Zielsrecepten: Schroeibaksoep

  • 0

Zielsrecepten: Schroeibaksoep

Het geheim van de goddelijke smaak van schroeibaksoep zit ‘m niet zozeer in de ingrediënten als wel in de bereidingswijze. Natuurlijk zijn de ingrediënten belangrijk maar die kun je – naast een paar basisingrediënten –  gerust variëren. Waar het om gaat zijn twee handelingen die deze soep zo lekker maken: schroeien en bakken.

Ik vermouth overigens dat dat mij heeft geïnspireerd de naam Schroeibaksoep te voeren, maar dat is iets voor een later verhaal. De hoofdzaak is dat je een lekkere soep hebt die ergens aan Minestrone doet denken en dat je de groentelade van je koelkast weer vrij hebt voor de nieuwe kookavonturen van komende week.

Wat je er altijd in doet:

  • Uien
  • knoflook
  • tomatenpuree

Wat er verder in kan:

Allerlei groenten die je nog hebt, bijvoorbeeld

  • broccoli
  • bloemkool
  • paprika
  • wortel
  • aardappel
  • enzovoort

Experimenteer er maar een beetje mee: er kan weinig misgaan. Zolang je deze soep met liefde maakt, smaakt hij super.

De bereiding:

  • Schil twee uien en snijd ze doormidden in een dwarsdoorsnee (zodat je de ringen ziet)
  • Prik een half ui met zijn kontje aan een vork en houd de andere kant in een vuurtje, bijvoorbeeld een gasvlam. Een kaars kan eventueel ook
  • Doe dit totdat de ringen zich duidelijk afscheiden door hun geschroeide randen; Dit kun je herhalen door een plakje af te snijden, zodat je dus geschroeide uiringen hebt en de rest van het halve ui opnieuw te schroeien; Sommigen vinden het heerlijk om alle vier uihelften tot op het kontje te schroeien (en je weet: wie zijn billen brandt…) maar per halve ui twee keer een plakje schroeien kan bijvoorbeeld ook.
  • Een variatie op deze manier van schroeien is de halve uien op een droge bakplaat of in een droge koekenpan te schroeien; kijk maar wat je lekkerder lijkt – ik gebruik altijd de vlam
  • Doe de geschroeide uiringen met vier fijngehakte tenen knoflook in een koekenpan met royaal olijfolie, roomboter of – nog beter – geurloze kokosolie en bak ze bruin (dus niet een beetje glazig aanfruiten, maar lekker vet bakken)
  • Als het goed is doorgebakken, doe je er drie kleine blikjes tomatenpuree bij en bakt dat even stevig mee: hierdoor ontzuur je de tomatenpuree; niet langer dan ongeveer een halve minuut, anders wordt het bitter
  • Laat het bakmengsel zonder vuur staan
  • Intussen vul je een grote pan met koud water en doet daar de overige gesneden groenten in; breng dit aan de kook
  • Als het goed kookt, doe je de gebakken ui-/knoflookmassa bij de kokende soep (het eenvoudigst is het om eerst wat van de soep bij de bakmassa te gieten om die te verdunnen) en kookt alles gaar
Een echte wat-jij-wilt-soep
Hierna is het weer een kwestie van wat je wilt. Juliëtte en ik houden van soep waarin een lepel rechtop blijft staan als je ‘m loslaat, maar wellicht houd jij meer van wat dunner, lichter. Dat is een kwestie van aanvullen en inhouden.
Je kunt de soep eventueel nog wat binden met een maizenapapje of een aardappelzetmeeloplossing, en je kunt de laatste 10 minuten wat (volkoren)pasta meekoken…
Op smaak afmaken met wat je lekker vindt, bijvoorbeeld zout, peper, sambal, ketjap, tabasco, snufje sherry, mespuntje port, druppeltje kerrie …
En dan is het genieten van de subtiele vleug schroei- en baksmaak

 

Schroeibakbewustzijn

De bereiding van deze soep doet me denken aan hoe we ons bewustzijn ontwikkelen. Met een lekker wierookje, een kaarsje, mooie muziek en warme voeten is het heerlijk mijmeren en mediteren en ontwikkel je bepaalde vlakken in je bewuste en onderbewuste geest.

