Een wereld van geluk

  • 1

Een wereld van geluk

.

Ze was er zeker van: na 21 december bestond de wereld niet meer. Maar hij wist zeker dat het symbolisch was bedoeld. De ene na de andere nieuwsbrief ging de deur uit: dan weer een van haar, waarin stond dat iedereen zich vreselijk zorgen moest maken, en dan weer een van hem, waarin stond dat men zich geen zorgen hoefde te maken: hij en zijn medebewusters gingen de aarde redden met heel veel verlichting.

Tussendoor gingen kleine opvoeddwangbriefjes van hun volgelingen de deur uit, met kreten als: “Zorg je wel dat je je bewustzijn goed op peil hebt straks?” en “Zullen we met zijn allen ervoor zorgen dat…” enzovoort.

.

Stille tochten voor overleden haringen en makrelen gingen van visboer tot snackpaleis, en bakken met positieve energie werden naar de slachthuizen gestuurd, zodat de koeien, varkens, paarden en schapen (die allemaal mooie meisjes- en jongensnamen hadden gekregen) daar toch nog iets van meekregen in hun doodsnood.

 .

Kweekvijvers vol vis werden aangemeld bij de burgerlijke stand en het regende nieuwe sofinummers in de visserij. In Harderwijk werd een dolfijn-kabinet gekozen, met Emile Flipper als minster-president en Free-Willy Kamp als vice-president.

 .

In Amerika werden vervolgens alle vuurwapens, broodmessen, sateprikkers, paraplu’s, stroomstootwapens en plantenspuiten verboden, in het vertrouwen dat de wereld nu eens helemaal onder controle van anderen (wie?) zou komen.

Er werd een wereldorde opgericht met twee ministeries; het ministerie van magniet en het ministerie van moetwel. Alles, maar dan ook alles werd getoetst aan de regels van deze ministeries. De paus kreeg de vrije hand om nog meer misbruik te stimuleren, en kreeg het eindelijk voor elkaar dat voorbehoedmiddelen werden verboden in ieder land, door het ministerie van magniet. Dat leverde flink werk op voor de zorg; een explosie van geslachtsziekten en AIDS pompte de ziekenhuizen vol.

 .

Zorg, veiligheid en onderwijs werden nog iets verder afgeknepen, zodat iemand die van een middelbare school afkwam alleen nog in ‘volksspraak’ kon spreken, met zinnen als:
“Boem lauw! Me kk kaulo pipa loesoe: ye kot vonk!” tot gevolg. Ouderen van boven de 20 jaar werden met spoedcursussen op volksspreekniveau gebracht, zodat ook zij nog een beetje konden meekomen.

 .

Kortom: de wereld werd hoe langer hoe gelukkiger, met al die mensen.

 .

 


  • 1

Dit jaar maar ’s niet

 

.

“Ga je nog iets leuks doen met de kerst?”

“Nee. Ik heb besloten dit jaar niet mee te doen met die gekte. Dat gezeik met kaarten, uitnodigingen, kerstdiners en wat moeten we met oma … ik heb er gewoon geen zin in.”

“Wat ga je dan doen?”

“Beetje wandelen, rondkijken in de stad, wat lezen; een krant of zo.”

“En wat ga je eten?”

“Weet ik niet. Misschien een pasta. Hangt er vanaf wat ze dit jaar hebben bij de opvang. Heb je een momentje? De zaken roepen. – Hallo mevrouw: wilt u een daklozenkrant kopen?”

.

 


  • 0

Piepvriendjes

Nu het koud is, en er op veel plaatsen in het land sneeuw ligt, is het belangrijk dat we ook aan onze gevederde vrienden denken. De vogels die hier overwinteren hebben het moeilijk als er sneeuw ligt; vooral de vogels die hun eten van de grond scharrelen. Ik sprak van de week een koolmees en die bevestigde dat het inderdaad een moeilijke tijd is voor de vogels; de vliegende crisis, noemde hij het. Waar de vogelgemeenschap vooral blij mee zou zijn, vertrouwde hij me toe, is een klein gebaar van de tweevoeters (vogels noemen ons zo, zoals iedereen wel weet). De praktische tips die Mees me gaf, wil ik graag met je delen.

