Category Archives: Recensies

  • 0

Show, don’t tell: Simone van der Vlugt

 

In de schrijverij kent men de uitdrukking: “Show; don’t tell”. Dat betekent het laten spreken van situaties, maar vooral personages door hun uitspraken en handelingen, in plaats van te omschrijven hoe ze zijn, hoe ze zich voelen en wat hun specifieke karaktertrekken zijn. Uit de mate van ‘show’ in plaats van ‘tell’ spreekt de kunst van de auteur. Stephen King is daar een koning in, zoals hij zijn personages tot leven brengt door hun – altijd zeer menselijke maar vaak o zo verdorven – gedrag. Het verschil tussen show en tell zie je in het volgende voorbeeld.

“Moeten we dat meisje niet helpen?” vroeg Elise. “Ze is volgens mij bewusteloos.”
Maar Hendrik was niet iemand die zich om anderen bekommerde.

of:

“Moeten we dat meisje niet helpen?” vroeg Elise. “Ze is volgens mij bewusteloos.”
“Heb je gezien hoeveel mensen hier lopen?” zei Hendrik. “Die bellen 112 wel. Bovendien heb ik honger. Kom, we gaan verder.”

Duidelijk toch?
Deze dan:

Kobus was nogal een vies mannetje.

of:

Kobus waande zich een moment onbespied en draaide een mooi balletje van wat hij uit zijn neus haalde. Met een routinegebaar veegde hij zijn vinger af aan zijn tong en smakkend streek hij de paar vettige slierten haar die hij nog had over zijn schilferige hoofd. Het was een fijne dag, vond hij.

Een Nederlandse auteur die dit principe goed in de vingers heeft, is Simone van der Vlugt. Ze laat haar personages dusdanig handelen en spreken dat ze echt worden: een vereiste voor literatuur waarin je meegezogen wilt worden. Simone verveelt niet met lange omschrijvingen van hoe de spelers in haar verhaal eruitzien en wat voor types het zijn, maar laat ze voor zichzelf spreken. Een vakvrouw dus, wat mij betreft.

Een aanrader:

Simone van der Vlugt: Herfstlied
276 pagina’s
Uitgeverij Anthos

ISBN 9789041412928


  • 0

Interview Carolyn Jess Cooke – De jongen die demonen zag

Category : Recensies

Door Ed Nissink voor Orlando Uitgevers

Hoe is de inspiratie voor De jongen die demonen zag ontstaan?

Veel verschillende dingen bleken inspirerend. Het kernverhaal over de relatie tussen Alex en zijn demon Ruen ontstond uit nieuwsgierigheid die zich ontwikkelde toen ik “Dagboek van een beschermengel” schreef, over demonen. In dat boek onderzoek ik de wereld van engelen diepgaand, maar er zoveel over om te onderzoeken – zeker over demonen; en Ruen bood een mooie kans om dat te doen.
Jaren geleden was ik al geïnspireerd door het boek “Brieven uit de hel” van C.S. Lewis, waarin een demon advies geeft aan een jonge verleider over menselijke eigenschappen en hoe eenvoudig men kon verdwalen. Net als Lewis trachtte ik die wereld te verbeelden.

Daarnaast was het aanvankelijk niet mijn bedoeling om mijn woonplaats Belfast zo nadrukkelijk weer te geven in het boek, bijna als een personage, maar het werd me steeds duidelijker dat Belfast meer dan alleen een plaats of een achtergrond in het boek was, waartegen het verhaal zich afspeelde, en dat ik meer over het verleden en heden van de stad moest accentueren.

Hoe vond je het om een groot deel van het boek vanuit het perspectief van een 10-jarige jongen te schrijven?

Alex was erg belangrijk voor me, en zijn stem kwam heel natuurlijk en als vanzelf naar voren, dus liet ik me door hem leiden gedurende het verhaal.  Het vergde overigens wel een paar kladversies van het verhaal voordat hij me werkelijk toeliet. Ik wist dat er iets aan de hand was met zijn vader, maar het duurde een tijdje voordat de gehele situatie zich ontvouwde en alles duidelijk werd.

Was het moeilijk om je in te leven in de leefwereld van Alex, juist met zijn problemen?