Sommige stukken echter, zijn erbij gebaat eens flink geschroeid te worden: alleen dan geven ze het aroma van wijsheid vrij; het aroma dat de hele soep die leven heet verder kruidt en op smaak brengt.

Denk er maar eens over na. Of niet natuurlijk: mag iedereen zelf weten. In elk geval hoop ik dat de soep je smaakt en dat je geniet van dat vleugje extra schroeibak.

 


  • 0

De analogie van kwalen

 

Onderstaand artikel heeft niets van doen met geneeskunst (regulier of alternatief) en is geen vervanging voor welke vorm van medische zorg dan ook. Bovendien gaat het om relatief onschuldige kwalen; niet over ziekten. Ken het onderscheid en verlaat je niet op deze methode indien je ziek bent of anderszins medische zorg nodig hebt. Raadpleeg bij twijfel een medicus.

Communicatie met jezelf gebeurt door gedachten, maar vooral ook door gevoelens. Soms zijn die gevoelens heel subtiel, soms ook wat duidelijker. Een van de manieren om met jezelf te communiceren is via je lichaam. Het lichaam bezit een geheel eigen wijsheid en kennis en zal je altijd van signalen voorzien die je kunnen vertellen hoe het is gesteld met je gezondheid, maar ook met je innerlijke toestand. Griep is een goed voorbeeld; met griep ben je gedwongen het lichaam rust te geven.

Koorts verbrandt ziektekiemen (even heel simpel gesteld) en is daardoor een goede genezer, mits het binnen bepaalde grenzen blijft. Verkoudheid zorgt dat je reinigt: de hoeveelheden slijm die je loslaat zorgen voor een schoonmaak. Allemaal prachtige mechanismen die ervoor zorgen dat je lichaam uiteindelijk goed blijft functioneren.

Lijstjes met kwalen
Zonder nu te vervallen in het blinde gebruik van lijstjes met kwalen en hun ‘oorzaken’, is het interessant om te zien wat ons lichaam ons vertelt met vermoeidheid en kwalen, en op die manier ook handvatten te krijgen om daar desgewenst anders mee om te gaan.

Wanneer je een bepaalde kwaal telkens weer krijgt, betekent dat vaak iets anders dan wanneer het incidenteel is. Bijvoorbeeld: wanneer je eens per twee jaar verkouden bent, duidt dat gewoon op reiniging van je slijmvliezen en luchtwegen: een normaal proces. Maar wanneer je om de twee weken verkouden bent, kan dat duiden op een heel ander signaal of boodschap van je lichaam. Vooral wanneer die verkoudheid juist tijdens of vlak voor bepaalde gebeurtenissen optreedt. Dan kan het interessant zijn om eens te onderzoeken wat je lichaam je wil vertellen.

Grenzen stellen
Stel dat je het moeilijk vindt om je grenzen te stellen en je verplicht voelt om aan de eisen en/of verzoeken van andere mensen te voldoen. Dat je iedereen die jou iets vraagt, graag wilt tegemoetkomen en je regelmatig verzucht dat je toch echt eens paal en perk zou moeten stellen aan al die hulpverlening en aandacht voor anderen, en eens aan jezelf zou moeten toekomen. Op zich is het natuurlijk goed als je dat signaal in jezelf herkent, maar als je er niets mee doet en je blijft maar klaarstaan voor anderen terwijl je jezelf opoffert, dan bestaat de kans dat je lichaam ingrijpt, bijvoorbeeld door een griep of blessure.

Ik wilde een vriend helpen verhuizen in een tijd waarin het helemaal niet zo lekker met me ging en ik beter zou kunnen uitrusten. Na een paar dozen te hebben gesjouwd verdraaide ik een spier in mijn rug en kon naar huis gaan: mijn lichaam greep in.

Een kennis van me gaat altijd door zijn rug wanneer zijn werk hem boven het hoofd groeit, en hij het gevoel heeft dat er niet naar hem geluisterd wordt. Een andere kennis wordt altijd misselijk en krijgt maagpijn als ze naar een functioneringsgesprek toe moet.

