrijven; ook daar spraken we over. Ik had een Thai bij me die tolkte en ineens viel alles weg. Ik keek in de ogen van de monnik en hij in de mijne en er was alleen nog puur zijn, zonder taal, zonder woorden. Ik hoorde van de tolk dat we zo’n 20 minuten naar elkaar hebben zitten kijken en dat het ‘holy’ aandeed. Na die ervaring heb ik volkomen ontspannen mijn andere boeken voltooid. Weer jaren later, tijdens een weekje duiken in Egypte; ik had net gedoken en een wilde dolfijn gezien, die nieuwsgierig om me heen zwom; dat was leuk en mooi. We zaten met een groepje duikers aan de kust van de Rode Zee, in de woestijn. De stam daar zorgde voor eten en er liepen een paar doofstomme kinderen die voor een paar centen armbandjes voor je wilden vlechten.
Na het duiken zat ik in een tentje, met twee van die kinders en hun vader wat te kwebbelen en ik bedacht hoe bijzonder taal is, vooral op dat moment tussen doofstomme kinderen. Ze gingen weg, ik bleef achter en ‘verdween’ opnieuw. Dat heeft volgens mij een halve dag geduurd. In die tijd was ik heel druk met mijn werk als docent communicatie en de opleiding die ik had
opgezet. Te druk. Daarna kwam er meer rust. Maar het stoppen met zoeken kwam toen mijn vrouw en ik een periode van jarenlange ellende hadden gehad en niet meer wisten wat we nog konden doen. De ellende beschrijf ik hier niet. Maar we zaten diep in de ‘donkere nacht van de ziel’ zoals dat zo mooi heet. En na die desolatie, die ongelooflijke verlatenheid waarbij we niets voor elkaar of onszelf konden betekenen, begon het loslaten. Vlak daarop hebben we allebei een ervaring van een paar dagen gehad waarbij ik en mij, zij en wij, daar en hier volkomen één waren. Toen beseften we dat er niets te zoeken valt, dat er hooguit meer te weten en ervaren is, maar dat dat niets van doen heeft met ‘zijn.’ Toen is het zoeken dus gestopt.

AN: Ed, dank voor je rijke uiteenzetting! Heb je een advies voor zoekers?

Ed: Ik ben ontroerd door de snelheid waarmee je me in een interview over nondualiteit tot zoveel duale uitspraken hebt kunnen bewegen met je vragen. Ik maak een buiging. Een advies aan zoekers. Voer het zoeken op tot ongekende hoogten en snelheden, tot het obsessief, krampachtig en wanhopig wordt, en je denkt dat je er niets meer bij kunt hebben; doe er dan nog meer bij. Dat is de snelste manier om het zoeken te laten eindigen, naast een hoop leed. Het is de Aikido-manier: meegeven en versterken, waardoor het ombuigt. Als je valt: spring dan. Neem het leven in de heupzwaai en je zult zien hoe dit tot een gezamenlijke dans van jou en je leven verwordt, zwierend en zwaaiend op de kosmische muziek die ontwikkeling heet. Tijdens het dansen ont-wikkel je letterlijk. Tot de spoeling zo dun is dat er geen zoek, zoeker en zoeken meer zijn. Door het duister naar het licht. En maak in de tussentijd zoveel mogelijk anderen blij. Dat is een van de snelste wegen naar verlossing. Dank je, AN, ik vond het leuk en een goed begin van de week!
AN: Jij ook bedankt voor je kleurrijke reacties!

Van Ed Nissink verschenen diverse boeken, oa:
Dat is dan je familie
Het is voor je eigen bestwil
Het geheim van Chi


  • 1

Lieg alsjeblieft tegen me!

Category : Blog

Vroeger moesten we als stam zien te overleven en was het belangrijk dat we allemaal zo’n beetje hetzelfde deden. Niemand was er bij gebaat wanneer tijdens het besluipen van een wolharige mammoet ineens één van de jagers de bosjes in dook om rode bessen te plukken die hij wilde gebruiken als kleurstof voor zijn nagellak. Nog afgezien van het afleiden der overige stamleden droeg afwijkend gedrag in zo’n situatie niet bij aan het voortbestaan.

Groepsdruk
Tegenwoordig zijn we veel minder afhankelijk van elkaar en van groepsgedrag, maar de neiging zit er nog wel in. En uiteraard is er niets tegen op groepsbewustzijn, -communicatie en -gedrag, zolang het geen schade toebrengt aan het individu. En daar wringt de schoen: als individu kun je wel iets anders willen dan de groep wil (‘groep’ staat hier voor familie, kerkgemeenschap, vriendenkring, buurt, land, et cetera) maar vaak zal diezelfde groep alles op alles zetten om je daarvan te weerhouden. Dat heeft te maken met het gegeven dat men door jouw non-conformisme fijntjes wordt herinnerd aan het eigen conformisme. En dat kan eng zijn, waardoor men probeert je ‘tot rede te brengen’, ‘je verstand te laten gebruiken’, enzovoort. Totdat men inziet dat je toch je eigen gang gaat; dan word je verstoten, genegeerd of geïmiteerd.