Ik zou willen zeggen dat het in sommige opzichten zelfs een catharsis was, omdat ik zelf in Belfast leefde gedurende de oorlogsjaren en sommige gewelddadigheden aan den lijve heb ondervonden.
Daarnaast had ik een vraag in mijn hoofd terwijl ik over Alex’ problemen schreef: zijn wij het product van onze omgeving? Kan een kind dat in zulke armoede opgroeit, met zo weinig mogelijkheden automatisch dit soort tekortkomingen overwinnen als het volwassen wordt? Als schrijfster ben ik zeer geïnteresseerd in hoe mensen grote obstakels in hun leven overwinnen en er sterker uitkomen. Het verhaal Alex liet me zien hoe dat ging.

Het verhaal raakt regelmatig aan wat wel bekend staat als onzichtbare vrienden. Is dat een verschijnsel dat je uit je eigen jeugd kent? Zo ja: wie was / waren jouw vriend/vrienden?

Nee, ik had geen onzichtbare vrienden, maar ik ben gefascineerd door de verbeelding en de psychologische verschijnselen die daarmee te maken hebben.

Tot aan het einde van het verhaal houd je de lezer in het ongewisse of er inderdaad sprake is van een kinderpsychose. Ken je het verschijnsel psychose, of heb je je kennis omtrent deze aandoening  puur uit onderzoek verworven? Waarom interesseert dit onderwerp je? 

Toen ik begon te schrijven over de beweringen die Alex deed over zijn vriendschap met Ruen werd al snel duidelijk dat hij tekenen vertoonde die er voor de buitenwereld uitzagen als symptomen van een psychische aandoening. Bij het ontwikkelen van Anya’s karakter onderzocht ik nauwgezet en diepgaand de aandoeningen psychose en schizofrenie, maar het bleek dat er een gigantische hoeveelheid informatie is te vinden, die ik allemaal moest zien te filteren en in te passen in haar carrière als psychiater, zoals welke weg ze heeft moeten bewandelen om dit beroep te kunnen uitoefenen. Ik leerde onder meer een en ander over de verschillen tussen de gezondheidszorg in Noord-Ierland en de rest van het Verenigd Koninkrijk, en ook over de impact die de onrusten in Noord-Ierland hadden op de geestelijke gezondheidszorg voor de bevolking. Ik interviewde top-kinderpsychiaters en bezocht een psychiatrische afdeling voor kinderen in Londen. Een psychiater die ik heb geïnterviewd heeft het manuscript een paar keren gecontroleerd op fouten. Uiteindelijk moest ik stoppen met onderzoeken en me concentreren op het verhaal!

Tussen de regels door staat informatie over het verschijnsel demonen. Welke rol speelt het bovennatuurlijke in je leven?

Ik geloof in engelen en demonen maar niet per se zoals ze tegenwoordig worden beschreven. Toen ik “Dagboek van een beschermengel” schreef, liet ik Ruth niet verschijnen met vleugels van witte veren maar in plaats daarvan met vleugels van water; wat overigens ook een praktisch doel diende. In “De jongen die demonen zag” beschrijf ik Ruen niet gewoon als demon, maar specifiek als een hooggeplaatste figuur in de hiërarchie van demonen. Net als C.S. Lewis ben ik geïnteresseerd in hun specifieke taken. Ik denk dat het concept van engelen en demonen mij helpen de menselijke natuurlijk beter te begrijpen.

In het verhaal pleegt de vader van Alex een aanslag op twee politiemannen bij een wachtpost. Ken je, als inwoner van Belfast, soortgelijke incidenten van dichtbij?

Ik heb nooit een moord gezien, hoewel mijn vaders zelfmoord deels het gevolg was van de gewelddadigheden in Noord-Ierland. Ik herinner me bommen die ’s nachts ontploften en de frustratie wanneer delen van de stad niet toegankelijk waren vanwege vuurgevechten. Een soldaat is in de straat naast de mijne doodgeschoten en een familie die een paar deuren verderop woonde is uit het raam gegooid omdat ze de verkeerde religie aanhingen. Ik word nog steeds zenuwachtig van de “Wij tegen zij” mentaliteit die zich in zoveel vormen laat zien.