Signaal van het lichaam of handige smoes?
Je merkt natuurlijk dat de grens tussen bescherming door je lichaam en hulp van je lichaam om ergens onderuit te komen heel dun is. Wanneer je er echter van bent overtuigd dat het heel gevaarlijk is om je kwetsbaar op te stellen, dan zal je lichaam die overtuiging moeiteloos van je onderbewuste overnemen en zorgen dat je bijvoorbeeld begint te niezen of hoesten tijdens een gesprek waarbij je kwetsbaar dreigt te raken. Ook het plotseling weg moeten (naar het toilet of anderszins) kan ‘redding’ van een precair moment betekenen.

Wanneer het je opvalt dat je bepaalde kwaaltjes opvallend vaak hebt, kan het helpen om daar eens naar te kijken. Geen garanties, maar soms komen er prachtige inzichten uit tevoorschijn. Daarna kun je altijd nog beslissen of je er iets mee wilt doen en zo ja: wat.

Gebruik onderstaande vragen om bij jezelf te ontdekken welke signalen je nog zou kunnen oppakken om meer over jezelf en je interne communicatie te leren.

Vragen die je kunt stellen

  • Waar erger je je aan?
  • wat zou je nog graag eens kunnen?
  • wat zou je nog graag eens durven?
  • wat zou je nog graag eens meemaken?
  • voor welke lichamelijke kwalen ben je gevoelig?
  • wanneer treden/traden die op?
  • wat gebeurde er nog meer ROND die periode?
  • Ken je meer mensen die dat hebben?
  • wat zijn de overeenkomsten tussen jou en die mensen?
  • wat kon je niet door je kwaal / waar werd je in belemmerd?
  • als je die kwaal niet had (gehad), wat zou er dan anders zijn geweest?
Soms kan het nadenken over en beantwoorden van deze vragen een opening geven, een inzicht waarin je jezelf wellicht blokkeert of anderszins benadeelt. Dan kan een beslissing op dat gebied helpen verlichting van je kwalen te krijgen.

 

Lijstjes en boeken
Er bestaat veel informatie over de koppeling tussen kwalen/ziekten en overtuigingen, en het kan handig zijn om een onderscheid te maken tussen grondig onderzocht materiaal en het zogeheten ‘wensdenken’. Met wensdenken bedoel ik de neiging van sommigen om een lijst met kwalen samen te stellen, daarachter een oorzaak en keuze te zetten waarna je genezen dient te zijn. Dat gaat bijvoorbeeld als volgt:

  • Kwaal: Verkoudheid
  • Oorzaak: irritatie
  • Genezing: Lucht je hart, zeg waar het op staat en neem gewoon je ruimte in

Simpel toch? Inderdaad simpel. En als het zo makkelijk was, zou nooit meer iemand een kwaal hebben. Bij ‘genezing’ staat ook het woordje ‘gewoon’.  Zoals in: “Je moet het gewoon loslaten” of “je moet gewoon wat minder eten en meer bewegen, dan val je vanzelf af” of “Gewoon die sigaret uitdrukken en zeggen dat je een niet-roker bent”.
Het woordje ‘gewoon’ is vaak een teken dat de spreker geen idee heeft waar hij/zij het over heeft. Niet erg, maar op ons lichaam willen we natuurlijk graag wat zuiniger zijn. En op zich kan zoiets nog vermakelijk zijn, ware het niet dat er nogal gegeneraliseerd wordt: zo’n lijstje geldt dan voor iedereen. En hoe graag sommigen het ook zouden willen: we zijn niet gelijk. Anders zou één methode van genezing (of een dieet, vorm van beweging, psychologisch inzicht) voor ieder mens genoeg zijn om een lang, gezond en gelukkig leven te leiden. Dat het niet zo werkt, zien we dagelijks.

