Zielsrecepten: Schroeibaksoep

  • 0

Zielsrecepten: Schroeibaksoep

Het geheim van de goddelijke smaak van schroeibaksoep zit ‘m niet zozeer in de ingrediënten als wel in de bereidingswijze. Natuurlijk zijn de ingrediënten belangrijk maar die kun je – naast een paar basisingrediënten –  gerust variëren. Waar het om gaat zijn twee handelingen die deze soep zo lekker maken: schroeien en bakken.

Ik vermouth overigens dat dat mij heeft geïnspireerd de naam Schroeibaksoep te voeren, maar dat is iets voor een later verhaal. De hoofdzaak is dat je een lekkere soep hebt die ergens aan Minestrone doet denken en dat je de groentelade van je koelkast weer vrij hebt voor de nieuwe kookavonturen van komende week.

Wat je er altijd in doet:

  • Uien
  • knoflook
  • tomatenpuree

Wat er verder in kan:

Allerlei groenten die je nog hebt, bijvoorbeeld

  • broccoli
  • bloemkool
  • paprika
  • wortel
  • aardappel
  • enzovoort

Experimenteer er maar een beetje mee: er kan weinig misgaan. Zolang je deze soep met liefde maakt, smaakt hij super.

De bereiding:

  • Schil twee uien en snijd ze doormidden in een dwarsdoorsnee (zodat je de ringen ziet)
  • Prik een half ui met zijn kontje aan een vork en houd de andere kant in een vuurtje, bijvoorbeeld een gasvlam. Een kaars kan eventueel ook
  • Doe dit totdat de ringen zich duidelijk afscheiden door hun geschroeide randen; Dit kun je herhalen door een plakje af te snijden, zodat je dus geschroeide uiringen hebt en de rest van het halve ui opnieuw te schroeien; Sommigen vinden het heerlijk om alle vier uihelften tot op het kontje te schroeien (en je weet: wie zijn billen brandt…) maar per halve ui twee keer een plakje schroeien kan bijvoorbeeld ook.
  • Een variatie op deze manier van schroeien is de halve uien op een droge bakplaat of in een droge koekenpan te schroeien; kijk maar wat je lekkerder lijkt – ik gebruik altijd de vlam
  • Doe de geschroeide uiringen met vier fijngehakte tenen knoflook in een koekenpan met royaal olijfolie, roomboter of – nog beter – geurloze kokosolie en bak ze bruin (dus niet een beetje glazig aanfruiten, maar lekker vet bakken)
  • Als het goed is doorgebakken, doe je er drie kleine blikjes tomatenpuree bij en bakt dat even stevig mee: hierdoor ontzuur je de tomatenpuree; niet langer dan ongeveer een halve minuut, anders wordt het bitter
  • Laat het bakmengsel zonder vuur staan
  • Intussen vul je een grote pan met koud water en doet daar de overige gesneden groenten in; breng dit aan de kook
  • Als het goed kookt, doe je de gebakken ui-/knoflookmassa bij de kokende soep (het eenvoudigst is het om eerst wat van de soep bij de bakmassa te gieten om die te verdunnen) en kookt alles gaar
Een echte wat-jij-wilt-soep
Hierna is het weer een kwestie van wat je wilt. Juliëtte en ik houden van soep waarin een lepel rechtop blijft staan als je ‘m loslaat, maar wellicht houd jij meer van wat dunner, lichter. Dat is een kwestie van aanvullen en inhouden.
Je kunt de soep eventueel nog wat binden met een maizenapapje of een aardappelzetmeeloplossing, en je kunt de laatste 10 minuten wat (volkoren)pasta meekoken…
Op smaak afmaken met wat je lekker vindt, bijvoorbeeld zout, peper, sambal, ketjap, tabasco, snufje sherry, mespuntje port, druppeltje kerrie …
En dan is het genieten van de subtiele vleug schroei- en baksmaak

 

Schroeibakbewustzijn

De bereiding van deze soep doet me denken aan hoe we ons bewustzijn ontwikkelen. Met een lekker wierookje, een kaarsje, mooie muziek en warme voeten is het heerlijk mijmeren en mediteren en ontwikkel je bepaalde vlakken in je bewuste en onderbewuste geest.

Sommige stukken echter, zijn erbij gebaat eens flink geschroeid te worden: alleen dan geven ze het aroma van wijsheid vrij; het aroma dat de hele soep die leven heet verder kruidt en op smaak brengt.

