Berehappy

  • 6

Berehappy

Category : Geschrijf

 

Uit de reeks Cafetaria Zuid:

 

Het echtpaar dat de cafetaria runde had werkelijk geen idee van wat er zich bij deze klant achter gesloten deuren afspeelde, en dat was maar goed ook.

Soms kwam hij dagen achtereen niet opdagen, en dan weer drie keer in een week. De ene keer was het om een frietje, de andere keer een broodje kroket, maar altijd – nooit overgeslagen – een berehap om mee te nemen.

Niet zodra dartelde de snack in het borrelend heet en had het echtpaar dat de cafetaria runde de hun zo gewoon geworden frituurstand aangenomen – hij een hand op de toonbank en de blik peinzend naar buiten gericht ;zij prutsend met een theedoek, starend naar de pruttelende frituur – of de klant begon een praatje.

Nu was het echtpaar in het geheel niet verlegen om een praatje, maar ook zeker niet afkerig daarvan. De man zowel als de vrouw van het echtpaar beseften dat ook in de frituurderij enige klantenbinding geen kwaad kon, en veinsden gepaste belangstelling in wat de klant vertelde.

Dan ging het eens over het weer, of soms ook over de politiek – dan had die of deze politicus weer een uitspraak gedaan waar iedereen over viel, en nu was er weer een bonnetjesaffaire van een of  ander; het hield maar niet op.

Het echtpaar luisterde gematigd betrokken zonder ooit de frituur volledig uit het oog te verliezen – het was hun vak, verdorie! – en timede de antwoorden juist en gedoseerd.

Dat was allemaal helemaal niet zo belangrijk verder. Waar het werkelijk om ging bij deze afnemer was de bestelling die hij altijd op het laatst deed. Na lange tijd dit ritueel te hebben meegemaakt leefden de man zowel als de vrouw van het echtpaar dat Cafetaria Zuid exploiteerde inmiddels toe naar dat moment, met een bepaald soort gretigheid die in andere omstandigheden ongepast had kunnen heten. Het kwam altijd, dat moment. Er kon een frikandel of een slaatje aan voorafgaan, smakelijk genuttigd aan de met knus formica beklede tafels onder het warme licht van witte tl-buizen, maar uiteindelijk klonk altijd het verwachte: “Doe nog maar een berehap voor mee te nemen.”

Men kon de toch licht opgebouwde spanning van echtpaars respectieve vier schouders zien glijden na deze woorden: alles klopte nu weer.

“Saus bij, meneer?”

Het hoorde gewoon om het te vragen, maar klant en uitbaters wisten dat er nooit saus bij zijn berehap kwam.

De berehap, in Cafetaria Zuid bereid van mevrouws eigen gehaktrecept, balgewijs geschijfd en gealterneerd aan een daartoe bestemde prikstok met rode ui. Het mocht gezegd: de berehap van zuid was lekker en goed.

“Ik weet het niet,” zei de vrouw als de klant dan was vertrokken; de berehap in een leuk zakje met kittig motief met zich meenemend, “volgens mij is er allemaal niks van aan wat ‘ie zegt.” Daarna viel ze terug in de frituurstand.

“Wat bedoel je?” vroeg haar man. “De man maakt een praatje over het weer, de sport… dat is toch niet zo raar?”

“Ik weet het niet,” zei ze weer. “Hij heeft een blik in zijn ogen die ik niet vertrouw. Het zou me niets verbazen als dat meneertje een wat minder vlekkeloze reputatie onder zijn verder onberispelijke voorkomen verborg.”

De man van het echtpaar staarde haar verbijsterd aan. “Minder vlekkeloze reputatie?,” vroeg hij. “Onberispelijk?” Hij schudde zijn hoofd. “Zit je weer in die flutdetectives te lezen?”

“Thrillers.”

“Wat?”
“Thrillers. Geen detectives.” Ze had een rood hoofd gekregen omdat ze zich betrapt voelde. Een groot deel van haar vocabulaire, en dan vooral het wat deftiger gedeelte, kwam inderdaad van de boekjes uit de serie ‘Inspecteur Flauwke Matzenga’.  De aflevering die ze nu aan het lezen was, ‘Inspecteur Flauwke Matzenga en de geelbevlekte sofa’, bevatte inderdaad exact de zin: “Het zou inspecteur Flauwke Matzenga niets verbazen als dat meneertje een wat minder vlekkeloze reputatie onder zijn verder onberispelijke voorkomen verborg.”