Wat echter altijd mogelijk is, is het stellen van vragen waardoor je meer (over jezelf of anderen) aan de weet komt, waarna je met die informatie verder kunt. Je kunt dan ook onmiddellijk de goede van de andere therapeuten onderscheiden door de benadering waarmee men werkt. Staat alles van tevoren vast, weet men al wat de behandeling gaat worden? Of wordt er eerst doorgevraagd, gekeken per persoon naar persoonlijkheid, omstandigheden et cetera? Maak je eigen keuze, zou ik zeggen. Ze zijn er wel, die therapeuten, maar je moet meestal erg goed zoeken.

Een andere manier
Een andere manier dan die voor iedereen geldt, maakt geen gebruik van lijstjes maar van vragen stellen om zodoende tot meer inzicht te komen. Een boek dat dit uitstekend beschrijft en dat mij nog regelmatig nieuwe inzichten geeft is “De zin van ziek-zijn” door Thorwald Dethlefsen en Rudiger Dahlke. Ik heb begrepen dat het voor veel mensen niet het meest prettige boek is om te lezen omdat het nogal de spijker op de kop slaat, maar dat pleit alleen maar voor de schrijvers, vind ik. Sowieso geeft het een andere dan gebruikelijke invalshoek.

Een leraar van me zei eens: ‘Bij een dichtzittende keel kan het kruid salie verlichting brengen, en een versterking van eigenwaarde de moed om de keel voorgoed te openen’. Ik vind dat een mooie benadering, zolang we blijven kijken of dat ook voor onszelf opgaat.

Aanbevolen literatuur:

De zin van ziekzijn
Dethlefsen & Dahlke
ISBN:
 9020249983

(De link verwijst naar het betreffende boek op Bol.com)

 

 


  • 2

Verantwoordelijkheid of slachtofferrol: welke kies jij?

Dit artikel is een uittreksel /combinatie van een paar teksten uit mijn boeken over communicatie ‘Het is voor je eigen bestwil’ en ‘Ergens mag ik je wel’

 

Een van de snelste manieren om uit de slachtofferrol te komen is het nemen van verantwoordelijkheid. Waarom is dat zo verrekte moeilijk, en wat houdt veel mensen tegen? Wat maakt de comfortzone van het “het ligt aan iedereen behalve aan mij” – denken zo comfortabel?

Verantwoordelijkheid nemen is onder meer actief zoeken naar je eigen aandeel / bijdrage in een situatie en bewust voor dat aandeel kiezen, of dit veranderen. Als je iets niet kunt veranderen, heb je de mogelijkheid om het te accepteren of er tegen te (blijven) strijden. Je kunt telkens zelf aan je gedrag meten of je je eigen verantwoordelijkheid neemt. (Vaak is het gemakkelijker bij anderen waar te nemen).

Hier volgt een aantal voorbeelden.

Strijd

Natuurlijk ben jij niet verantwoordelijk voor de oorlog die een ander voert, maar wel voor je reactie daarop. Hoe ga je hiermee om?

Blijf je roepen: “Wat zijn er toch slechte mensen, zo kan ik nooit …. (vul maar iets in) en zolang ze niet ophouden met die oorlog, blijft mijn situatie zo.” ?

Bovenstaande impliceert tevens afhankelijkheid van anderen of van situaties. Als een man wil dat zijn vrouw verandert omdat hij zich ongelukkig voelt, neemt hij niet zijn eigen verantwoordelijkheid en stelt zich afhankelijk op van haar gedrag.

Sociale omgang

In relaties ligt het nemen van de verantwoordelijkheid voor je eigen welzijn vaak wat dieper. Immers: er zijn er twee die verantwoordelijkheid hebben? Een geliefkoosd en algemeen geaccepteerd spelletje is dan ook het afschuiven van de verantwoordelijkheden op elkaar.

“Het komt doordat jij nooit zin hebt in seks. Daardoor heb ik ook geen zin meer in die feestjes van jou…”

“Goh, dat is nou grappig; ik heb juist geen zin in seks omdat jij mij altijd alleen naar feestjes laat gaan…”

“Dus als ik met jou meega naar feestjes, heb je weer zin in seks?”

