Interview Carolyn Jess Cooke – De jongen die demonen zag

  • 0

Interview Carolyn Jess Cooke – De jongen die demonen zag

Category : Recensies

Door Ed Nissink voor Orlando Uitgevers

Hoe is de inspiratie voor De jongen die demonen zag ontstaan?

Veel verschillende dingen bleken inspirerend. Het kernverhaal over de relatie tussen Alex en zijn demon Ruen ontstond uit nieuwsgierigheid die zich ontwikkelde toen ik “Dagboek van een beschermengel” schreef, over demonen. In dat boek onderzoek ik de wereld van engelen diepgaand, maar er zoveel over om te onderzoeken – zeker over demonen; en Ruen bood een mooie kans om dat te doen.
Jaren geleden was ik al geïnspireerd door het boek “Brieven uit de hel” van C.S. Lewis, waarin een demon advies geeft aan een jonge verleider over menselijke eigenschappen en hoe eenvoudig men kon verdwalen. Net als Lewis trachtte ik die wereld te verbeelden.

Daarnaast was het aanvankelijk niet mijn bedoeling om mijn woonplaats Belfast zo nadrukkelijk weer te geven in het boek, bijna als een personage, maar het werd me steeds duidelijker dat Belfast meer dan alleen een plaats of een achtergrond in het boek was, waartegen het verhaal zich afspeelde, en dat ik meer over het verleden en heden van de stad moest accentueren.

Hoe vond je het om een groot deel van het boek vanuit het perspectief van een 10-jarige jongen te schrijven?

Alex was erg belangrijk voor me, en zijn stem kwam heel natuurlijk en als vanzelf naar voren, dus liet ik me door hem leiden gedurende het verhaal.  Het vergde overigens wel een paar kladversies van het verhaal voordat hij me werkelijk toeliet. Ik wist dat er iets aan de hand was met zijn vader, maar het duurde een tijdje voordat de gehele situatie zich ontvouwde en alles duidelijk werd.

Was het moeilijk om je in te leven in de leefwereld van Alex, juist met zijn problemen?

Ik zou willen zeggen dat het in sommige opzichten zelfs een catharsis was, omdat ik zelf in Belfast leefde gedurende de oorlogsjaren en sommige gewelddadigheden aan den lijve heb ondervonden.
Daarnaast had ik een vraag in mijn hoofd terwijl ik over Alex’ problemen schreef: zijn wij het product van onze omgeving? Kan een kind dat in zulke armoede opgroeit, met zo weinig mogelijkheden automatisch dit soort tekortkomingen overwinnen als het volwassen wordt? Als schrijfster ben ik zeer geïnteresseerd in hoe mensen grote obstakels in hun leven overwinnen en er sterker uitkomen. Het verhaal Alex liet me zien hoe dat ging.

Het verhaal raakt regelmatig aan wat wel bekend staat als onzichtbare vrienden. Is dat een verschijnsel dat je uit je eigen jeugd kent? Zo ja: wie was / waren jouw vriend/vrienden?

Nee, ik had geen onzichtbare vrienden, maar ik ben gefascineerd door de verbeelding en de psychologische verschijnselen die daarmee te maken hebben.

Tot aan het einde van het verhaal houd je de lezer in het ongewisse of er inderdaad sprake is van een kinderpsychose. Ken je het verschijnsel psychose, of heb je je kennis omtrent deze aandoening  puur uit onderzoek verworven? Waarom interesseert dit onderwerp je? 

Toen ik begon te schrijven over de beweringen die Alex deed over zijn vriendschap met Ruen werd al snel duidelijk dat hij tekenen vertoonde die er voor de buitenwereld uitzagen als symptomen van een psychische aandoening. Bij het ontwikkelen van Anya’s karakter onderzocht ik nauwgezet en diepgaand de aandoeningen psychose en schizofrenie, maar het bleek dat er een gigantische hoeveelheid informatie is te vinden, die ik allemaal moest zien te filteren en in te passen in haar carrière als psychiater, zoals welke weg ze heeft moeten bewandelen om dit beroep te kunnen uitoefenen. Ik leerde onder meer een en ander over de verschillen tussen de gezondheidszorg in Noord-Ierland en de rest van het Verenigd Koninkrijk, en ook over de impact die de onrusten in Noord-Ierland hadden op de geestelijke gezondheidszorg voor de bevolking. Ik interviewde top-kinderpsychiaters en bezocht een psychiatrische afdeling voor kinderen in Londen. Een psychiater die ik heb geïnterviewd heeft het manuscript een paar keren gecontroleerd op fouten. Uiteindelijk moest ik stoppen met onderzoeken en me concentreren op het verhaal!

Tussen de regels door staat informatie over het verschijnsel demonen. Welke rol speelt het bovennatuurlijke in je leven?

