Schrijversgereedschap: dialoogattributie

  • 2

Schrijversgereedschap: dialoogattributie

Category : Blog

Een van de dingen waaraan je goed of minder goed schrijfwerk kunt herkennen, is de dialoogattributie; de manier waarop de auteur dialogen opschrijft. Een gulden regel in het schrijven – vooral van proza – is om zo weinig mogelijk bijwoorden te gebruiken naast de dialogen. Als je wilt weten hoe bijwoorden in dialoogattributie worden gebruikt, kun je overwegen eens een paar euro’s neer te tellen voor een streekromannetje, zoals je die bij de supermarkt kunt kopen: korte verhalen (ca. 22.000 woorden) met een eenvoudige opbouw en plot. Die boekjes worden veel verkocht, begreep ik, en ik kan het me best voorstellen. Als je zin hebt om tussendoor iets te lezen, niet zit te wachten op al te veel geestelijke belasting en het je niet zoveel uitmaakt of er aan zinsconstructie is gewerkt is een streek-, dokters-, kasteel- of stadsroman ideaal. In deze lectuur kun je de bijwoorden vinden die in andere literatuur wordt vermeden.

“Kom niet dichterbij!” gilde Nadine angstig.

“Had je gedroomd,” knarste Raoul onverzettelijk. “Ik doe wat ik wil.”

“Laat me verdorie met rust!” hijgde ze.

“Geef je verzet op,” baste hij kwaad.

“Nooit,” snikte Nadine. “Ik laat me door jou niet commanderen.”

Zo maar een stukje uit de lectuur. Gilde ze angstig, knarste hij onverzettelijk, hijgde ze, baste hij kwaad, snikte Nadine…


Raoul en Nadine hebben het niet makkelijk, dat lees je zo. Het stukje barst van de bijwoorden en dat gaat soms een heel boekje lang zo door. Ik kom er niet doorheen, maar veel mensen stoort het niet. Het is wellicht ook een kwestie van wat je gewend bent.

Zelf houd ik meer van de sobere attributie ‘zei hij / zei ze’ waarbij uit de dialoog zelf blijkt hoe de sfeer, de stemming is.

Zoals dit:

“Jack, ben jij wel alleen?”

“Ja ma, ik ben alleen.”

“Ik hoorde een vrouwenstem.”

“Op de televisie,” loog hij.

“Ik vroeg of Leslie haar kleren heeft aangehouden, Jack”

“Ik denk dat het me wel zou zijn opgevallen als ze die had uitgetrokken,” zei hij.

“Acteur,” zei Alice.

“Ma, ik ga hangen.”

Deze dialoog komt uit Tot ik jou vind van John Irving, wat sowieso een boek is om te hebben. De stemming, de aanwijzingen, alles is in de dialoog zelf verwerkt. Dit is voor mij een staatlje van perfecte dialoogattributie. Van de meester zelf.

Ik blijf oefenen tot ik het net zo goed kan als John Irving.

 

Extra leestip: Stephen King schrijft een bijzonder leerzaam hoofdstuk over dialoogattributie in zijn boek “Over leven en schrijven”.

 


2 Comments

Joris

26 mei, 2013 at 10:27 am

Grappig, John Irving en Stephen King waren de eerste schrijvers voor volwassenen die ik las. Of verslond is misschien een beter woord.

De laatste romen van Stephen King (22-11-1963) is ook een mooi voorbeeld van een klassieke verhaalopbouw. Eén onderwerp (ofwel thematisch ofwel anekdotisch) per hoofdstuk uitwerken, alvast de kiem leggen voor het volgende onderwerp en die vervolgens weer uitwerken etc.

Dat leest lekker weg en het is voor beginnende schrijvers wellicht een mooi houvast om niet verloren te raken in het woud van verhaallijnen.

    Ed

    26 mei, 2013 at 10:32 am

    Helemaal mee eens, Joris. En ook voor sommige gevestigde schrijvers wel, vind ik 🙂
    Dank voor je reactie!

Leave a Reply