 

Tips: vetbollen en pindaslingers
Hang vetbollen, pindaslingers en andere vogelvoerdingen op rond het huis, op het balkon, in de tuin. Deze spullen zijn bij de meeste supermarkten, bouwmarkten en dierenwinkels te koop en kosten weinig. Maak ook een plek op een beschut stukje grond sneeuw- en ijsvrij en strooi dan wat lekkers. Zorg dat de plek sneeuwvrij blijft door er bijvoorbeeld een tafel boven te zetten. Geen hokje of tentje want dan krijgen de claustrovogels niets binnen.

En als je er ook nog dagelijks een bakje vers water bij zet, ben je je plek in de hemel sowieso zeker. Als je dat wilt doen, zul je worden beloond met blije vogels, en straks in de zomer minder insecten.

Mede namens Kool Mees: bedankt!

 


  • 0

Zielsrecepten: Schroeibaksoep

Het geheim van de goddelijke smaak van schroeibaksoep zit ‘m niet zozeer in de ingrediënten als wel in de bereidingswijze. Natuurlijk zijn de ingrediënten belangrijk maar die kun je – naast een paar basisingrediënten –  gerust variëren. Waar het om gaat zijn twee handelingen die deze soep zo lekker maken: schroeien en bakken.

Ik vermouth overigens dat dat mij heeft geïnspireerd de naam Schroeibaksoep te voeren, maar dat is iets voor een later verhaal. De hoofdzaak is dat je een lekkere soep hebt die ergens aan Minestrone doet denken en dat je de groentelade van je koelkast weer vrij hebt voor de nieuwe kookavonturen van komende week.

Wat je er altijd in doet:

  • Uien
  • knoflook
  • tomatenpuree

Wat er verder in kan:

Allerlei groenten die je nog hebt, bijvoorbeeld

  • broccoli
  • bloemkool
  • paprika
  • wortel
  • aardappel
  • enzovoort

Experimenteer er maar een beetje mee: er kan weinig misgaan. Zolang je deze soep met liefde maakt, smaakt hij super.

De bereiding:

  • Schil twee uien en snijd ze doormidden in een dwarsdoorsnee (zodat je de ringen ziet)
  • Prik een half ui met zijn kontje aan een vork en houd de andere kant in een vuurtje, bijvoorbeeld een gasvlam. Een kaars kan eventueel ook
  • Doe dit totdat de ringen zich duidelijk afscheiden door hun geschroeide randen; Dit kun je herhalen door een plakje af te snijden, zodat je dus geschroeide uiringen hebt en de rest van het halve ui opnieuw te schroeien; Sommigen vinden het heerlijk om alle vier uihelften tot op het kontje te schroeien (en je weet: wie zijn billen brandt…) maar per halve ui twee keer een plakje schroeien kan bijvoorbeeld ook.
  • Een variatie op deze manier van schroeien is de halve uien op een droge bakplaat of in een droge koekenpan te schroeien; kijk maar wat je lekkerder lijkt – ik gebruik altijd de vlam
  • Doe de geschroeide uiringen met vier fijngehakte tenen knoflook in een koekenpan met royaal olijfolie, roomboter of – nog beter – geurloze kokosolie en bak ze bruin (dus niet een beetje glazig aanfruiten, maar lekker vet bakken)
  • Als het goed is doorgebakken, doe je er drie kleine blikjes tomatenpuree bij en bakt dat even stevig mee: hierdoor ontzuur je de tomatenpuree; niet langer dan ongeveer een halve minuut, anders wordt het bitter
  • Laat het bakmengsel zonder vuur staan
  • Intussen vul je een grote pan met koud water en doet daar de overige gesneden groenten in; breng dit aan de kook
  • Als het goed kookt, doe je de gebakken ui-/knoflookmassa bij de kokende soep (het eenvoudigst is het om eerst wat van de soep bij de bakmassa te gieten om die te verdunnen) en kookt alles gaar
Een echte wat-jij-wilt-soep
Hierna is het weer een kwestie van wat je wilt. Juliëtte en ik houden van soep waarin een lepel rechtop blijft staan als je ‘m loslaat, maar wellicht houd jij meer van wat dunner, lichter. Dat is een kwestie van aanvullen en inhouden.
Je kunt de soep eventueel nog wat binden met een maizenapapje of een aardappelzetmeeloplossing, en je kunt de laatste 10 minuten wat (volkoren)pasta meekoken…
Op smaak afmaken met wat je lekker vindt, bijvoorbeeld zout, peper, sambal, ketjap, tabasco, snufje sherry, mespuntje port, druppeltje kerrie …
En dan is het genieten van de subtiele vleug schroei- en baksmaak