De vrouw had het ademloos gelezen en herlezen, keer op keer, en een nat soort huivering gevoeld toen ze het zachtkens in de schemer van de achterkamer voor zich uitprevelde. Haar man was dan toch net naar de groothandel voor disposables en aanverwante zaken zoals die in de friteerbusiness gretig aftrek vinden, en menig keer verdween haar hand al lezend… enfin; dat deed er natuurlijk verder ook niet toe.

“Goed,” zei haar man. “Thrillers dan. Maar dan nog: je weet toch niet wat die man bezielt? Het is gewoon een klant; iets om hier op te eten en wat voor mee te nemen. That’s all.” Bij dat laatste keek hij een beetje trots: hij kende zijn talen! Een kleine ijdelheid die nochtans door de vingeren gezien mocht worden.

“Nou,” zei de vrouw. “Ik denk dat het mijn vrouwelijke intuïtie is, maar ik weet zeker dat er meer achter zit bij die vent. Ik krijg in elk geval de rillingen van ‘m. Heb je die oogjes wel eens gezien als hij zijn bestelling afrekent en aanpakt?”

“Vast wel. Wat is er met zijn ogen?”

“Die verbergen iets.”

“En vertelt je intuïtie ook wat hij verbergt?”

“Nee, dat weet ik niet.”

“Dat dacht ik al. Nu we het er overigens toch over hebben…” Hij verschoof iets, waardoor zijn hand wat verder aan de rand van de toonbank kwam te liggen. “Hoe lang is het eigenlijk alweer geleden dat ik aan jouw vrouwelijke intuïtie heb gezeten?”

Ze giechelde en frommelde iets heftiger met haar theedoek.

We zullen overslaan wat er die nacht – al dan niet intuïtief – in het huis van het echtpaar dat Cafetaria Zuid runde gebeurde, maar het hele gebeuren met de berehapklant liet de man in elk geval niet los. Niet dat hij er dagelijks mee bezig was, maar zo nu en dan sprongen zijn gedachten weer naar wat zijn vrouw had gezegd. En de middag voor de avond dat de desbetreffende klant terugkwam – hetgeen toeval was: ze wisten nooit wanneer de man zou komen – rees er tijdens het zorgvuldig en liefdevol paneren der garnalenkroketten een plan. Rudimentair weliswaar, maar toch een plan. Hij besloot zijn vrouw er nog niet over te vertellen, die zou de boel alleen maar verpesten. Zichzelf vond hij na jarenlang de meest intieme snackverlangens te hebben vervuld wel aardig onderlegd in de psychologische beschouwingen van de onderliggende motivaties in het gedrag der mensen.

Die avond kwam de man rond half acht binnen, bestelde een frietje pinda en ging aan een van de tafeltjes zitten.

“Let maar eens op die blik straks,” lispelde de vrouw net iets te hard tegen de man.

Nadat de klant het patatje op had draaide hij zich naar de man die allang weer in zijn frituurstand stond en zei: “Doe nog maar een berehap voor mee te nemen.”

De man knikte. “Saus bij, meneer?”

“Nee, bedankt.”

Soepel en vaardig liet de man een berehap in het hete vet glijden en ging een paar spannende momenten tegemoet. Na het krokanteren van ui zowel als gehakt en met de zekerheid dat bij een vettemperatuur van exact 185 graden de hap goed was doorgewarmd, op hetzelfde moment dat de buitenkant knapperig bruin was geworden, viste hij met de roestvrij stalen griptang de snack uit de olie, schudde deze eens goed af met een forste ‘dit is mijn professie’-beweging en deed hem in het openkelkende zakje dat zijn vrouw had klaargelegd. Zijn vrouw stootte hem nog eens naar zij dacht onopvallend aan en waarvan hij maar hoopte dat de klant het niet zag, waarna hij zich omdraaide en zei: “En een berehap voor mee te nemen.” De man stond op en kwam naar de toonbank.