“Ha, zo gemakkelijk gaat dat niet meneer. Dat had je uit jezelf moeten bedenken.”

“Misschien als je je eens als echte, seksueel actieve vrouw zou gedragen, dat ik weer lol kreeg in die rotfeestjes…”

of:

“Je kunt toch wel zien dat ik verdrietig ben en behoefte heb aan een arm om me heen?”

“Waarom zeg je dat dan niet?”

“Hoe lang zijn we nu verdikkeme al bij elkaar? Als je dat nu nog niet door hebt…”

“Schat, je hoeft het maar te zeggen, en ik ben er voor je.”

“Nee, zoiets moet uit jezelf komen”

“Maar als ik het nou niet zie?”

“Dan leer je dat eindelijk maar eens.”

Hier verwacht de ene partner troost van de ander en dat deze die troost wel uit zichzelf zal geven. De andere partner echter, heeft het niet in de gaten en vraagt om de wensen te uiten, dit aan te geven. Dat weigert de eerste partner weer, waardoor een slachtofferrol ontstaat en de verantwoordelijkheid volledig wordt afgeschoven op de ander.

 

Of wat te denken van:

Student: “Je ziet er slecht uit, Hans. Voel je je wel goed?”

Docent: “Ik ben wat vermoeid, dat is alles.”

Student: “Ja, ik vind het heel moeilijk om deze les op te pikken. Doordat je zo’n uitstraling hebt, maak ik me zorgen over jou en de les. Ik vraag me dan af: kun je alles wel goed overbrengen en missen we nu niet een essentieel onderdeel van de les?”

 

Een ander voorbeeld:

Docent: “Ik vind dat jullie er wat ongeïnteresseerd bij zitten vandaag; zo heb ik het gevoel dat ik de lesstof niet goed kan overbrengen”

 

Nog een voorbeeld:

Paul: “Ik vind het leuk om af te dingen, korting te krijgen. Vooral bij auto’s kan dat aardig wat geld besparen en ik vind het nog een leuke sport ook.”

Joop: “Ja, doordat jij en al die anderen zo afdingen op de prijs, worden de auto’s duurder. De dealers weten dat en ze gooien de prijs omhoog, waardoor ik veel meer moet betalen voor de auto omdat ik niet wil afdingen.”

Paul: “Als je wilt, kun je toch ook afdingen?”

Joop: “Maar dat wil ik niet.”

Paul: “Je kiest er dus voor om meer te betalen voor een auto dan nodig is?”

Joop: “Nee, er is voor mij gekozen door anderen, doordat iedereen afdingt, wordt mijn auto duurder”

Paul: “Als ik het goed begrijp, ben ik je eigenlijk geld schuldig…”

 

Dit was zomaar een aantal voorbeelden. Het nemen van de eigen verantwoordelijkheid is een kunst die je kunt oefenen. Het beste is om klein te beginnen, dicht bij huis en gestaag door te werken totdat je volledig je eigen verantwoordelijkheid neemt voor alles wat je gebeurt. Onderweg kom je waarschijnlijk een aantal obstakels tegen, en de manier waarop je daarmee omgaat, zegt veel over je ontwikkeling op dit gebied. Een aantal obstakels wordt hier beschreven.

 

Net doen alsof je verantwoordelijkheid neemt

Er zijn veel mogelijkheden om niet de verantwoordelijkheid te nemen maar wel te doen alsof. Dit gebeurt lang niet altijd bewust. Een van de manieren om te vluchten, is het gebruik van het woord ‘maar’.

“Ik ben bereid om de verantwoordelijkheid te nemen voor mezelf, maar dit is toch te gek!”

“Ik weet dat ik verantwoordelijk ben, maar jij zou ook wel eens…”

“Hoe kan ik nou mijn eigen verantwoordelijkheid nemen wanneer jij je zo gedraagt?”

 

Een andere vorm van schijnverantwoordelijkheid is het gebruik van ‘slimheden’.

“Ik neem mijn verantwoordelijkheid nu, door te zeggen dat het me niet aanstaat wat jij doet en dat je dat best zou kunnen veranderen.”