 

Schroeibakbewustzijn

De bereiding van deze soep doet me denken aan hoe we ons bewustzijn ontwikkelen. Met een lekker wierookje, een kaarsje, mooie muziek en warme voeten is het heerlijk mijmeren en mediteren en ontwikkel je bepaalde vlakken in je bewuste en onderbewuste geest.

Sommige stukken echter, zijn erbij gebaat eens flink geschroeid te worden: alleen dan geven ze het aroma van wijsheid vrij; het aroma dat de hele soep die leven heet verder kruidt en op smaak brengt.

Denk er maar eens over na. Of niet natuurlijk: mag iedereen zelf weten. In elk geval hoop ik dat de soep je smaakt en dat je geniet van dat vleugje extra schroeibak.

 


  • 0

Show, don’t tell: Simone van der Vlugt

 

In de schrijverij kent men de uitdrukking: “Show; don’t tell”. Dat betekent het laten spreken van situaties, maar vooral personages door hun uitspraken en handelingen, in plaats van te omschrijven hoe ze zijn, hoe ze zich voelen en wat hun specifieke karaktertrekken zijn. Uit de mate van ‘show’ in plaats van ‘tell’ spreekt de kunst van de auteur. Stephen King is daar een koning in, zoals hij zijn personages tot leven brengt door hun – altijd zeer menselijke maar vaak o zo verdorven – gedrag. Het verschil tussen show en tell zie je in het volgende voorbeeld.

“Moeten we dat meisje niet helpen?” vroeg Elise. “Ze is volgens mij bewusteloos.”
Maar Hendrik was niet iemand die zich om anderen bekommerde.

of:

“Moeten we dat meisje niet helpen?” vroeg Elise. “Ze is volgens mij bewusteloos.”
“Heb je gezien hoeveel mensen hier lopen?” zei Hendrik. “Die bellen 112 wel. Bovendien heb ik honger. Kom, we gaan verder.”

Duidelijk toch?
Deze dan:

Kobus was nogal een vies mannetje.

of:

Kobus waande zich een moment onbespied en draaide een mooi balletje van wat hij uit zijn neus haalde. Met een routinegebaar veegde hij zijn vinger af aan zijn tong en smakkend streek hij de paar vettige slierten haar die hij nog had over zijn schilferige hoofd. Het was een fijne dag, vond hij.

Een Nederlandse auteur die dit principe goed in de vingers heeft, is Simone van der Vlugt. Ze laat haar personages dusdanig handelen en spreken dat ze echt worden: een vereiste voor literatuur waarin je meegezogen wilt worden. Simone verveelt niet met lange omschrijvingen van hoe de spelers in haar verhaal eruitzien en wat voor types het zijn, maar laat ze voor zichzelf spreken. Een vakvrouw dus, wat mij betreft.