“Wat krijgt u?”

“Vijf euro zestig, alstublieft.”

De klant legde zes euro op de toonbank.

“Het is goed zo hoor.”

“Dank u wel, meneer.”

Dit was het moment. De man pakte het zakje op en hield het de klant voor, die het wilde aanpakken. De man van het echtpaar dat Cafetaria Zuid beheerde echter, liet niet direct los, waardoor hij en de klant een paar ogenblikken via het zakje met elkaar in contact stonden, alsof de man van het echtpaar daarmee hoopte een telepathische boodschap te ontvangen. De klant liet even zijn wenkbrauwen omhoog veren, glimlachte toen vriendelijk alsof hij wist dat er nu dan toch eindelijk eens duidelijkheid en uitsluitsel verschaft diende, en zei: “Mijn vrouw. Die is gek op berehap. Altijd zonder saus.”

“Aha,” zei de man. “Nou, een smakelijk voor mevrouw dan maar.”

“Dank u, en goedenavond.”

“Goedenavond.”

De klant verliet de winkel onder het lusteloos getingel van het belletje boven de deur dat best eens een stofdoek kon hebben, en toog huiswaarts; het hete en bezakte kleinood nauwlettend geschulpt tegen weder en wind, in zijn beschermende hand. Thuis draaide hij de sleutel in het slot, trad binnen, legde het zakje op de long John in de hal en hing zijn jas aan de kapstok. Dan pakte hij het zakje en liep naar de woonkamer, waar zijn vrouw zat.

Hij moest nieuwe kamferballen kopen, bedacht hij. Ze was goed geprepareerd maar na verloop van tijd rook je het toch altijd een beetje.
“Dag schatje,” zei hij, en ging tegenover haar zitten. “Ik heb je lievelingssnack meegebracht.”

Schatje staarde met dode ogen in de verte: het ontzielde lichaam dat ooit zijn vrouw was, leek er niet eens meer op.

Hij peuterde het zakje open en keek naar zijn vrouw terwijl hij de berehap met smaak verorberde. Geen saus bij. Nooit.
En als ze er zin in had konden ze wellicht nog wat lol hebben, later op de avond. Ze sprak eigenlijk nooit tegen, bedacht hij grijnzend.

In Cafetaria Zuid keek de man van het echtpaar dat de cafetaria uitbaatte zijn vrouw aan. Er was net een klant – vier kaaskroketten, twee friet met en twee friet joppiesaus voor mee te nemen – vertrokken.

“Ik heb niets raars gezien, jij wel? Die man neemt gewoon elke keer wat lekkers voor zijn vrouw mee.”

“Nou, misschien had ik het dan fout,” mompelde de vrouw van het echtpaar. De man knikte tevreden.

“Met je intuïtie,” zei hij.

 


6 Comments

Kees van Amersvoort

15 juni, 2013 at 3:33 pm

Hoi Ed,

Behalve de korte stukjes op Facebook had ik nog niet eerder proza van je gelezen. Wat een prachtig, intrigerend verhaal en een fijne schrijfstijl. Ik ben onder de indruk :-). Je doet me een beetje denken aan Roald Dahl ;-). Knap stukje literatuur, mijn complimenten.

Hartelijke groet, Kees

    Ed

    15 juni, 2013 at 3:35 pm

    Thanx Kees, dat doet me goed! En met Roald Dahl als een van mijn helden vind ik dit een groot compliment 🙂

Ellen

15 juni, 2013 at 4:07 pm

Schitterend geschreven zeg. Geboeid gelezen van begin tot eind. En inderdaad een Roald Dahl waardig.

    Ed

    15 juni, 2013 at 4:56 pm

    Dank je wel, Ellen!
    *inmiddels aan het blozen is geslagen*

Marlene Boelaert

15 juni, 2013 at 4:48 pm

Nou je weet er de spanning wel in te houden! Hield ook mijn adem in….héél mooi stukje én fijne schrijfstijl! Proficiat en succes, kijk uit naar de volgende !

Groetjes Marlene

    Ed

    15 juni, 2013 at 4:57 pm

    Dank je wel, Marlene!

Leave a Reply