Groot gelijk hoor, hufter!
Ik doe niet of nauwelijks aan zakelijke besprekingen of ontmoetingen: ik vind het zonde van de tijd, meestal vind ik er niets aan en praktisch altijd zijn de zaken prima via mail en telefoon te regelen. Voor mijn werk is het niet nodig om mij te ontmoeten. Als ik dat vertel, is er altijd een aantal mensen dat knikt en zegt: “Groot gelijk! Er gaat zoveel tijd zitten in die lunches en besprekingen…” Bovendien kan men een afwijkend geluid wel waarderen. Hetzelfde gebeurt als ik vertel dat ik bijna nooit naar een verjaardagsfeest ga, eenvoudigweg omdat ik er niet van houd. Mensen geven me groot gelijk, knikken en zeggen dat ze er zelf ook helemaal niet van houden.

Veel van die mensen worden vervolgens pissig wanneer later blijkt dat ik ook hún verjaardagsfeest of zakenlunch bedoelde.

Wil je dat ik je bedrieg, of liever niet?
Als je aan mensen vraagt: “Wil je dat ik eerlijk ben, of word je liever bedrogen?” kijken ze je meestal aan alsof ze water zien branden. “Eerlijk natuurlijk,” zeggen ze beledigd. “Ik wil toch zeker niet bedrogen worden?” En wanneer je dan vervolgens eerlijk bent en zegt dat je geen prijs stelt op hun gezelschap, dat je hun nieuwe auto, jas, huis, tuin, verkering, printer, tv, foto’s van de kinderen, vakanties en achtertuin niet hoeft te zien omdat het je niet interesseert … dan blijkt vaak dat ze toch liever wèl bedrogen zouden worden.
“Er bestaat ook nog zoiets als tact hè,” zegt de een.
“Je kunt toch op een fatsoenlijke manier duidelijk maken dat je geen tijd hebt?”
“Dat kan ook anders hè”
Enzovoort.

Wat men daarmee eigenlijk zegt (het woord ‘eigenlijk’ is een van de belangrijkste sleutels in communicatie) is: “Houd me voor de gek, lieg tegen me, verneuk me maar doe het een beetje zachtjes, zodat ik diep van binnen wel weet dat ik bedrogen word, maar het samen met jou kan weglachen onder het uitwisselen van schijnheiligheden en geveinsde beleefdheden, waardoor het hopelijk niet zo’n pijn doet.”

Sluipmoordenaar
En inderdaad: de directe pijn zal minder zijn – de klap in het uitgestreken gezicht dat ‘fatsoen’ heet blijft uit. En dat is op dat moment wellicht comfortabel. Wat er voor in de plaats komt, is een zeurende jeuk, een lichte irritatie, een broeiende ontsteking die heel geniepig en heel langzaam zijn weg vindt door alles heen en zich zo geleidelijk opbouwt dat de oorzaak vaak niet meer is te achterhalen wanneer het te laat is. Keer op keer zorgt het bedrog dat ‘fatsoen’ wordt genoemd, de leugen die ‘tact’ heet en de minachting voor de ander die wordt verpakt in het begrip ‘ontzien’, dat de infectie verergert, vergroot, zich uitbreidt.
Om na jaren broeien, sudderen, jeuken en irriteren tot uitbarsting te komen. Die uitbarsting kan in vele vormen komen, maar hij komt hoe dan ook. De een krijgt een burn-out om wakker te worden, een ander gaat gebukt onder kwalen en weer een ander wordt depressief of draait compleet door.

Dus dat is het dan?
“Is dit alles?” zong de band Doe Maar ooit.
Ja. Dit is alles. Meer zal het niet worden.
Tenzij je zelf ingrijpt en moed verzamelt om ondanks de afwijzingen die het je gaat opleveren, ondanks de pijn die mensen je willen doen omdat je niet meer met hun groepje meedoet, je eigen weg besluit te gaan en eerlijk wordt, in elk geval naar jezelf. Het is de grootste dienst die je jezelf kunt bewijzen en de meest zuivere vorm van communicatie die er bestaat.

En tevens de moeilijkste.

Eerder gepubliceerd op Brainquest


  • 0

Personeelsverloop: wat kan non-verbale communicatie verduidelijken?

Category : Blog

parkeer

Ze was de perfecte kandidaat voor de functie: vriendelijk, verzorgd, goed opgeleid, vaardig in het gesprek en een paar knappe referenties. Nog niet zoveel ervaring, maar dat woog niet op tegen de voordelen. Was ze geschikt voor de functie van vertrouwenspersoon bij een grote zorginstantie?

Een van de leden van de sollicitatiecommissie was eerder die ochtend wat verlaat. Hij reed achter een andere auto de parkeerplaats op; gelukkig reed de auto vóór hem vlotjes door. Hij parkeerde zijn auto en zag hoe de auto vóór hem een rij verderop parkeerde. De vrouw die uitstapte keek niet om naar haar auto, die ver over de streep van het vak stond en dus twee parkeerplaatsen bezet hield. Geen misdrijf, maar netjes was het ook niet. Hij volgde haar op enige afstand naar de ingang van het kantoor en zag dat ze de deur achter zich liet dichtklappen terwijl er iemand vlak achter haar naar binnen ging. Ze keek niet op of om. Waarschijnlijk had ze haast, bedacht hij. Bij de garderobe groette hij haar vriendelijk, waarop ze hem bekeek alsof hij een insect was en een verplicht ‘goedemorgen’ mompelde. Heel anders dan toen ze een kwartier later voor de commissie verscheen en hem met een stralende glimlach een hand gaf zonder enige blijk van herkenning.