Een aanrader:

Simone van der Vlugt: Herfstlied
276 pagina’s
Uitgeverij Anthos

ISBN 9789041412928


  • 0

Gebakken banaan: op papier is het toch anders

 

Schrijven is een geweldige bezigheid, vind ik. Het meeste typ ik tienvingerblind op het toetsenbord maar als ik eens zin heb in ouderwetse verwennerij pak ik een notitieboek met mooi, glad papier en een vulpen. Dat gebruik ik voor opzetjes, notities, uitwerkingen van plots en personages; een couleur-locale die me te binnen schiet. Het gevoel van de pen die lichtjes over het zachtsatijnen oppervlak glijdt maakt dat ik extra mijn best doe om de letters fijntjes en sierlijk te maken. Dat houd ik minstens anderhalve regel vol en dan race ik alweer in volle vaart mijn hanenpoten op het papier. De te schrijven boodschap neemt het dan over van de tactiele traktatie.

Toch schrijft het anders op papier dan op een computer, zeker wanneer je snel kunt typen. Bij het schrijven met de hand ben je min of meer gedwongen om je gedachten af te remmen, om rust te creëren en stiller in je hoofd te worden. Anders wordt het een zooitje en zijn je gedachten kilometers verder dan je hand. In het begin kan dat lastig zijn omdat je gedachten je willen opzwepen tot snelheid. Maar na een paar minuten wordt het vanzelf rustiger in je hoofd; meditatie was nog nooit zo eenvoudig.

En als je nog dieper in rust wilt komen, kun je gaan schrijven met je niet-dominante hand. Ik ben rechtshandig, maar soms schrijf ik een stukje met de linkerhand; na de eerste frustratie – mijn handschrift lijkt op dat van een dyslectisch konijn – is het grappig om te zien hoe er zelfs een ander soort tekst en woordkeuze uit de pen vloeien. Leuk om eens te proberen: schrijf een paar regels poëzie of proza en doe het dan nog eens met de andere hand. Het gevoel verandert en als je het een tijdje kunt volhouden, voelt het ruimer, leuker, relatiever. Dat klopt ook wel omdat je de hersenhelft activeert die gewoonlijk wat minder wordt aangesproken bij het schrijven.

Het is net als gebakken banaan: je kunt een banaan in de lengte halveren en in wat boter bakken en daarna met poedersuiker bestrooien; maar je kunt ook die gehalveerde banaan door een (bier)beslagje halen en frituren. Dat geeft al een heel andere sensatie. En als je echt eens iets lekkers wilt, gooi je wat bruine suiker in een droge koekenpan, laat dat carameliseren en bakt dan die gehalveerde bananen nog even mee. Afblussen met een flinke scheut rum en je komt niet eens meer op het idee om te gaan schrijven!

 


  • 0

Ik wilde je nog bellen maar was vergeten welk merk je rookt

Maar ik had je nummer niet bij de hand. Had jij ook niet net een nieuw nummer? Of was dat Hans?

Nou, enfin, kom ik dus langs de sigarenboer en ik dacht ik neem even wat lekkers te roken voor je mee, maar welk merk rook jij ook alweer? Dat wist ik dus niet meer.

Dus ik thuis een kaartje voor de kerst pakken, wil ik je adres opschrijven… ben ik het kwijt! Sowieso moeten we te zijner tijd even wat afspreken weer, gezellig.

Zo’n tijd geleden; was toch toen met dat concert van Simon and Garfunkel? O, was dat ook Sjaak?

Hoe dan ook, ik bel je morgenavond even, om acht uur precies. Spreken we direct wat af, goed? Wat? Nee, ik heb nu de agenda niet hier, dus morgen maar even doen.

Wanneer? Ja, toen stond ik ook voor je deur te bellen maar deed er niemand open. Bleek later dat ik wel het goede huisnummer had, maar de verkeerde straat. Ja, dom hè; nou ja.

Wat zeg je? O die promotie, ja die kon ik wel krijgen maar ik heb iets veel beters op het oog. Altijd hetzelfde liedje: overgekwalificeerd. Paar ton per jaar, niks doen alleen thuis zitten en af en toe een belletje; nou, da’s snel verdiend toch? Ha ha.