Wat vond je het leukst en/of meest interessante aan het schrijven van dit boek?

Toen Ruen eindelijk zijn klauwen in Alex sloeg begon ik met een ongelooflijke snelheid te schrijven. Ik geloof dat ik de eerste versie in drie weken tijd voltooide – terwijl ik 9 maanden zwanger was – omdat ik zo enorm benieuwd was wat er aan het einde van het verhaal zou gebeuren. Het kat-en-muis-spel dat Ruen had opgezet was sinister maar tevens erg intrigerend.

Ben je nog op moeilijkheden gestuit bij het schrijven van dit boek?

Het einde! Ik heb enorm getwijfeld over de beste manier waarop het verhaal zou aflopen, omdat ik het belangrijk vond dat de lezer zelf een rol speelde in de beslissing of Ruen echt was of niet.

Als je zou moeten kiezen, met wie van de personages uit je boek zou je dan eens een goed gesprek willen: met Alex of met Anya?

Dat is een moeilijke! Ik denk dat ik het fijn zou vinden om met Anya te praten omdat ik het moederschap met haar gemeen heb, maar ik zou ook met Alex willen praten omdat hij zo’n inspirerende jongen is en ik zou willen uitvinden tot wat voor soort volwassen man hij zou uitgroeien.

Met welk personage in het boek voel je je het meest verbonden, en waarom?

Ik voel me verbonden met alle personages en voel ook empathie met allen. Ik houd van Bev vanwege haar energie en betrokkenheid. Ik houd van de grootmoeder van Alex omdat ze Alex – zoals hij het beschrijft – als een Doberman beschermde. Van Michael houd ik omdat hij zo zijn best doet om het juiste te doen voor Alex. Ik denk dat ik met het meest met Alex heb geïdentificeerd omdat ik net als hij ben opgegroeid in een gewelddadige tijd en omgeving in Belfast en tevens een ouder had met een psychische aandoening.

Je schreef het verhaal vanuit twee hoofdperspectieven: dat van Alex en dat van Anya. Is dat een techniek die je toepast in meer van je boeken?

Nee, het is niet een stijl die ik eerder heb gebruikt, maar het was cruciaal om bij dit verhaal toe te passen, vooral in het richten van de lezers aandacht tussen de mogelijkheden van Ruens bestaan.

De reacties op het boek zijn positief, lovend. Hoe ga je in het algemeen om met kritiek op je werk?

Ik zou kritieken op mijn werk echt niet moeten lezen, maar ik doe het toch. Ik zeg “zou” omdat het boek – wanneer het voltooid is – het eigendom van anderen wordt, en het is aan de lezer hoe het wordt geïnterpreteerd. Ik heb geen controle over hoe mijn werk wordt ontvangen, en intussen hoop ik altijd dat ik bereik wat ik bedoelde en dat mensen het waarderen.

Heb je een fictieve lezer/criticus/muze in gedachten als je schrijft? Iemand, denkbeeldig of echt, die met je meekijkt?

Ik denk dat ik voor intelligente lezers schrijf, die van een niet-alledaagse benadering houden; een beetje uitdagend en enigszins grillig.

In het verhaal kampt Anya met het verlies van haar dochter Poppy, die aan een psychose leed. In hoeverre worden eigen ervaringen – van jezelf of van naasten – hierin weerspiegeld?

Mijn vader pleegde zelfmoord toen ik dertien jaar was en ik begrijp hoe ingewikkeld en ingrijpend een dergelijk verlies kan zijn. Het werpt vragen op die nooit echt beantwoord kunnen worden, en dat is precies wat Anya meemaakt. Dat gezegd hebbende: het verlies van een kind is een afschuwelijke ervaring en ik ben blij dat ik dát nooit heb meegemaakt.

 English version: click here


  • 0

Interview Carolyn Jess Cooke – The Boy Who Could See Demons

Category : Recensies

By Ed Nissink for Orlando Publishers, The Netherlands

 What inspired you to write The Boy Who Could See Demons?