Thuis ben ik heel anders dan op het werk

Voor de meeste mensen is er een verschil tussen hoe ze zich thuis gedragen of op het werk. Lekker in je joggingpak onderuit op de bank met een wijntje is niet iets wat snel op het werk gebeurt. Ook het neuspeuteren, krabben aan bepaalde lichaamsdelen, boeren en winden zijn uitingen die meestal in de privésfeer worden verricht. Gelukkig maar en en ook best fijn voor collega’s.
Maar bepaalde gedragingen komen voort uit karakter en zijn slecht of slechts tijdelijk te verdoezelen: tijdens een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Natuurlijk zet iedereen zijn beste beentje voor en zal zich inlezen op de website van het bedrijf waar de sollicitatie plaatsvindt, om goed voorbereid te zijn.

Ik ben 33 jaar en doe Donald Duck na

Steeds meer bedrijven hanteren vaste scripts voor sollicitanten: een cv volgens een bepaalde structuur opgemaakt en ingevuld; een pitch volgens vooraf opgegeven criteria. En waar het nuttig kan zijn voor het bedrijf om cv’s met een uniforme stijl en indeling te beoordelen, al was het maar vanwege de tijdwinst, daar kan het hanteren van vooraf gekaderde presentaties leiden tot ingestudeerde en zelfs krampachtige stukjes theater. Zorg dat de termen ‘passie’, ‘hands-on mentaliteit’, ‘geen negen tot vijf-type’, ‘teamplayer’, ‘proactieve houding’, ‘stressbestendig’ en ‘resultaatgericht’ in je presentatie zijn verwerkt, geef een voorbeeld van hoe je vorige werkgever van de ondergang werd gered door jouw adequate handelen, noem een paar zwakke punten om eerlijk te blijven (“Soms werk ik te lang door en heb niet in de gaten dat het al pauze is” en “Ik heb nog wel eens de neiging om een collega te corrigeren als ik zie dat het werk niet goed gedaan wordt”) en je komt al een heel eind.

De nieuwe kleren van de keizer

Op die manier kan de meest asociale narcist als ‘geschikt’ door de procedure rollen: de criteria zijn bekend, ze hoeven alleen even stevig uit het hoofd geleerd te worden. Dat kan de oorzaak zijn van een groot personeelsverloop: men houdt het op de lange duur niet vol. Waarna de bazen de deskundige koppen bij elkaar steken en besluiten dat er nog meer uniformiteit en strakkere criteria moeten komen, om de ongeschikte kandidaten in een vroeg stadium uit te filteren. Veel mensen zien dit, en bijna niemand doet er iets aan.

Hoe steekt de sollicitant werkelijk in elkaar?

Wie bereid is voorbij de gebaande paden te kijken en luisteren, heeft een voorsprong; en vaak een zeer winstgevende. Degene die de uit het hoofd geleerde en gewenste antwoorden even laat voor wat het is en op een paar andere dingen let, ziet en hoort meer van de sollicitant. Die geeft zich namelijk bloot in de zaken die buiten de scripts en vaste gedragsregels passen, zoals in het voorbeeld hierboven. Natuurlijk is het niet altijd mogelijk om iemand bij de hoofdingang of parkeerplaats te posteren om te zien hoe de kandidaat parkeert, de jas ophangt of de deur opent, maar er zijn aardig wat mogelijkheden om nét dat beetje meer te weten te komen om meer inzicht te krijgen in de sollicitant.

Hebt u ook hibiscusthee?

Let eens op hoe de kandidaat omgaat met de zogeheten zijdelingse situaties; hoe reageert iemand op de vraag “Kopje koffie of thee?” en hoe voert hij of zij het ritueel van al dan niet suiker en melk toevoegen, roeren en drinken uit? Op welke momenten neemt iemand een slok: is dat wanneer er net een vraag gesteld is? Of op de momenten dat iemand anders aan het woord is? Wordt er tijdens het drinken gekeken naar de ander, of is de aandacht geheel geabsorbeerd door de kleur van de thee? Met andere woorden: hoe verdeelt iemand zijn aandacht en in hoeverre is dat essentieel voor de functie waarop wordt gesolliciteerd? Hoe en wanneer gaat de kanditaat zitten? Hoe komt hij binnen en hoe vertrekt hij? Wat doet ze met haar handen, tas, kleding, stoel, haar, knopen, ritssluitingen, trouwring, horloge, halsketting? Hoeveel ruimte neemt hij in beslag? Hoe is zijn handdruk? Zit ze minutenlang luid in haar kopje te roeren terwijl er iemand aan het woord is? Kortom: let op de dingen waar anderen niet op letten en je komt veel meer te weten.

Waarom hebt u een foto van een onthoofding aan de muur?