Ik geloof in engelen en demonen maar niet per se zoals ze tegenwoordig worden beschreven. Toen ik “Dagboek van een beschermengel” schreef, liet ik Ruth niet verschijnen met vleugels van witte veren maar in plaats daarvan met vleugels van water; wat overigens ook een praktisch doel diende. In “De jongen die demonen zag” beschrijf ik Ruen niet gewoon als demon, maar specifiek als een hooggeplaatste figuur in de hiërarchie van demonen. Net als C.S. Lewis ben ik geïnteresseerd in hun specifieke taken. Ik denk dat het concept van engelen en demonen mij helpen de menselijke natuurlijk beter te begrijpen.

In het verhaal pleegt de vader van Alex een aanslag op twee politiemannen bij een wachtpost. Ken je, als inwoner van Belfast, soortgelijke incidenten van dichtbij?

Ik heb nooit een moord gezien, hoewel mijn vaders zelfmoord deels het gevolg was van de gewelddadigheden in Noord-Ierland. Ik herinner me bommen die ’s nachts ontploften en de frustratie wanneer delen van de stad niet toegankelijk waren vanwege vuurgevechten. Een soldaat is in de straat naast de mijne doodgeschoten en een familie die een paar deuren verderop woonde is uit het raam gegooid omdat ze de verkeerde religie aanhingen. Ik word nog steeds zenuwachtig van de “Wij tegen zij” mentaliteit die zich in zoveel vormen laat zien.

Wat vond je het leukst en/of meest interessante aan het schrijven van dit boek?

Toen Ruen eindelijk zijn klauwen in Alex sloeg begon ik met een ongelooflijke snelheid te schrijven. Ik geloof dat ik de eerste versie in drie weken tijd voltooide – terwijl ik 9 maanden zwanger was – omdat ik zo enorm benieuwd was wat er aan het einde van het verhaal zou gebeuren. Het kat-en-muis-spel dat Ruen had opgezet was sinister maar tevens erg intrigerend.

Ben je nog op moeilijkheden gestuit bij het schrijven van dit boek?

Het einde! Ik heb enorm getwijfeld over de beste manier waarop het verhaal zou aflopen, omdat ik het belangrijk vond dat de lezer zelf een rol speelde in de beslissing of Ruen echt was of niet.

Als je zou moeten kiezen, met wie van de personages uit je boek zou je dan eens een goed gesprek willen: met Alex of met Anya?

Dat is een moeilijke! Ik denk dat ik het fijn zou vinden om met Anya te praten omdat ik het moederschap met haar gemeen heb, maar ik zou ook met Alex willen praten omdat hij zo’n inspirerende jongen is en ik zou willen uitvinden tot wat voor soort volwassen man hij zou uitgroeien.

Met welk personage in het boek voel je je het meest verbonden, en waarom?

Ik voel me verbonden met alle personages en voel ook empathie met allen. Ik houd van Bev vanwege haar energie en betrokkenheid. Ik houd van de grootmoeder van Alex omdat ze Alex – zoals hij het beschrijft – als een Doberman beschermde. Van Michael houd ik omdat hij zo zijn best doet om het juiste te doen voor Alex. Ik denk dat ik met het meest met Alex heb geïdentificeerd omdat ik net als hij ben opgegroeid in een gewelddadige tijd en omgeving in Belfast en tevens een ouder had met een psychische aandoening.

Je schreef het verhaal vanuit twee hoofdperspectieven: dat van Alex en dat van Anya. Is dat een techniek die je toepast in meer van je boeken?

Nee, het is niet een stijl die ik eerder heb gebruikt, maar het was cruciaal om bij dit verhaal toe te passen, vooral in het richten van de lezers aandacht tussen de mogelijkheden van Ruens bestaan.

De reacties op het boek zijn positief, lovend. Hoe ga je in het algemeen om met kritiek op je werk?

Ik zou kritieken op mijn werk echt niet moeten lezen, maar ik doe het toch. Ik zeg “zou” omdat het boek – wanneer het voltooid is – het eigendom van anderen wordt, en het is aan de lezer hoe het wordt geïnterpreteerd. Ik heb geen controle over hoe mijn werk wordt ontvangen, en intussen hoop ik altijd dat ik bereik wat ik bedoelde en dat mensen het waarderen.

Heb je een fictieve lezer/criticus/muze in gedachten als je schrijft? Iemand, denkbeeldig of echt, die met je meekijkt?

Ik denk dat ik voor intelligente lezers schrijf, die van een niet-alledaagse benadering houden; een beetje uitdagend en enigszins grillig.

In het verhaal kampt Anya met het verlies van haar dochter Poppy, die aan een psychose leed. In hoeverre worden eigen ervaringen – van jezelf of van naasten – hierin weerspiegeld?

Mijn vader pleegde zelfmoord toen ik dertien jaar was en ik begrijp hoe ingewikkeld en ingrijpend een dergelijk verlies kan zijn. Het werpt vragen op die nooit echt beantwoord kunnen worden, en dat is precies wat Anya meemaakt. Dat gezegd hebbende: het verlies van een kind is een afschuwelijke ervaring en ik ben blij dat ik dát nooit heb meegemaakt.

 English version: click here


Leave a Reply