Many different things proved inspirational. The core story about the relationship between Alex and his demon Ruen emerged from a curiosity that developed whilst I wrote The Guardian Angel’s Journal about demons. In that book I explored the world of angels a great deal but there seemed to be so much more to explore in terms of demons, and Ruen provided an opportunity for that. Many years ago I was very inspired by CS Lewis’ The Screwtape Letters – in which a demon gives advice to a junior ‘tempter’ about the human condition and how best to lead us all astray – and like Lewis I was eager to imagine that world.

I didn’t intend on my home town of Belfast featuring so prominently in the book – almost as a character – but increasingly it became apparent that Belfast was more than a setting and that I needed to articulate something about its past and present.

 How did you feel about writing a large part of the story from a 10-years old boys perspective? How did you get under his skin?

Alex was such an important character to me and his voice came naturally and without any force, so I let him guide me through the story. It took a couple of drafts of the book before he really allowed me to get under his skin. I knew that there was an issue with his father but it took a while before the whole situation revealed itself.

Was it hard for yourself to deal with Alex’s problems during the writing process?

I would say it was cathartic it some ways, as I lived during the Troubles and experienced some of the violence there first-hand. I also had a question in my mind when I was writing about Alex’s problems – are we products of our environment? Can a child who grows up in such poverty and with so many disadvantages automatically overcome such shortcomings in his adulthood? As a writer I’m very interested in how people overcome huge obstacles in life and become stronger for it, and Alex’s story showed me how.

 Invisible friend (Ruen) plays an important role in the story. Did you have invisible friends when you where a child? And if you did: what where their names and could you tell me more about them?

No I didn’t have invisible friends but am fascinated by the imaginative and psychological act that takes place in their construction.

Until the end of the book there is no clarity about Alex, is he suffering from psychosis or does he have an invisible friend? Are you familiar with psychosis or did you have knowledge about this disease before you wrote this book? Why does this subject have your interest?

 When I started writing about Alex and his claims of a friendship with Ruen it became clear that he was presenting what looked to the outside world like symptoms of a mental illness. As I developed Anya’s character I researched psychosis and schizophrenia in depth, but it became clear that there was an overwhelming amount of information I needed to process about mental health professionals, the career path she would have taken and protocol in the mental health services. I learned about the differences between the mental health services in Northern Ireland and the rest of the United Kingdom, and also about the impact of the Troubles in Northern Ireland on the mental health of its population. I interviewed top child psychiatrists and visited a child inpatient unit in London, and one of the psychiatrists I interviewed read the manuscript several times to check for errors. Eventually I had to stop researching and concentrate on the story!

Between the lines of the story there is some information about demons. What is the role of the supernatural in your own life?

 I do believe in angels and demons but not entirely in the way they are presented in popular culture. When I was writing about Ruth in The Guardian Angel’s Journal the notion of feathery wings didn’t make sense to me, and so I described her as having wings made of water that serve an entirely practical (and elemental) purpose. In The Boy Who Could See Demons I describe Ruen as not just a demon but as having a particular role in the demon hierarchy – he is a ‘Harrower’ – as Like CS Lewis I was curious about the specifics of their purpose. Fundamentally I think the concept of both angels and demons is significant in helping me understand more about human nature.

 Alex’ father kills two cops. As a citizen of Belfast: did you experience any of such violence in real life?

I never witnessed any killings, though my father’s suicide was affected in part by the violence. I do remember hearing bombs go off at night and feeling frustrated by the riots that meant much of the city was impassable. A soldier was shot dead in the street next to mine and a family several doors down from us was thrown out of their house for being the wrong religion. As such I am very unnerved by the ‘us against them’ mentality that presents itself in so many forms.

Which part of this book was the most fun and/or interesting to write?

When Ruen finally got his hooks into Alex I began writing at an incredible pace. I think I completed the first draft in 3 weeks – while 9 months pregnant – because I was so anxious to find out what happened at the end. The ‘cat and mouse’ game that Ruen set up was very sinister but also very intriguing.

What was the hardest thing in writing this book, and why?

The ending! I dithered vastly over the best way to close the book because it was vital to me that the reader play a role in deciding whether Ruen was real or not.

 If you had to choose: with whom you would like a good conversation: Alex or Anya and could you explain why?

That’s a tough one! I think I’d enjoy talking to Anya because I related to her so strongly as a mother but I’d also like to speak with Alex because he was such an inspirational boy and I would like to find out what kind of man he would grow into.