Of, nog een heel mooie:

“Ik neem toch de verantwoordelijkheid door jou de schuld te geven?”

Appeleren aan schuldgevoel / emotionele chantage

Een manier om de verantwoordelijkheid te ontlopen is bepaald gedrag vertonen waarvan je weet dat ‘de ander’ daar gevoelig voor is. Beroemd voorbeeld is het pruilmondje
(“Wat is er aan de hand; voel je je wel goed?” “Ach, laat mij maar, er is niets, wees jij nou maar gelukkig”)

Een analogie:

Bij het natuurlijk paardrijden (Natural Horsemanship: Pat Parelli, Monty Roberts, Klaus Hempflinger en anderen) wordt praktisch uitsluitend gebruik gemaakt van lichaamstaal omdat paarden en mensen deze taal kunnen (leren) verstaan en spreken.

Monty Roberts, een paardenfluisteraar, gebruikt een methode die hij de ‘join up’ noemt. Hierbij wordt het paard telkens van de plaats waar hij staat verdreven door de alfamerrie (de baas; in deze methode vervangen door een mens als alfamerrie). Als hij gevlucht is naar een nieuwe plek, wordt hij daar verdreven enzovoort. De alfamerrie (mens of paard) staat en loopt in deze fase continu met het front naar het andere paard gericht, zo rechtop mogelijk en vooral niet aarzelend. Dit is de lichaamstaal van de alfa. Na een tijdje gaat het andere paard zich onderwerpen aan de alfa door zijn hoofd naar beneden te brengen en kauwbewegingen te maken (‘ik ben maar klein en slechts een graseter’). Dit is voor de alfa het teken dat het paard zich heeft onderworpen. Na een tijdje zal zij (de alfa) haar gevoelige kant naar het paard draaien (de flank) en dit is voor het onderworpen paard het teken dat het dichterbij kan komen en vriendjes mag worden.

Dit stukje lichaamstaal is volledig gebaseerd op instinct en overleving. Het paard (van nature een vluchtdier) maakt ruimte voor de alfamerrie (ook een vluchtdier uiteraard, maar met leiderskwaliteiten. Het vluchten gebeurt uit angst (alfa staat frontaal naar het paard gericht) voor confrontatie. De toenadering gebeurt uit de behoefte om een leider te hebben die tevens toegankelijk is (alfa staat met flank naar het paard) omdat dit bescherming en leiding biedt.

 

Bovenstaande is manipulatie door lichaamssignalen om te overleven. Wij mensen verstaan deze kunst tot in de finesses! Een lichte frons kan een andere wending aan een gesprek geven. Als je door een donker steegje loopt met je hoofd fier rechtop, een duidelijke richting volgt en je stap is vastberaden dan zul je minder snel beroofd worden dan wanneer je schichtig om je heen kijkt, aarzelend je richting kiest en wat onvast dribbelt.

Een getrainde, ervaren docent ziet aan de cursisten of het onderwerp hen boeit of niet en past het lestempo aan. Een kind ziet meestal wel aan het gezicht van een ouder of het wel het juiste moment is om zakgeld te vragen.

Naar de strot vliegen

Glimlach vriendelijk tegen een moeder en haar baby en de moeder zal waarschijnlijk trots zijn en teruglachen. Glimlach tegen een moederwolf en haar welpen en ze zal je waarschijnlijk naar de strot vliegen omdat je je tanden liet zien, te dichtbij komt, en zij haar welpen beschermt. Zo leeft iedere soort met eigen codes en signalen.

Samengevat kun je zeggen dat het nemen van de eigen verantwoordelijkheid tot resultaten leidt (uiteindelijk) en dat in de slachtofferrol blijven zitten niet tot oplossingen leidt. Daarna kun je je afvragen wat de winst is voor sommigen om koste wat kost in die rol te blijven hangen. Hang naar medelijden? Troost? Genieten van andermans schuldgevoel? Zich iets minder machteloos voelen wanneer de ander zich ook niet meer fijn voelt in het contact?