Denk er maar eens over na. Of niet natuurlijk: mag iedereen zelf weten. In elk geval hoop ik dat de soep je smaakt en dat je geniet van dat vleugje extra schroeibak.

 


  • 1

Tijdlijnvervuiling

Wat doe je als je fysiek of verbaal aangevallen wordt? Is de eerste klap een daalder waard, moet je altijd je andere wang toe keren of is het slim om te vluchten? Iedereen heeft er zijn eigen antwoord op en ik denk dat er ook niet slechts één antwoord juist is: het ligt aan je karakter en je eerdere ervaringen hoe je reageert op bepaalde situaties. Zelf ben ik van een behoorlijke driftkop veranderd in een driftkop die heeft geleerd tot tien te tellen. Dat heeft me de afgelopen jaren heel wat moeilijkheden bespaard die ik vroeger wel veroorzaakte in mijn onnadenkendheid. Zowel karate als aikido hebben me geleerd om op een andere manier met de energieën om te gaan. Ik verdedig indien nodig mijn gezin, mezelf, mijn spullen en de weerlozen (dieren, kinderen, de eenling die door de groep wordt geknecht) en verder haal ik zoveel mogelijk mijn schouders op.

Een nieuw soort vuiligheid

De laatste jaren echter, is er een nieuw soort vuiligheid ontstaan. Of beter gezegd: een nieuwe manier om dezelfde vuiligheid te uiten. Die nieuwe manier heet social media. Tegenwoordig hoef je geen psychologie, sociologie of gelijk welke ologie dan ook te bestuderen om het gedrag van mensen te leren duiden: een abonnement op Twitter of Facebook is voldoende. Je kunt achterover gaan zitten en in gepaste verbijstering kijken wat er tussen al het moois zoal aan afval komt bovendrijven. Het verveelt nooit, is mijn mening: elke dag weer nieuwe verrassingen. Minstens even leerzaam vind ik het om te zien hoe mensen op die vuiligheid reageren. Waar de een keihard met nog meer vuiligheid terugsmijt, houdt een ander wijselijk zijn mond of blijft rustig in zijn/haar eigen energie keurig antwoorden.

De klaagzang der onzekeren

Ik behoorde meestal tot de laatste partij: laat maar roeptoeteren – het is allemaal niet zo dringend of belangrijk. Wanneer mensen op Twitter of Facebook het niet met me eens waren en dat op een onderuithalende manier op de tijdlijn blaften, was ik altijd wel geneigd om zo iemand het voordeel van de twijfel te geven: iemand kan een klotedag hebben gehad, onzeker over zichzelf zijn of wat voor reden dan ook hebben om een ander naar beneden proberen te halen. Ik antwoordde netjes, liet de neerbuigendheid, arrogantie of andere uitingen van onzekerheid langs me heen glijden en bleef beleefd.

Een veilige, gastvrije tijdlijn voor mijn vrienden

Kort geleden echter, besefte ik dat ik weliswaar geen last heb van andermans trammelant, maar dat het wel in mijn tijdlijn staat en daar ook blijft staan. Dat voelt niet goed. Ik heb er geen zin meer in. En daarom heb ik besloten om vanaf nu niet meer te tolereren dat mijn tijdlijn wordt vervuild met allerlei troep van anderen. Wie loopt te blaffen of dreigen zet ik eruit – uit de tijdlijn, de vrienden- of volgerskring en uit mijn leven. En die komt er ook niet meer in. Er zijn meer gasten/vrienden/vriendinnen in mijn tijdlijn en die wil ik een veilig en hartelijk welkom bieden. Ik heb het uiteraard niet over discussie, het niet met elkaar eens zijn of over een pesterijtje uit de gein: ik heb het over het ongebreideld uitbraken van misplaatste bagger door de onmachtigen onder ons.

Dat doe je maar elders: het is hier een gezellige tent met leuke gasten.

Waar kun je zoal aan denken?

Met bagger bedoel ik onder meer:

  • bedreigingen
  • het naar beneden halen van mijn Social mediavrienden
  • ongevraagde toevoegingen aan groepslijsten op Facebook
  • uitnodigingen voor evenementen waar geen optie tot weigeren bij vermeld staat
  • spammen

Ik denk ik zeg het even.