Is there a character in the book that suits you – with whom you feel connected? And if so, who is it and what is the reason you feel connected?

I felt connected to all the characters and empathized with them all. I loved Bev for her energy and compassion. I loved Alex’s grandmother for being – as Alex describes her – like a Doberman and so fiercely protective of her family. I loved Michael for his determination to do right by Alex. I suppose I identified with Alex the most because like him I grew up in a rough part of a Belfast and witnessed a parent suffer from mental illness.

You wrote the story from two points of view: Alex and Anya. Is that a writing style you also use in other books? And what difficulties and pitfalls does this writing style bring?

No, it’s not a style I’ve used elsewhere but it was crucial to this story, particularly in pitting the reader between possibilities of Ruen’s existence.

 The reviews about The Boy Who Could See Demons are positive. How do you deal with criticism of your work? Do you read reviews anyway and why do or don’t you?

I really shouldn’t read reviews of my work but I do. I say ‘shouldn’t’ because once the book is published it becomes someone else’s property, and it rests on the shoulders of the reader as to how it is interpreted. I have no control over the reception of my work, yet I always hope that I achieve what I set out to achieve and that people like it.

 Do you have a fictional reader or critic in mind when writing? If so, does that influence your writing and in what way?

I think I write for intelligent readers who enjoy something different, a little bit challenging and a little bit quirky.

 In the book, Anya struggles with the loss of her daughter Poppy, who suffered from psychosis. To what extent are your own experiences or the experiences of loved ones reflected in the book?

My father committed suicide when I was thirteen years old and I understand just how complicated and devastating a loss of that kind can be – it throws up questions that can never really be answered, and this is precisely what Anya encounters. That said, the loss of a child is a horrific experience and one I am certainly glad not to have experienced.

 Dutch version: click here

 


  • 0

Interview Alice Hoffman – De duivenhoudsters

Category : Recensies

Door Ed Nissink voor Orlando Uitgevers – juli 2012

 Je schreef dat je eerste bezoek aan Masada een aangrijpende ervaring was, die je heeft geïnspireerd tot het schrijven van De Duivenhoudsters. Wat vond je zo aangrijpend?

 In Masada voelde ik de nabijheid van het verleden heel sterk, en het was alsof ik de stemmen hoorde van de vrouwen die daar zo lang geleden hadden geleefd.

 Wat vond je het leukst en meest interessante aan het schrijven van dit boek?

 Ik vond het vertellen van het verhaal vanuit de verschillende perspectieven van de vier vrouwen geweldig om te doen: ze hebben elk een heel ander gezichtspunt en het was erg leuk om van perspectief te wisselen.

 Ben je nog op moeilijkheden gestuit bij het schrijven van dit boek?

 Toen ik een deel van het manuscript had geschreven, besefte ik dat ik weliswaar kon blijven onderzoeken maar dat er altijd meer te leren zou overblijven: ik kon eenvoudigweg niet alles over deze oude wereld leren. Toen heb ik besloten om me verder op de personages en hun levens te richten.

 Is er een personage in het boek dat bij je past, of met wie je je verbonden voelt? Wie is dat en waar bestaat die verbondenheid uit?

 Ik voelde en voel me verbonden met alle personages – tijdens het schrijven leefden ze in me, op een diepgaande manier. Als ik één van de personages moet kiezen zou dat Jael zijn, omdat ze zoveel verandert gedurende het verloop van het verhaal.

  Op welke wijze voel je je met geschiedenis in het algemeen en met de geschiedenis van het oude Israël verbonden?

 Ik voelde me pas verbonden met de geschiedenis van het oude Israël vanaf het moment dat ik onderzoek begon te doen en erover ging schrijven.

  Je beschrijft de ontberingen van Jael in de woestijn zeer gedetailleerd en overtuigend. Heb je puur vanuit je verbeeldend vermogen geschreven, of ken je zelf dergelijke ontberingen?

 Ik heb Masada bezocht in het heetst van de zomer, zodat ik een idee had van de atmosfeer. Daarna ben ik nog eens teruggegaan in de winter. Zodoende kon ik me een voorstelling maken van het klimaat en de wisselingen van het seizoen. Sommige details komen voort uit onderzoek, maar veel komt vanuit mijn voorstelling hoe het leven daar toentertijd moet zijn geweest.