Sommige werkgevers hebben het begrepen en durven buiten de gebaande paden te wandelen. Zij hangen een foto van Hitler aan de muur en wachten op de kandidaat die er niet alleen af en toe schichtig naar kijkt, maar ook vraagt waarom juist die foto daar hangt (waarnemingsvermogen, nieuwsgierigheid en lef om vragen te stellen). Of ze leggen een theelepeltje bij de poot van de stoel waarop de kandidaat komt te zitten en kijken of hij/zij het opraapt (opmerkingsgave, initiatief, zorgvuldigheid). Ze stapelen een paar verhuisdozen op in de hoek van de ruimte waar het gesprek plaatsvindt en wachten op een vraag daarover. Ze spreken met een collega af dat die hen midden in de sollicitatie belt en kijken hoe de kandidaat daarmee omgaat, vooral wanneer het telefoontje lang duurt en over niet ter zake doende privédingen gaat.

Pure winst

De investering in tijd (en eventueel geld als het een training betreft) voor het leren waarnemen en interpreteren van non-verbale communicatie levert bijna altijd dubbel en dwars op. Als je weet waarop je kunt letten, meerdere signalen kunt combineren en weet wat je wel of niet kunt interpeteren en hoe je dat doet, heb je als werkgever niet alleen een groot voordeel maar gelijk ook de sollicitatieprocedures een stuk interessanter en leuker gemaakt. Als je daarnaast uitkijkt om niet in de val van populaire interpretaties te tuimelen maar in plaats daarvan de context, frequentie en duur van de signalen mee te wegen, ben je spekkoper.

Dan kun je die toneelscripts en cv-sjablonen er gewoon bij doen: dat houdt het een beetje uniform.

 


  • 2

Communicatie: Ik weet het zeker, dus het klopt!

Category : Blog

46fb8f79e93010ed286638b8c7c8f121

Het grote voordeel van sociale media zoals Twitter en Facebook is dat je toegang hebt tot enorm veel informatie. Het grote nadeel is dat je toegang hebt tot enorm veel informatie. Een zegen en een vloek dus. De makke van een overvloed aan informatie is dat ik soms door de bomen het bos niet meer kan zien: wat van die informatie is steekhoudend? Hoeveel kan ik geloven en op basis waarvan?

Wat moet ik bijvoorbeeld met de boodschap “God bestaat niet” of “God bestaat wel”?  Zowel de wellers als de nieters hebben geen greintje aantoonbaarheid voor hun uitspraak. Natuurlijk proberen ze het wel; “Als god niet bestond dan…”  of andersom “Als god bestond dan…” En meestal gaat dat op een toontje en met een wijzend vingertje. De woordkeuze is meester in deze. “Als die god van jou zou bestaan dan …”

Eet géén voedsel! Levensgevaarlijk!
En dan de enorme hype over voedsel en gezondheid. De een zegt dit en de ander zegt dat, en ze hebben allemaal gelijk. Wat me opvalt is niet zozeer de verschillen van mening (die waren er altijd al) maar de manier van presentatie. Ik heb – mede door mijn vakgebied – geleerd dat de hardste schreeuwers (gebruik van veel hoofdletters, uitroeptekens maar ook veel stellige uitspraken) de minst geloofwaardigen zijn, meestal.

Een hond luistert alléén als je ‘m vol jenever giet!!!
Als je zeker van je zaak bent en dit met feiten (dus niet meningen) kunt onderbouwen, heb je geen harde taal, uitroeptekens en andere bekrachtigingen nodig. Nog ongeloofwaardiger is het als anderen naar beneden worden gehaald.  Je ziet dat op veel verschillende gebieden gebeuren, of het nou om honden trainen gaat, om sport, voeding, gezondheid: bijna altijd zit er wel iemand tussen die het allemaal zeker weet, anderen afblaft of belachelijk maakt en vervolgens verdwenen is om elders te gaan staan schreeuwen. Dit soort mensen is vaak ook nog beledigd als er aan hun autoriteit wordt getwijfeld.

Een leuke test uit de communicatie is de reactie peilen van zo’n schreeuwlelijk, nadat je hebt gezegd (of geschreven): “Het is niet relevant wat jij ervan vindt”. Wie sterk staat, zal het weinig doen. Het zijn de lege hulzen die na zo’n opmerking afhaken of nog harder gaan blaffen.

Je weet toch onderhand ook niet meer wat je nou wel of niet?
Wat ik er jammer aan vind is dat sommige mensen zich daardoor laten afschrikken en maar niet meer gaan reageren, of zelfs geen vraag meer durven stellen. Ik kan het me wel voorstellen, maar ik vind het jammer. Op die manier lijkt het net alsof de hardste schreeuwers ook nog gelijk krijgen.

Geef mij maar de twijfelaars, degenen die hun eigen mening durven herzien. Juist door hun moed, het durven twijfelen, zijn zij degenen die veel geloofwaardiger blijken. Is ook wel logisch natuurlijk: als ‘de wetenschap’ zich had opgesteld zoals sommigen nu doen, was de aarde nog steeds plat.

Ik ben, dus ik besta!
Er is inmiddels een enorme handel ontstaan in kreten.