Nou heb ik überhaupt geen klagen natuurlijk, met mijn inkomen, maar ik loop daar nooit zo mee te koop – klinkt altijd zo pocherig. Ook naar de vrouwtjes toe…

Wie: Els? Nee, die is er niet. Eh… nee, ook niet, en de rest van de week ook niet. Wat? Weg? Ja, wat is weg? Die zit zich ergens op te vreten over wat ze heeft laten lopen met mij natuurlijk. Maar goed: anschluss genoeg altijd, je kent dat wel van mij. Op dit moment? Nou, ik had meer zoiets van ik doe even rustig; beetje tot mezelf komen. Wat? Alleen ja, maar goed: ik hoef maar te bellen natuurlijk.

Werk? Ja, binnenkort wel weer. Eerst even de nieuwe 4×4 inrijden dan hè; lekker karretje man: ik moet iedereen altijd aanslepen in de straat. Welk merk zeg je… tja. Ik zit nog te twijfelen eigenlijk. Maar eh, waar ik voor bel ook: ik heb morgen een afspraak op topniveau, Den Haag. Ik kan geen namen noemen maar zeg maar hoogste politiek, en kom ik er net achter dat mijn pasje het niet doet. En met die gasten van de bank kan ik geen normaal gesprek voeren, die kunnen niet met de hoeveelheden omgaan zoals ik die binnenbreng: ha ha, worden ze helemaal nerveus van. Dus eh… gaat niet om veel hoor: paar honderd is goed en ik zat te denken: misschien kom je deze kant nog op, kun je het gelijk… Hallo… Hallo?

 


  • 0

Toveren met de pen

Een oud trucje om te proberen:

  1. Schrijf het woord ‘lepel’ op een stuk papier, op een bierviltje of iets anders.
  2. Leg je pen weg en kijk ongeveer een minuut naar het woord ‘lepel’ dat je net hebt genoteerd. Herhaal in gedachten – dus in stilte – steeds het woord ‘lepel’ gedurende die minuut.
  3. Leg dan het papier weg en zeg ongeveer een minuut lang, zo om de drie á vier seconden hardop ‘lepel’.
  4. Pak het papier weer op en kijk nog even naar het woord

Wat is er gebeurd? Als je reageert zoals de meeste mensen, heb je waarschijnlijk gemerkt dat het woord ‘lepel’ na enige tijd geen enkele betekenis meer had; misschien kwam het je zelfs als een buitenaards woord voor.
Door zo intensief met het woord zelf bezig te zijn, koppel je – deels of geheel – het voorwerp dat wordt gerepresenteerd door het geschreven en uitgesproken woord los. Vandaar dat het voelt alsof het woord zelf geen enkele betekenis meer heeft. Misschien moet je iets langer oefenen als het niet de eerste keer lukt, maar uiteindelijk zul je woorden kunnen loskoppelen van de betekenis. En doordat je woorden kunt loskoppelen van wat ze representeren, doe je tevens iets met de emotie die deze woorden bij je oproepen.

Nu zullen de meeste mensen waarschijnlijk niet al te veel emoties ervaren bij het woord lepel, maar het gaat om het ontdekken van de werkzaamheid. Want wat zou er gebeuren als je eenheel ander woord gebruikt dan lepel? Een woord bijvoorbeeld, waarbij je wel emoties ervaart?

Leuke bezigheid, zo tijdens de donkere dagen voor kerst. Probeer het ook eens met de naam van iemand met wie je moeite hebt, of een ‘beladen’ woord; een uitdrukking of situatie.


  • 0

Gedegen thrillers: Esther Verhoef

Als ik aan thrillers van sommige Nederlandse auteurs denk, komt het woord ‘gedegen’ in me op. En dat heeft niet te maken met de kwaliteit van het verhaal (die is meestal goed), of met de spanning (die zit er altijd in), maar met de manier waarop er aandacht is besteed aan de kunst van het schrijven zelf. Ik heb een tijd geleden Rendez-vous van Esther Verhoef uitgelezen en was blij vermaakt. Deze psychologische thriller steekt goed in elkaar, biedt een mooi kijkje op het ‘Frankrijk-avontuur’ waar zovelen van dromen, en bevat naast een sterke verhaallijn en plot ook aansprekende karakters.