 Jael ontwikkelt zich als een sterke vrouw; een leeuwin, en dat onder de toen bestaande wetten en regels die gehoorzaamheid van vrouwen vereisten. Ken je die kracht, die hang naar onafhankelijkheid in je eigen leven?

 Ik denk dat ik het boek schreef om te leren van deze vier vrouwen, en ze hebben me inderdaad veel geleerd omtrent overlevingskracht.

  Het boek bevat magie, onder meer gebruikt door Sjira, maar ook door anderen. Welke rol speelt magie in je leven?

 Voor mij zijn magie en literatuur met elkaar vervlochten. Ik was verrast te ontdekken dat magie zo met de oude wereld was verstrengeld. Magie, religie en geneeskunde waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

  In het boek spelen rituelen een belangrijke rol: je beschrijft de rituelen tot in detail. Wat betekenen rituelen voor jou?

 In mijn persoonlijke leven komen rituelen niet voor, maar ik denk dat ze in de oude wereld een belangrijk onderdeel vormden voor mensen van alle geloven.

  Regelmatig wordt in De duivenhoudsters benadrukt hoe de vrouwen elkaar aanvoelen, vaak zonder woorden, en dat ze snel weten wat er werkelijk aan de hand is met de ander. Herken je deze vorm van intuïtie in je eigen leven? Hoeveel waarde hecht je aan intuïtie?

 Intuïtie bestaat tussen mensen die een emotionele band hebben.  Ik vind dat mensen aandacht moeten besteden aan hun intuïtie, het is een innerlijk weten.

  De sterke band tussen de vrouwen is zeer overtuigend beschreven. Herken je deze band in je eigen leven? Hoe?

 Veel van mijn innigste banden waren met vrouwen, zowel uit mijn familie als onder mijn vrienden. Vrouwen in de oude wereld hadden een eigen, aparte wereld van rituelen en ervaringen. Ik denk dat dit nog steeds geldt voor de moderne vrouw en haar relaties.

  Naast de gezusterlijke band tussen de vrouwen is er ook sprake van een sterke verbinding tussen grootmoeder en kleinkinderen. In welk opzicht speelt of speelde dat in je eigen leven een rol?

 Ik ben opgevoed door mijn alleenstaande moeder, en was erg close met mijn grootmoeder – zij waren de twee mensen die de grootste invloed hadden in mijn leven. Dat is de reden dat ik vaak over de verbinding tussen vrouwen schrijf.

  Wat vond je het moeilijkste bij het schrijven van De duivenhoudsters?

 Het moeilijkste gedeelte vond ik dat het onderwerp waarover ik schreef zo uitgebreid is. Er was zoveel onderzoek te doen en, nog belangrijker, ik wilde dat het verhaal recht doet aan de vrouwen uit die tijd, die hun eigen verhaal niet konden vertellen. Dat voelde als een grote verantwoordelijkheid.

  Elk van de vier vrouwen in het boek vertelt haar eigen verhaal. Is er, in aansluiting op de hoofdlijnen van het verhaal, een gemeenschappelijk aspect, een thema dat hen verbindt?

 Het thema dat de vrouwen met elkaar verbindt is hun besluit om hoe dan ook te overleven. Uiteindelijk is dit een verhaal over verlies, overleven en ook over de liefde die ze voor elkaar en voor hun kinderen in hun leven voelen.

  Je hebt het verhaal geschreven vanuit vier verschillende perspectieven (de vier vrouwen); en toch komen de verhaallijnen naadloos bij elkaar, wat prachtig is gedaan. Is dat een manier van schrijven die je in meer van je boeken toepast? En welke moeilijkheden of valkuilen brengt dat met zich mee?

 Ik heb nooit eerder vanuit vier perspectieven geschreven in één roman. Ik wilde elke vrouw tot leven brengen met haar eigen, unieke stem. Aan het einde komen deze stemmen bij elkaar om één verhaal te vertellen. Het was moeilijk, maar ik heb er ook plezier aan beleefd. En ik gebruik de techniek van verschillende stemmen ook in de roman waar ik nu aan werk.