  • Ieder pondje gaat door het mondje
  • Waar je aandacht aan schenkt, dat groeit
  • Vlees is levensgevaarlijk
  • Een mens is een vleeseter
  • Melk is goed voor elk
  • Melk is niet goed voor volwassenen
  • Enzovoort.

Hier en daar wordt nog verwezen naar onderzoeken, maar niet altijd naar de opdrachtgever van die onderzoeken (wie betaalt, die bepaalt).

Al met al een kolkende soep van ideeën, meningen, opinies,  van-horen-zeggen’s, betrouwbarebroninformatie, en hier en daar een klein stukje aantoonbaarheid. Vooral veel bangmakerij ook, en heus niet alleen van het RIVM.

Miljoenen voetbalcoaches, landbestuurders en andere deskundigen
Het stikt van de deskundigen, sinds we allemaal onze mening aan een groter publiek kunnen presenteren, net als dat het geval is bij een grote voetbalwedstrijd: miljoenen voetbalcoaches staan klaar om hun onfeilbare opstellingen (liefst achteraf) te presenteren.

De sociale media verworden hiermee tot een groot en lachwekkend welles-nietes-spel van kleuters in een zandbak.

Gelukkig is er tussen die kolkende modderstroom af en toe een mooie parel of diamant te ontdekken en het is heerlijk om die te vinden en eruit te pakken. Dat houdt voor mij de sociale media leuk. Een goed onderbouwd verhaal, gebaseerd op gedegen (liefst eigen) onderzoek, met ruimte voor meer invalshoeken.

En stiekem geniet ik wel van het verschijnsel dat ik karma noem: taalpuristen die anderen op strenge toon verbeteren en daarbij zelf een spel- of grammaticafout maken. Ik blijf dat mooi vinden.

Wat vind je er nou eigenlijk zelf van? En mag dat wel van de deskundigen?
Het is – tussen al dat geroep – heel belangrijk om zelf te blijven nadenken en ontdekken wat goed voor je voelt.

Als je dat in de gaten houdt, komt het wel goed, is mijn stellige mening.

 


  • 0

Wat een handdruk vertelt: lichaamstaal

Category : Blog

Een aantal jaren geleden kreeg ik van iemand het verzoek om samen aan een communicatieproject te werken. Bij de kennismaking greep hij mijn uitgestoken hand, omvatte die met beide handen en veel kracht, pompte mijn arm iets van 10 seconden op en neer en liet toen één hand los om daarmee mijn elleboog vast te pakken in een ijzeren greep. Enthousiasme? Opwinding? Nervositeit?
We bespraken het project en onze mogelijke inzet. In het voordeel van de twijfel besloot ik om eerst nog wat meer informatie af te wachten: ik weet dat ik fout kan zitten met mijn interpretaties en niet van één signaal moet uitgaan. Tijdens het verdere gesprek en na wat doorvragen van mijn kant bleek dat hij eigenlijk wilde dat ik het project begeleidde, hij op afstand bleef en we elk de helft van de verdiensten zouden krijgen. Met andere woorden: ik zou de klus doen en hij niet. En ik was niet verrast: de handdruk had het me al duidelijk gemaakt. 

Aan de hand van een handdruk krijg je al flink wat informatie over iemand bij een eerste kennismaking. Geeft iemand een slap handje, of verbuigt hij je trouwring? Kijkt iemand je aan bij het handenschudden? Staat hij/zij recht tegenover je?

Kortom: er zijn veel signalen waar je op kunt letten. Een paar eenvoudige signalen kunnen je al veel vertellen over de persoon en jouw ontmoeting met hem of haar. Belangrijk hierbij is dat je een stevige foutmarge in je interpretaties hanteert: zonder de context (het gesproken woord, situatie, tijdstip, andere non-verbale signalen) is het niet waterdicht, maar zeker bruikbaar.

Zaken waarop je kunt letten:

handrechtsStand, richting en hoogte van de hand
In welke houding wordt de naar jou uitgestoken hand gehouden? Met de rug van de hand naar boven of juist met de handpalm naar boven? De eerste – met de handrug naar boven – komt wat dominanter over, de tweede – met de palm naar boven – ontvankelijker, uitnodigender. Een van de ongeschreven regels voor politici en andere beroepsacteurs is dat ze rechts van degene moeten staan wanneer ze een hand geven en dit wordt gefotografeerd. Op die manier komen ze altijd iets voor de ander te staan en is hun hand op de voorgrond. Dat straalt meer overwicht uit en de ander, die links staat (voor de kijker rechts), wordt hoe dan ook iets naar de achtergrond gedwongen en lichtelijk ‘ingesloten’. De leider staat dus rechts (voor de kijker links). Dat geeft wel eens komische effecten wanneer beide poseerders zich van deze truc bewust zijn en beiden rechts willen staan. Mocht je toch in de ondergeschikte positie komen, dan los je dat op door je andere hand over de handdruk heen te leggen: toch een beetje vooraan dus, waarop de eerste weer een andere hand op je schouder, elleboog of pols kan leggen en zodoende… et cetera: een prachtig poppenspel en een mooi voorbeeld van territoriumgebruik. En natuurlijk kun je de ondergeschikte positie uitstekend gebruiken om de ander bewust meer ruimte te geven, bijvoorbeeld wanneer je iets voor elkaar wilt krijgen.