Een eenvoudig hulpmiddel om manipulatie te doorbreken

Er zijn honderden redenen te bedenken, maar er is een heel eenvoudig middeltje in communicatie dat praktisch altijd werkt: het stellen van twee vragen –

  1. waarom vertel je me dit?
  2. wat wil je dat ik (voor je) doe?

Als je daar geen duidelijk antwoord op krijgt, weet je dat de ander met een machtsspelletje bezig is. Indien er werkelijk een hulpvraag is, zal de ander je dat graag duidelijk maken.

 


  • 1

Tijdlijnvervuiling

Wat doe je als je fysiek of verbaal aangevallen wordt? Is de eerste klap een daalder waard, moet je altijd je andere wang toe keren of is het slim om te vluchten? Iedereen heeft er zijn eigen antwoord op en ik denk dat er ook niet slechts één antwoord juist is: het ligt aan je karakter en je eerdere ervaringen hoe je reageert op bepaalde situaties. Zelf ben ik van een behoorlijke driftkop veranderd in een driftkop die heeft geleerd tot tien te tellen. Dat heeft me de afgelopen jaren heel wat moeilijkheden bespaard die ik vroeger wel veroorzaakte in mijn onnadenkendheid. Zowel karate als aikido hebben me geleerd om op een andere manier met de energieën om te gaan. Ik verdedig indien nodig mijn gezin, mezelf, mijn spullen en de weerlozen (dieren, kinderen, de eenling die door de groep wordt geknecht) en verder haal ik zoveel mogelijk mijn schouders op.

Een nieuw soort vuiligheid

De laatste jaren echter, is er een nieuw soort vuiligheid ontstaan. Of beter gezegd: een nieuwe manier om dezelfde vuiligheid te uiten. Die nieuwe manier heet social media. Tegenwoordig hoef je geen psychologie, sociologie of gelijk welke ologie dan ook te bestuderen om het gedrag van mensen te leren duiden: een abonnement op Twitter of Facebook is voldoende. Je kunt achterover gaan zitten en in gepaste verbijstering kijken wat er tussen al het moois zoal aan afval komt bovendrijven. Het verveelt nooit, is mijn mening: elke dag weer nieuwe verrassingen. Minstens even leerzaam vind ik het om te zien hoe mensen op die vuiligheid reageren. Waar de een keihard met nog meer vuiligheid terugsmijt, houdt een ander wijselijk zijn mond of blijft rustig in zijn/haar eigen energie keurig antwoorden.

De klaagzang der onzekeren

Ik behoorde meestal tot de laatste partij: laat maar roeptoeteren – het is allemaal niet zo dringend of belangrijk. Wanneer mensen op Twitter of Facebook het niet met me eens waren en dat op een onderuithalende manier op de tijdlijn blaften, was ik altijd wel geneigd om zo iemand het voordeel van de twijfel te geven: iemand kan een klotedag hebben gehad, onzeker over zichzelf zijn of wat voor reden dan ook hebben om een ander naar beneden proberen te halen. Ik antwoordde netjes, liet de neerbuigendheid, arrogantie of andere uitingen van onzekerheid langs me heen glijden en bleef beleefd.

Een veilige, gastvrije tijdlijn voor mijn vrienden

Kort geleden echter, besefte ik dat ik weliswaar geen last heb van andermans trammelant, maar dat het wel in mijn tijdlijn staat en daar ook blijft staan. Dat voelt niet goed. Ik heb er geen zin meer in. En daarom heb ik besloten om vanaf nu niet meer te tolereren dat mijn tijdlijn wordt vervuild met allerlei troep van anderen. Wie loopt te blaffen of dreigen zet ik eruit – uit de tijdlijn, de vrienden- of volgerskring en uit mijn leven. En die komt er ook niet meer in. Er zijn meer gasten/vrienden/vriendinnen in mijn tijdlijn en die wil ik een veilig en hartelijk welkom bieden. Ik heb het uiteraard niet over discussie, het niet met elkaar eens zijn of over een pesterijtje uit de gein: ik heb het over het ongebreideld uitbraken van misplaatste bagger door de onmachtigen onder ons.

Dat doe je maar elders: het is hier een gezellige tent met leuke gasten.