Click here for English version


  • 0

Interview Alice Hoffman – The Dovekeepers

Category : Recensies

Ed Nissink for Orlando Publishers

You wrote that your first visit to Masada was a harrowing experience that has inspired you to write this book. What exactly did you find so moving?

A: At Masada I felt the nearness of the past, and felt as though I could heart the voices of the women who had lived there so long ago.

What did you find the most interesting and fun in writing this book?

A: I loved telling the story from the point of view of four very different women – each one is very different, and it was fun to switch perspectives.

Did you face any difficulties while writing this book? If so, could you give some examples?

A: I realized part of the way through that I could research the novel forever and still have more to learn. I simply couldn’t learn everything about the ancient world, so I decided to focus on my characters and their lives.

Is there a character in the book that suits you – with whom you feel connected? And if so, who is it and what is the reason you feel connected?

A: I still feel connected to all of the characters – they have really stayed with me in a very deep way. If I had to choose one character who meant the most to me, I would have to say Yael, who changes so much during the course of the novel.

Does history in general and about Israel in particular play an important role in your life? If so, how?

A: I didn’t feel connected to the history of ancient Israel until I began to research and write about that time period.

You describe the hardships of Jael in the desert very evident and detailed. How did you accomplish?: Is it your imagination or did you experience hardships yourself?

A: I visited the area of Masada during the heat of summer, and so I had some sense of the atmosphere. I returned during the winter so I could again have a sense of the weather. Some of the detail came from my research, but much came from imagining what a life led at the fortress would be there.

Jael is emerging as a strong woman, a lioness, under the pressure of the prevailing laws that demands submission of a woman. Is that power also a theme in your own life?

A: I think I wrote the book so that I might learn from these four women, and certainly they did teach me a great deal about survivorship.

The book mentions some magic – used by Sjira, but also by others. What is the role of magic in your life?

A: For me magic and literature are braided together. I was surprised to find magic so pervasive in the ancient world. Magic, religion, and medicine were all interwoven.

There is also an important role for rituals in the book., You wrote very credible about it and you almost described them casually What do rituals mean to you?

A: Rituals don’t figure into my own personal life, but I think in the ancient world they were a touchstone for all people in all faiths.

Throughout the book it is repeatedly pointed out how women understand and feel each other wordlessly, they often know what is happening. Do you recognize this kind of intuition yourself? Leads your intuition you through life? How much value do you attach to intuition?

A: Intuition can be found between most people who are emotionally attached. I do think people should pay attention to their own intuition, their of inner sense of the world.

The strong bond that occurs between women is convincingly reflected in the book. Is it a band you recognize yourself? How?

A: Many of my closest bonds have been with women, with family and friends. Certainly, in the ancient world women had a separate world of ritual and experience. In some ways, I think this is true today for modern women in their relationships.

Besides the sisterly bond between women, there is also the bond between grandmother and grandchildren. How does this bond reflect in your own life?

A: I was raised by a single mother, and was very close to my grandmother – they were the biggest I influences in my life and so it makes sense that I often write about the bonds between women.

What was the hardest thing in writing this book, and why?

A: The hardest part was how huge a canvas I was writing about — there was so much research, and even more importantly, I wanted to do justice to the story of these ancient women who couldn’t tell their own stories. That felt like a big responsibility.

As each of the four women tell their own story: is there in addition to the main story, a common aspect in their lives; a theme that binds them?

A: I think the theme that binds them is their decision to do their best to survive. Ultimately, this is a story of survival, and of lost, and also of the love they all share for each other and for the children in their lives.

You wrote the story from four different points of view (the four women); still the storylines come together seamlessly, which is beautiful done. Is that a writing style you use in more of your books? And what difficulties and pitfalls does this writing style bring?

A: I haven’t before written from four points of view in one novel. I wanted each woman to come alive with her own unique voice. In the end these voices come together to form one story. It was difficult, but I also enjoyed it – and am using the technique of separate voices in the new novel I’m currently working on.