Kracht, volheid en duur van de handdrukhandsterk
Geeft iemand een slap, koud, kort handje (alsof je een vis beetpakt)? Of juist een hartelijke, volle handdruk? Dit kan iets vertellen over de afstand die wordt gevoeld of bewust wordt gecreëerd. Los van beroepsmatige intenties (de chirurg of violist die erg zuining op zijn/haar handen moet zijn) zegt de kracht iets over de indruk die moet worden gewekt. Vooral wanneer een krachtige indruk zich voortzet in een pijnlijk bottengekraak. Ook voel je duidelijk het verschil tussen een volle handdruk die een paar seconden wordt aangehouden, en een licht aanbieden van de vingertoppen gedurende een halve seconde. Het eerste komt hartelijker, eerlijker en opener over; het tweede afstandelijker, geslotener en terughoudend. Ook hierbij zie je soms complete krachtmetingen, wanneer iemand een te stevige handruk geeft, de ander daarop reageert met meer kracht zetten, waarna de eerste er een schepje bovenop doet om de ander naar zich toe te trekken en de hand langer dan nodig vast te houden, waardoor de ander een ongemakkelijk gevoel en daardoor een ongemakkelijke houding krijgt. Vermakelijk om te zien en leuk om te bestuderen.

Tientallen signalen
Dit is slechts een kleine greep uit een zee van informatie. Zo zijn er nog veel meer signalen die je kunt waarnemen bij een handdruk: waar wordt de duim gehouden? Liggen hand, vingers en duim stil tijdens de handdruk? Op welke afstand staat iemand tijdens de kennismaking of tijdens het bezegelen van een afspraak? Waar wijzen de vingers naartoe? Wat is de context? En wat doet de rest van het lichaam: hoe is de stand van hoofd, schouders, voeten?
Het belangrijkste is je gevoel. Je hoeft geen lichaamstaaldeskundige te zijn om iets te herkennen aan een handdruk. Het enige wat je hoeft te doen is je aandacht op die handdruk richten en te letten op welk gevoel je krijgt, wat soms best lastig is als je tegelijkertijd ook graag de naam van je gesprekspartner goed wilt verstaan en onthouden. Maar met enige oefening heb je er een prachtig stuk gereedschap bij, dat je veel tijd, geld en humeur kan besparen. Handig bij sollicitaties, zakelijke besprekingen en alle andere situaties waarbij het prettig is om je gesprekspartners beter te leren kennen. Gekoppeld aan de rest van de verbale en non-verbale communicatie zeer bruikbaar!

 

 


  • 0

“Hij keek naar boven, dus hij liegt”

Category : Blog

Het belang van durven twijfelen aan je kennis en kunde

Eén signaal betekent praktisch niets in lichaamstaal. Je kunt er erg weinig mee en duiding volgt de 50/50 regel: het kan kloppen, en het kan fout zijn. 50 % kans dus, net zoals wanneer je een antwoord gokt op een ja/nee-vraag.

Mouwplukken = seks
Het nauwkeurig duiden van lichaamstaal vraagt meer dan het registreren van één of twee signalen. Daarmee gaat gelijk het ‘armen over elkaar is een afsluiting’ of ‘Ze plukt aan haar mouw, dus ze is seksueel geïnteresseerd’ volkomen mank. Meestal klopt er geen bal van, en de serieuze communicator trapt er niet in.

Iedereen verstaat lichaamstaal
Aan lichaamstaal is veel te zien, en met veel training is er tot op zekere hoogte ook wel een en ander te duiden. Dat kan enorm voordelig zijn, als aanvulling op de verbale communicatie. En iedereen gebruikt het. De meeste kinderen weten al dat ze niet om zakgeld hoeven vragen wanneer de ouder al vloekend en tierend door het huis stampt. En wanneer een hond met ontblote tanden staat te grommen, zijn er maar weinig mensen die op het beestje afstappen en gaan aaien.

Context, combinatie met andere signalen en frequentie
Voor het duiden van lichaamstaal (en andere vormen van non-verbale communicatie) echter, is meer nodig. Lichamelijke signalen krijgen pas betekenis in de context van andere signalen, de frequentie waarin ze plaatsvinden en de tijd die ze duren. Ook is het belangrijker om te zien wanneer een patroon van lichaamssignalen verandert, en in welke omstandigheden dat gebeurt.
En dan nog moet alles wat je waarneemt worden gekoppeld aan de verbale uitingen: is er congruentie (kloppen de signalen met wat de persoon zegt)? Of is er sprake van tegenstrijdige uitingen? Ook herhaling en intensiteit zijn belangrijk.

Te moeilijk dus?
Nee, zeker niet. Het vergt een flinke inspanning, een hoop geduld en een grote bereidheid om aan jezelf te durven twijfelen om het duiden van lichaamstaal onder de knie te krijgen, maar het loont zeer zeker de moeite! Iedereen kan het leren, de een wat sneller en beter dan de ander. Belangrijk is dat je bereid bent fout te zitten en dit ook altijd in gedachten houdt. Pas dan kom je met veel oefenen, studeren en onderzoeken voorbij het verjaardagsfeestjesniveau van “Hij zette zijn voet naar achteren, dus hij is bang.”

