Geïnterviewd door Advaita Nederland

  • 1

Geïnterviewd door Advaita Nederland

Category : Artikel

Ed Nissink interview

Advaita Nederland interviewt Ed Nissink:

AN: Hoi Ed, de eerste vraag. Welke link – of wat versta jij onder – heb je met nondualiteit?

Ed: Goedemorgen AN, Als tekstelaar neem ik het woord letterlijk, en versta ik er onder: niet duaal, polair zijn. Ik interpreteer dat als een ontkenning van het gegeven dat een deur twee kanten heeft. De link die ik er mee heb, is mijn interesse in polariteiten en of het mogelijk is deze te ontstijgen in dit leven op aarde. Dat boeit me mateloos en ik volg de advaitanen belangstellend in hun theorieën.

AN: En is het mogelijk deze ‘te ontstijgen in dit leven’?

Ed: Ik weet het niet zeker. Ik heb een aantal ervaringen gehad waarbij ik totaal verbonden was met alles. Toentertijd was dat pure vrede en rust; achteraf heeft dat een terugverlangen gegeven naar meer van die ervaringen. Ik vermoed dat het ervaringen van één-zijn waren, die verbondenheid met alles en iedereen: ik was de wereld en de wereld was mij. En ik viel er tussenuit, zogezegd. Alles was in orde, terwijl mijn aardse leven dat absoluut niet was. Ik denk dat het mogelijk is om de dualiteit – althans tijdelijk maar wellicht allengs langer – te ontstijgen. Of zoiets is aan te leren is een ander verhaal.

AN: Mooie beschrijving! Verder weet je het niet zeker, schrijf je, maar wat weet je dan niet zeker?

Ed: Ik weet niet zeker of het mogelijk is expres, bewust, de dualiteit te ontstijgen. Ik hoor en lees er een hoop mensen over praten en schrijven, maar tot nu toe blijft dat voor mij gedweep met anderen, eigenpijperij, zelfbef of wensdenken.

AN: Hahaha! …Anders geformuleerd: valt nondualiteit voor jou per se onder een ervaring? Binnen Advaita heeft Het/Brahman geen kenmerken. Het Ene valt niet onder een of andere ervaring, zo wordt er namelijk ook over gedacht.

Ed: Voor mij is het eerder een abstract, een begrip en een aanduiding dan een ervaring, alleen zijn het mijn ervaringen geweest die nondualiteit inzichtelijk maakten. Ze hebben me ook doen ophouden met zoeken naar ‘de verlossing’. Die zit wat mij betreft niet in de ervaring, inderdaad. Nondualiteit is, en heeft mij niet nodig om dat te verklaren of te ervaren, zoals een koe in de wei poept, ongeacht of er iemand kijkt of niet en ongeacht of er iemand in de buurt is die koepoepen tot de nieuwe rage verklaart en zichzelf tot master-bullshit uitpoept. Eh.. uitroept. Wat mij vooral boeit is de uitleg die volgelingen aan iets geven. Dat geldt niet alleen voor advaita maar voor zo’n beetje alles wat ooit is gezegd en opgeschreven. Men – ik ook – gaat ermee aan de haal. Dat maakt het aan de ene kant lastig (vooral toen ik nog zocht) en aan de andere kant prachtig om te beschouwen. Nou ja, ik heb je netjes van tevoren gezegd hè, dat ik niet verlicht of ter zake kundig ben, hahaha. Dus nee: geen ervaring maar een abstract.

AN: Is dat ‘abstract’ je ware wezen?

Ed: Zo kun je het zeggen. Mijn ware wezen is god. In die zin dus abstract en ook niet abstract. Abstract in de geest, en tezelfdertijd is alles vervuld van en doortrokken met god. Dat weten en herinneren is terugkomen naar mijn ware wezen.
Tot ik weer word afgeleid door mijn eigen gebemoei met mezelf en mijn leven. Als ik het leven, god, alles, door me heen kan laten werken is er nooit iets aan de hand; dan is het stil en vredig en kan ik doen wat het leven, wat god van me wil. Dan kan ik werken en dienen, en sta ik er niet steeds zelf tussen te ouwewijven van ‘Ja, maar dit zou toch zo moeten, en dat moet ook anders,’ en dat soort in de wegzitterij. Het ware wezen is datgene of diegene die door je heen kan werken, als je het kunt opbrengen je er niet mee te bemoeien. Ik vind dat wel abstract ja.
Er schoot me net een favoriet te buiten; een uitspraak van Alexander Smit. “Het enige probleem dat jullie allemaal hebben is de ziekelijke belangstelling voor jezelf” Dat zie ik inderdaad veel, bij mezelf en bij anderen. En ik vind het vaak geweldig leuk, dat wel. En op ons mooie wereldwijde web kun je eraan toevoegen: de bemoeienissen met elkaar. Prachtig theater.

AN: Je schrijft hier eerder: toen je nog zocht. Wat deed jou ooit gaan zoeken?