 Dutch version – click here


  • 0

Gedegen thrillers: Esther Verhoef

Als ik aan thrillers van sommige Nederlandse auteurs denk, komt het woord ‘gedegen’ in me op. En dat heeft niet te maken met de kwaliteit van het verhaal (die is meestal goed), of met de spanning (die zit er altijd in), maar met de manier waarop er aandacht is besteed aan de kunst van het schrijven zelf. Ik heb een tijd geleden Rendez-vous van Esther Verhoef uitgelezen en was blij vermaakt. Deze psychologische thriller steekt goed in elkaar, biedt een mooi kijkje op het ‘Frankrijk-avontuur’ waar zovelen van dromen, en bevat naast een sterke verhaallijn en plot ook aansprekende karakters.

Het aloude ‘wie is te vertrouwen en wie vooral niet?’ wordt fijntjes uitgewerkt en als man had ik er geen enkele moeite mee om samen met de vrouwelijke hoofdpersoon uit het verhaal mee te leven. Ik heb genoten van het mooie boek. Ik lees graag en veel, maar het komt niet zo vaak voor dat ik een boek moeilijk kan wegleggen. Bij Rendez-vous van Esther Verhoef was dat wel degelijk het geval, net als bij boeken van Saskia Noort en Simone van der Vlugt. Deze drie dames weten me aan de bladzijden gekluisterd te houden. Over boeken door Saskia Noort en Simone van der Vlugt kom ik later nog te schrijven.

Een aanrader dus, wat mij betreft.

Esther Verhoef: Rendez-vous
334 pagina’s
Uitgeverij Anthos
ISBN 9041414452


  • 0

Nicholas Evans

De naam Nicholas Evans zegt veel mensen niets, en doet bij sommigen een mapje rammelen: ‘Ik heb die naam wel eens gehoord of gelezen, geloof ik.’ Toch kent een groot aantal mensen een van zijn boeken en/of de verfilming daarvan. Toen in 1995 The Horse Whisperer, (De Paardenfluisteraar) uitkwam, werd Evans snel beroemd. Daarvoor was hij freelance scenarioschrijver van documentaires en films, die hij meestal ook zelf produceerde. Hij kon daar maar moeilijk van leven en het succes van De Paardenfluisteraar zal op een prachtig moment gekomen zijn, veronderstel ik. Het is ook een prachtig verhaal met klassieke elementen: een liefde die gedoemd is te mislukken, onderliggende motivaties van de personages, en een flinke dosis humor en spanning.

Het verhaal van het door een ongeluk verminkt meisje en haar net zo beschadigde paard is slechts de bovenste laag. De moeder van het meisje gaat op zoek naar een paardenfluisteraar en vindt de beste. Ze zet alles op alles om deze paardenfluisteraar in te huren. Uiteindelijk lukt dat, en het geeft een ontroerend verhaal. Maar daaronder suddert een veel interessantere laag. Lijkt de moeder aanvankelijk op zoek te zijn naar genezing van de trauma’s van het paard; uiteindelijk zoekt ze genezing voor zichzelf, voor haar masker van prestige en macht. De macht slaat om in onmacht en mooie, menselijke drama’s komen naar boven.

Door die twee lagen heen lopen nog de draden van het meisje, dat zo haar eigen trauma’s heeft; de eenzame paardenfluisteraar die in een liefdesdilemma geraakt, en een klein draadje van de vader in het gezin, die (zoals het bij een klein draadje hoort) het grootste deel van het verhaal ver weg is. Het is mijns inziens een van de weinige boeken die geweldig verfilmd is, alleen vind ik het jammer dat het einde van de film verschilt van het boek. Als je het nog niet hebt gelezen: doen. En het is helemaal geen straf om daarna de film ook nog eens te zien.

Na De paardenfluisteraar heeft Nicholas Evans meer boeken geschreven, en twee daarvan vind ik zeer de moeite waard. Als je van mooie, goed en gedegen opgebouwde literatuur houdt, kan ik je ze aanbevelen. Als je googlet op de titels, krijg je wat beschrijvingen te zien. Het zijn:

Nicholas Evans – De Wolvenlus (the Loop)
419 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9022524086

Nicholas Evans – De Rookspringer
411 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9022530302

En uiteraard:

Nicholas Evans – De paardenfluisteraar
330 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9046120554