Kun je dan niets met één signaal?
Zeker wel. Sommige signalen staan (meestal) op zichzelf en kunnen best een goede aanwijzing zijn van wat er in de persoon omgaat. De zogeheten richtingaanwijzers van het lichaam bijvoorbeeld, zijn mooie voorbeelden: de voeten die naar de deur wijzen in plaats van naar de gesprekspartner, de jas die over jouw jas wordt gehangen terwijl de hele kapstok verder leeg is, het bij herhaling in doorgangen en deuropeningen gaan staan, zodat anderen moeten vragen om er langs te kunnen… dat zijn signalen die meestal direct iets vertellen over de persoon. Met de nadruk op ‘meestal’. Zo zijn er nog wel wat aanwijzingen en ze zijn handig en vaak ook vermakelijk om mee te werken. Wanneer je je echter wilt bekwamen in deze vorm van communicatie, raad ik je aan om te blijven leren, onderzoeken en twijfelen: dan heeft nieuwe informatie de kans om oude informatie te vervangen en blijf je niet hangen in de wereld waar iedereen voetbalkenner, communicatieadviseur of psycholoog is.

Blijf twijfelen
Ik ben 35 jaar beroepsmatig bezig met communicatie, waarvan een belangrijk deel non-verbaal, en het belangrijkste wat ik heb geleerd is dat ik er altijd naast kan zitten: dat is leerzaam en zo blijf ik scherp.

De leukte is belangrijk!
Natuurlijk is er niets tegen op de populaire duidingen, zolang ze als zodanig worden beschouwd. Het wordt pas een probleem als de huis, tuin en keukenduidingen voor waar en volledig worden aangezien of – nog erger – als professioneel worden gepresenteerd, en op basis daarvan belangrijke beslissingen worden genomen.
Het is vooral fijn als je plezier beleeft aan het leren duiden: en als je een onjuiste duiding kunt zien als een kans om weer meer te leren over dit zo boeiende aspect van communicatie. Lichaamstaal duiden is een feestje, en met een gezonde dosis zelftwijfel zelfs een feestje zonder kater.

 


  • 0

Is dat een gaatje in je kies? Mensen die te dichtbij komen

Category : Blog

Je kent ze wel: mensen die geen gevoel voor afstand hebben. Niet gehinderd door enig benul van publieke, sociale, persoonlijke en intieme zones, duiken ze onbeschaamd je ademruimte in en vullen je blikveld met louter zichzelf.

Als kind had ik een buurman die bijna tegen je aan ging staan als hij een praatje met je maakte. Ik vermaakte me vaak met het kijken naar de dans die ontstond als een van de andere buren met hem stond te praten: hij stond te dicht op de ander, de ander deed een stapje achteruit, hij schoof weer aan enzovoort. Tot de ander letterlijk met zijn rug tegen een muur (of bosje of bij een stoeprand) kwam te staan, iets bijdraaide en opzij stapte en weer ruimte had om naar achteren te stappen, zodat de buurman weer kon aansluiten. Een prachtig gezicht, totdat de buurman tegen mij begon te praten natuurlijk. 

Afhankelijk van afkomst, cultuur, gewoonten en omstandigheden zijn er ongeschreven regels over de afstand die men onderling bewaart tijdens een gesprek. Meestal gaat dat prima en voelen de meeste mensen goed aan welke afstand gepast is, en welke onbetamelijk, of op zijn minst ongemakkelijk. Daarnaast zijn er mensen die dit minder goed aanvoelen of die het niet kan schelen of, nog erger: die bewust een te kleine afstand bewaren in de ontmoeting, het gesprek, of welk samenzijn dan ook.

Te dichtbij kan ongemakkelijk, beklemmend en zelfs bedreigend zijn, en vaak worden deze mensen dan ook vermeden na de eerste ontmoetingen. Een van de reacties op iemand die te dichtbij komt, is de ruimte opnieuw vergroten – bijvoorbeeld door iets achterover te leunen (wanneer je zit) of een stap achteruit te doen. Het helpt bijna nooit: de opdringer stapt gezellig met je mee en verkleint daardoor opnieuw de afstand. Of hij/zij leunt nog iets meer naar je toe. Vervelend en, zoals gezegd, ongemakkelijk.

Met lichaamstaal is dit probleem vaak goed op te lossen, en het vergt slechts heel weinig oefening. Meestal lukt het direct de eerste keer.

  1. Stap naar voren
  2. Zet of leg iets tussen jullie in

Bij de eerste ‘techniek’ doe je iets wat aanvankelijk tegennatuurlijk lijkt: in plaats van een stapje naar achteren, doe je een subtiel stapje (of beweging) naar voren, in de richting van de binnendringer. Het werkt bijna altijd: de indringer is (onbewust) gewend dat mensen achteruit gaan, en wordt door jouw voorwaartste beweging uit die modus gehaald, waarna hij of zij zelf een stap terug zal doen.