 

 

 


  • 3

Let’s face(book) it

Nu ik op ongeveer een derde van mijn leven ben (ik ben 51 jaar), kan ik al een beetje terugblikken op dat eerste deel van mijn reis. Een reis die, in overeenstemming met mijn leergang, over hobbels en door dalen gaat; die voert langs redeloos geluk, via diepe melancholie en hartverscheurend verdriet naar weer nieuwe vreugde. Zo steek ik in elkaar: geen half werk – als ik jank dan is het voluit en met emmers traanvocht – een enkel traantje wegpinken lukt me gewoon niet – en als ik lach dan bulder ik vanuit mijn tenen.

Met andere woorden: nogal een zwart-wit tiepje – ik. En ja: ik ben aan het oefenen om wat meer grijstinten te leren ervaren.

Op die levensreis zoek ik ook voortdurend naar inzichten en leermogelijkheden: ik word graag geprikkeld in mijn leergierigheid en in mijn onstilbare honger naar inzicht. Kennis zegt me niet zoveel en wordt nog te vaak verward met intelligentie. Inzichten daarentegen: ik lust er wel pap van.

Die zoektocht heeft me langs de meest uiteenlopende plaatsen, mensen, dieren en situaties gevoerd. De een nog leerzamer dan de ander. Ontelbare workshops, lezingen, trainingen, cursussen en gesprekken hebben zeeën van tijd en energie gevraagd en soms ook gegeven.

En van de week kwam ik tot het besef dat ik voor een paar tientjes per maand (internetabonnement) de afgelopen twee jaar net zoveel inzichten heb gekregen als in de tien jaar (en vele duizenden uren en euro’s) daarvoor. Ik heb het dan over sociale media: in mijn geval Twitter en Facebook. Daar speelt het leven zich in het klein af en daar gebeurt veel wat als spiegel kan dienen voor wat er zich in mij afspeelt. Immers: elke vorm van vreugde, ergernis, opwinding, ontspanning, vertedering enzovoort, naar aanleiding van een bericht op Twitter of Facebook, zegt iets over mijzelf, mijn staat van zijn.

Mijn ergernis over een bericht van iemand laat wellicht zien wat ik mezelf nooit zou durven toestaan in een bericht, of legt misschien de zwakke plekken in mijn eigen mening bloot. Elke hartverwarmende, ontroerende of vertederde reactie van mij op een bericht, laat me mijn verbinding met de wereld om mij heen voelen… kortom: het ene inzicht na het andere.

En vaak is het gewoon simpelweg genieten van alles wat er voorbij komt: lachende, schreeuwende, huilende, klagende, flirtende, aandachttrekkende, betwetende bevestiging zoekende, lieve, brutale, grappige, onzekere, gekke, moedige, laffe, stoere, rustige, drukke, fijne en andere mensen … het lijkt het schoolplein wel.

Er kan dan veel worden gemopperd op het verschijnsel social media: ik ben er blij mee. Uit de grond van mijn hart wil ik iedereen bedanken voor alle bijdragen aan mijn facebook-ervaring: leerzaam en meestal leuk.

Eén dag op Facebook leert me meer over mezelf dan vijf workshops elders.

En het allerfijnste vind ik wel dat die domme Ster-reclame er niet steeds tussendoor tettert.

 


  • 1

Op verhaal komen – Wibe Veenbaas

Een schrijver die in zijn boek (de eerste drie regels van) een gedicht van Neeltje Maria Min aanhaalt kan bij mij niet meer stuk, helemaal als diezelfde schrijver dan ook nog eens haarfijn uiteen weet te zetten wat verhalen kunnen doen met mensen, hoe je ze bedenkt en wanneer. Wibe Veenbaas doet en kan dat in zijn boek Op verhaal komen. Met aanstekelijke verteltrant beschrijft Veenbaas de mogelijkheden van metaforen, verhalen en andere schrijvelarij als middel om een groter deel van de geest te bereiken. En dat lukt, gezien de voorbeelden die hij geeft. Wat hij vooral laat zien is dat verhalen vaak moeiteloos om blokkades heen kunnen dansen en datgene aanraken wat blind en doof voor feiten, logica en andere rationele zaken is.

Een link met NLP
In het boek wordt een link gelegd met NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren – een communicatiemodel), wat goed aansluit bij deze vorm van communicatie. NLP is er immers mede op gericht te leren wat de ander leert en van daaruit wegen zoeken, ontwerpen en aanleggen om gewenste resultaten te krijgen. In NLP is zintuiglijkheid belangrijk – net als in goede verhalen. Hoe meer zintuiglijk de lezer of luisteraar geprikkeld wordt, des te beter beklijft het verhaal en – belangrijk – des te beter doet het zijn ‘werk’.