Ed: De heimwee, het verlangen naar terug. Als klein kind staarde ik verbijsterd om me heen en vroeg me af hoe ik hier (het leven op aarde) zo snel mogelijk weer weg kon komen. Dat heeft een kleine 50 jaar geduurd, die verbijstering. En het is die schrijnende pijn geweest, dat gevangen zitten in een lijf en de aardse wetten die me deden zoeken naar verlossing uit die belemmering.

AN: Toen kwamen je ervaringen en liet je het zoeken los. Hoe, wanneer, in welke omstandigheden kwamen deze ervaringen?

Ed: Een ervaring was op Ameland. Ik zat in het zand op het strand en ik keek en luisterde naar de zee terwijl ik wat met het zand speelde. En ineens was ik ‘weg’. Ik was toen iets van vier jaar. Dat heeft iets van een half uurtje geduurd; waarschijnlijk tot mijn vader of moeder iets zei. Een tijdje later was ik aan het verdrinken in een plas waar we zwommen. Ik was ‘m gesmeerd en mijn moeder kon me niet vinden. Ik kon niet zwemmen en stapte in een diepe kuil in het water. Terwijl het water mijn longen vulde, werd de onderwaterwereld prachtig en ik zweefde weg. Ik heb gevochten als een leeuw toen mijn moeder me ontdekte en uit het water viste. Jaren later was ik in een klooster in Thailand en sprak daar met een monnik over de vechtsporten waar hij en ik mee bezig waren. Mijn eerste boek was net uitgegeven en ik wist niet wat ik verder zou gaan doen met dat schrijven; ook daar spraken we over. Ik had een Thai bij me die tolkte en ineens viel alles weg. Ik keek in de ogen van de monnik en hij in de mijne en er was alleen nog puur zijn, zonder taal, zonder woorden. Ik hoorde van de tolk dat we zo’n 20 minuten naar elkaar hebben zitten kijken en dat het ‘holy’ aandeed. Na die ervaring heb ik volkomen ontspannen mijn andere boeken voltooid. Weer jaren later, tijdens een weekje duiken in Egypte; ik had net gedoken en een wilde dolfijn gezien, die nieuwsgierig om me heen zwom; dat was leuk en mooi. We zaten met een groepje duikers aan de kust van de Rode Zee, in de woestijn. De stam daar zorgde voor eten en er liepen een paar doofstomme kinderen die voor een paar centen armbandjes voor je wilden vlechten.
Na het duiken zat ik in een tentje, met twee van die kinders en hun vader wat te kwebbelen en ik bedacht hoe bijzonder taal is, vooral op dat moment tussen doofstomme kinderen. Ze gingen weg, ik bleef achter en ‘verdween’ opnieuw. Dat heeft volgens mij een halve dag geduurd. In die tijd was ik heel druk met mijn werk als docent communicatie en de opleiding die ik had
opgezet. Te druk. Daarna kwam er meer rust. Maar het stoppen met zoeken kwam toen mijn vrouw en ik een periode van jarenlange ellende hadden gehad en niet meer wisten wat we nog konden doen. De ellende beschrijf ik hier niet. Maar we zaten diep in de ‘donkere nacht van de ziel’ zoals dat zo mooi heet. En na die desolatie, die ongelooflijke verlatenheid waarbij we niets voor elkaar of onszelf konden betekenen, begon het loslaten. Vlak daarop hebben we allebei een ervaring van een paar dagen gehad waarbij ik en mij, zij en wij, daar en hier volkomen één waren. Toen beseften we dat er niets te zoeken valt, dat er hooguit meer te weten en ervaren is, maar dat dat niets van doen heeft met ‘zijn.’ Toen is het zoeken dus gestopt.

AN: Ed, dank voor je rijke uiteenzetting! Heb je een advies voor zoekers?

Ed: Ik ben ontroerd door de snelheid waarmee je me in een interview over nondualiteit tot zoveel duale uitspraken hebt kunnen bewegen met je vragen. Ik maak een buiging. Een advies aan zoekers. Voer het zoeken op tot ongekende hoogten en snelheden, tot het obsessief, krampachtig en wanhopig wordt, en je denkt dat je er niets meer bij kunt hebben; doe er dan nog meer bij. Dat is de snelste manier om het zoeken te laten eindigen, naast een hoop leed. Het is de Aikido-manier: meegeven en versterken, waardoor het ombuigt. Als je valt: spring dan. Neem het leven in de heupzwaai en je zult zien hoe dit tot een gezamenlijke dans van jou en je leven verwordt, zwierend en zwaaiend op de kosmische muziek die ontwikkeling heet. Tijdens het dansen ont-wikkel je letterlijk. Tot de spoeling zo dun is dat er geen zoek, zoeker en zoeken meer zijn. Door het duister naar het licht. En maak in de tussentijd zoveel mogelijk anderen blij. Dat is een van de snelste wegen naar verlossing. Dank je, AN, ik vond het leuk en een goed begin van de week!
AN: Jij ook bedankt voor je kleurrijke reacties!

Van Ed Nissink verschenen diverse boeken, oa:
Dat is dan je familie
Het is voor je eigen bestwil
Het geheim van Chi


1 Comment

Anneke Ritmeester

15 december, 2016 at 8:55 am

Al intresseerd en boeit het je maar een dag dan is dat een verrijking in je leven

Leave a Reply