Bij de tweede manier leg of zet je iets tussen jullie in. Dat kan een map met papieren zijn, een pen, een aansteker of zelfs je arm. Daarmee geef je non-verbaal een grens aan, en (wederom onbewust) daar reageert de ander bijna altijd op. Wanneer iemand te ver naar voren komt, maar ook wanneer iemand zijn stem verheft of naar je gaat wijzen, is dit een subtiele manier om zonder woorden te zeggen: “Tot hier en niet verder; een stukje terug graag.”

Probeer het eens: het werkt bijna altijd.

 

Meer lezen over intieme, persoonlijke, sociale en publieke zones? http://www.lichaamstaal.nl/afstand.html

 


  • 0

Vastloper? Pas dan deze techniek eens toe.

Category : Blog

Je kent het vast wel: vastgelopen in een situatie op je werk, thuis of met jezelf. Je blijft proberen om een oplossing te vinden maar komt telkens weer op hetzelfde uit: het werkt niet.

Door het toepassen van de volgende communicatie-/waarnemingstechniek open je vaak een deur naar andere gezichtspunten, nieuwe perspectieven, en kun je van daaruit verder met frisse inzichten.

Perspectief

Perspectief van waarneming (ook wel Perceptuele Posities genoemd)

Drie belangrijke manieren van waarnemen zijn:

  • Vanuit jezelf
  • Vanuit de ander
  • Van buitenaf

In een gezond evenwicht worden de drie perspectieven afgewisseld, afhankelijk van de situatie.

Te eenzijdig?

Verkeer je grotendeels in de 1e positie, waarbij je vooral vanuit jezelf denkt, reageert, handelt, dan kan dat egocentrisme tot gevolg hebben, slecht kunnen luisteren naar en verplaatsen in een ander.

Verkeer je voornamelijk in de 2e positie, waarbij je je voortdurend probeert te verplaatsen in anderen, dan kan het zijn dat je jezelf wegcijfert, met alle gevolgen van dien (een burn-out bijvoorbeeld)

Verkeer je bijna altijd in de 3e positie, waarbij je alles vanaf een afstand beschouwt, zonder betrokkenheid, zonder je te verbinden, dan kan het zijn dat er letterlijk afstandelijkheid ontstaat, die kan worden opgevat als desinteresse, onverschilligheid

Zelfreflectie

Door nu deze posities bij jezelf te onderzoeken kun je ontdekken welke positie bij jou dominant is; vooral in situaties waarin je vastloopt. Door te experimenteren met de andere posities kan er vaak iets ‘losschieten’ wat al heel lang vast zat.

 

Een voorbeeld:

Wanneer je telkens wordt afgewezen (voor een opdracht, sollicitatie, et cetera), en blijkt dat je bij zelfonderzoek ontdekt dat je alleen maar bezig bent jezelf zo goed mogelijk te profileren, kan het een enorme boost in je gesprekken geven als je gaat oefenen met het verplaatsen in anderen (opdrachtgever, werknemer, et cetera). Vaak breekt dat een hardnekkig patroon open, met alle positieve ontwikkelingen tot gevolg.

Het gaat veel verder dan hier in het kort staat, maar het is de moeite waard om te onderzoeken! Oefen er eens mee en vergroot op een eenvoudige en snelle manier je effectiviteit in communicatie.

Extra tip: typ in de zoekmachines de termen “perceptuele posities”, “Richard Bandler” en John Grinder”. De laatste twee zijn de grondleggers van NLP, een communicatiemodel gebaseerd op de werk- en denkwijzen van succesvolle communicatoren.


  • 0

Wat?

Category : Blog

Zwijgen is een van de krachtigste vormen van communicatie. Het geeft je de gelegenheid om te luisteren, te kijken en anderszins te observeren. Als je weet waarop je kunt letten, kun je in korte tijd veel informatie registreren, en daar gebruik van maken.

Een van de dingen die je kunt doen, is zwijgen voordat je begint te praten. Dat geeft je de tijd om bijvoorbeeld de volgende drie vragen aan jezelf te stellen:

  • Wat wil ik zeggen?
  • Wat is de reden dat ik het wil zeggen?
  • Wat gebeurt er als ik het niet zeg?

Dat geldt niet alleen in een persoonlijk gesprek, maar ook bij het gebruik van social media. Wat ga je tweeten, waarom ga je het tweeten en wat gebeurt er als je het niet doet?

Dat levert een schat aan informatie op. Vooral de tweede en derde vraag zijn goud waard. Ze zetten je aan het denken over je motieven en je angsten. Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken dat de scherpzinnige tweet die je in gedachten hebt, niet zozeer iets toevoegt, als wel je angst om niet (meer) gezien te worden dempt. Tijdelijk uiteraard. Of je merkt dat je eigenlijk iets anders wilt zeggen.

De vragen zelf zijn al zo oud als de communicatie zelf maar blijven hun frisheid behouden vanwege hun indringende karakter en de genadeloosheid waarmee ze je diepere lagen kunnen blootleggen. Bij regelmatig gebruik – drie keer daags een eetlepel is al voldoende – gaan je communicatie, je geloofwaardigheid en je uitstraling er in korte tijd met sprongen op vooruit.

Zelfreflectie vooraf: bijzonder goed voor je business!