Anderen bereiken met een verhaal
Een verhaal, anekdote, citaat of welke vertelvorm dan ook kan een middel zijn om anderen te bereiken. Slimme leraren, ouders en therapeuten gebruiken verhalen om de leerling, het kind of de cliënt te helpen delen in zichzelf te ontdekken en ontwikkelen. Veenbaas legt op heldere wijze uit hoe dit proces werkt en brengt wat hij schrijft ook onmiddellijk in de praktijk: het boek leest als een verhaal – spannend, ontroerend, dan weer humoristisch.

Als je schrijft, wanneer je therapeut, leraar of ouder bent of anderszins belangstelling voor verhalen vertellen hebt, kan ik je dit boek van harte aanbevelen.

Het gedicht dat ik noemde luidt overigens als volgt.

Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Ben ik eenzamer dan de eenzaamste stem,

noem mij, bevestig mij bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

– Neeltje Maria Min

Wibe Veenbaas – Op verhaal komen
156 pagina’s
Uitgeverij Coutinho
ISBN 9055460168


  • 6

Ik barst van de oordelen

Bekend uit de bijbel en door veel goeroes geroepen: je mag niet oordelen. Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: ik vind dat enorm moeilijk. Niet oordelen is voor mij net zoiets als me voornemen om de komende 10 seconden NIET aan Erica Terpstra te denken. Dat lukt gewoon niet. Niet alleen vind ik Erica een enorm leuke vrouw: het voornemen om niet aan haar te denken richt onmiddellijk en onontkoombaar mijn aandacht op haar.

Compensatiehaar
Met oordelen gaat het net zo: ik neem me vaak voor om niet te oordelen over anderen, maar ik kan het niet laten. Op het moment dat jij binnenkomt (in mijn blikveld, mijn huis, op mijn Facebooktijdlijn, of waar dan ook), tuimelen de oordelen met duizelingwekkende snelheid mijn geest binnen. Wat ik waarneem plaats ik in hokjes.

  • Hij staat met de voeten ver uiteen, verspert anderen de weg, gebruikt veel ruimte en maakt veel en hard geluid; zou hij een minderwaardigheidsgevoel hebben?
  • Ze ruikt naar Nina Ricci: zou haar smaak van muziek en literatuur net zo zijn?
  • Wat een vreemd loopje
  • O jee, iemand met een compensatiekapsel… scheer het dan gewoon af, man

Et cetera. (een compensatiekapsel is overigens wat sommige mannen dragen die het vervelend vinden dat ze kaal worden. Ze laten dan het haar aan de zijkanten van het hoofd lang groeien en klappen dat over het kale gedeelte).

Onvoorwaardelijk
Terug naar het wel of niet mogen oordelen. Jarenlang heb ik geprobeerd om mijn oordelen te veroordelen en ze hopelijk uiteindelijk achterwege te laten. Het is mij nog nooit gelukt. Ik was dan ook altijd heel wantrouwend als mensen zeiden: “Ik heb geen oordelen.” Ik geloofde dat niet; volgens mij kon niemand zonder. Het was net zoiets als mensen die zeiden: “Ik heb onvoorwaardelijke liefde”. Die geloofde ik ook niet: vooral niet als ze er achteraan zeiden: “Maar dan moet het wel van twee kanten komen.”

Al die moetens en latens
Uiteindelijk heb ik het maar opgegeven: het lukt me niet om niet te oordelen. Wat ik wel heb ontdekt – en daar ben ik enorm blij mee – is dat ik niets met die oordelen hoef. Ik sta mezelf toe te oordelen. Nu ik mijn oordelen niet meer veroordeel, is het veel rustiger in mijn hoofd en warmer in mijn hart geworden. En dat voelt goed.  Ze zitten me niet meer in de weg, die oordelen. Ik kan nu iemand leuk of niet leuk vinden, vreemd of vertrouwd, aardig of niet aardig… het verschil met eerder is dat ik er geen last van heb (de ander ook niet natuurlijk) en dat  de communicatie prima blijft stromen.

Nu wil ik nog aan de gang met de rest van die enorme rij van moeten doen en laten, de “je moet altijd” en “zorg dat je nooit” … et cetera.

Ik houd jullie op de hoogte.