Het aloude ‘wie is te vertrouwen en wie vooral niet?’ wordt fijntjes uitgewerkt en als man had ik er geen enkele moeite mee om samen met de vrouwelijke hoofdpersoon uit het verhaal mee te leven. Ik heb genoten van het mooie boek. Ik lees graag en veel, maar het komt niet zo vaak voor dat ik een boek moeilijk kan wegleggen. Bij Rendez-vous van Esther Verhoef was dat wel degelijk het geval, net als bij boeken van Saskia Noort en Simone van der Vlugt. Deze drie dames weten me aan de bladzijden gekluisterd te houden. Over boeken door Saskia Noort en Simone van der Vlugt kom ik later nog te schrijven.

Een aanrader dus, wat mij betreft.

Esther Verhoef: Rendez-vous
334 pagina’s
Uitgeverij Anthos
ISBN 9041414452


  • 0

Nicholas Evans

De naam Nicholas Evans zegt veel mensen niets, en doet bij sommigen een mapje rammelen: ‘Ik heb die naam wel eens gehoord of gelezen, geloof ik.’ Toch kent een groot aantal mensen een van zijn boeken en/of de verfilming daarvan. Toen in 1995 The Horse Whisperer, (De Paardenfluisteraar) uitkwam, werd Evans snel beroemd. Daarvoor was hij freelance scenarioschrijver van documentaires en films, die hij meestal ook zelf produceerde. Hij kon daar maar moeilijk van leven en het succes van De Paardenfluisteraar zal op een prachtig moment gekomen zijn, veronderstel ik. Het is ook een prachtig verhaal met klassieke elementen: een liefde die gedoemd is te mislukken, onderliggende motivaties van de personages, en een flinke dosis humor en spanning.

Het verhaal van het door een ongeluk verminkt meisje en haar net zo beschadigde paard is slechts de bovenste laag. De moeder van het meisje gaat op zoek naar een paardenfluisteraar en vindt de beste. Ze zet alles op alles om deze paardenfluisteraar in te huren. Uiteindelijk lukt dat, en het geeft een ontroerend verhaal. Maar daaronder suddert een veel interessantere laag. Lijkt de moeder aanvankelijk op zoek te zijn naar genezing van de trauma’s van het paard; uiteindelijk zoekt ze genezing voor zichzelf, voor haar masker van prestige en macht. De macht slaat om in onmacht en mooie, menselijke drama’s komen naar boven.

Door die twee lagen heen lopen nog de draden van het meisje, dat zo haar eigen trauma’s heeft; de eenzame paardenfluisteraar die in een liefdesdilemma geraakt, en een klein draadje van de vader in het gezin, die (zoals het bij een klein draadje hoort) het grootste deel van het verhaal ver weg is. Het is mijns inziens een van de weinige boeken die geweldig verfilmd is, alleen vind ik het jammer dat het einde van de film verschilt van het boek. Als je het nog niet hebt gelezen: doen. En het is helemaal geen straf om daarna de film ook nog eens te zien.

Na De paardenfluisteraar heeft Nicholas Evans meer boeken geschreven, en twee daarvan vind ik zeer de moeite waard. Als je van mooie, goed en gedegen opgebouwde literatuur houdt, kan ik je ze aanbevelen. Als je googlet op de titels, krijg je wat beschrijvingen te zien. Het zijn:

Nicholas Evans – De Wolvenlus (the Loop)
419 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9022524086

Nicholas Evans – De Rookspringer
411 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9022530302

En uiteraard:

Nicholas Evans – De paardenfluisteraar
330 pagina’s
De Boekerij
ISBN 9046120554