Waar kun je zoal aan denken?

Met bagger bedoel ik onder meer:

  • bedreigingen
  • het naar beneden halen van mijn Social mediavrienden
  • ongevraagde toevoegingen aan groepslijsten op Facebook
  • uitnodigingen voor evenementen waar geen optie tot weigeren bij vermeld staat
  • spammen

Ik denk ik zeg het even.

 

 

 


  • 3

Let’s face(book) it

Nu ik op ongeveer een derde van mijn leven ben (ik ben 51 jaar), kan ik al een beetje terugblikken op dat eerste deel van mijn reis. Een reis die, in overeenstemming met mijn leergang, over hobbels en door dalen gaat; die voert langs redeloos geluk, via diepe melancholie en hartverscheurend verdriet naar weer nieuwe vreugde. Zo steek ik in elkaar: geen half werk – als ik jank dan is het voluit en met emmers traanvocht – een enkel traantje wegpinken lukt me gewoon niet – en als ik lach dan bulder ik vanuit mijn tenen.

Met andere woorden: nogal een zwart-wit tiepje – ik. En ja: ik ben aan het oefenen om wat meer grijstinten te leren ervaren.

Op die levensreis zoek ik ook voortdurend naar inzichten en leermogelijkheden: ik word graag geprikkeld in mijn leergierigheid en in mijn onstilbare honger naar inzicht. Kennis zegt me niet zoveel en wordt nog te vaak verward met intelligentie. Inzichten daarentegen: ik lust er wel pap van.

Die zoektocht heeft me langs de meest uiteenlopende plaatsen, mensen, dieren en situaties gevoerd. De een nog leerzamer dan de ander. Ontelbare workshops, lezingen, trainingen, cursussen en gesprekken hebben zeeën van tijd en energie gevraagd en soms ook gegeven.

En van de week kwam ik tot het besef dat ik voor een paar tientjes per maand (internetabonnement) de afgelopen twee jaar net zoveel inzichten heb gekregen als in de tien jaar (en vele duizenden uren en euro’s) daarvoor. Ik heb het dan over sociale media: in mijn geval Twitter en Facebook. Daar speelt het leven zich in het klein af en daar gebeurt veel wat als spiegel kan dienen voor wat er zich in mij afspeelt. Immers: elke vorm van vreugde, ergernis, opwinding, ontspanning, vertedering enzovoort, naar aanleiding van een bericht op Twitter of Facebook, zegt iets over mijzelf, mijn staat van zijn.

Mijn ergernis over een bericht van iemand laat wellicht zien wat ik mezelf nooit zou durven toestaan in een bericht, of legt misschien de zwakke plekken in mijn eigen mening bloot. Elke hartverwarmende, ontroerende of vertederde reactie van mij op een bericht, laat me mijn verbinding met de wereld om mij heen voelen… kortom: het ene inzicht na het andere.

En vaak is het gewoon simpelweg genieten van alles wat er voorbij komt: lachende, schreeuwende, huilende, klagende, flirtende, aandachttrekkende, betwetende bevestiging zoekende, lieve, brutale, grappige, onzekere, gekke, moedige, laffe, stoere, rustige, drukke, fijne en andere mensen … het lijkt het schoolplein wel.

Er kan dan veel worden gemopperd op het verschijnsel social media: ik ben er blij mee. Uit de grond van mijn hart wil ik iedereen bedanken voor alle bijdragen aan mijn facebook-ervaring: leerzaam en meestal leuk.

Eén dag op Facebook leert me meer over mezelf dan vijf workshops elders.

En het allerfijnste vind ik wel dat die domme Ster-reclame er niet steeds tussendoor tettert.

 


  • 1

Op verhaal komen – Wibe Veenbaas

Een schrijver die in zijn boek (de eerste drie regels van) een gedicht van Neeltje Maria Min aanhaalt kan bij mij niet meer stuk, helemaal als diezelfde schrijver dan ook nog eens haarfijn uiteen weet te zetten wat verhalen kunnen doen met mensen, hoe je ze bedenkt en wanneer. Wibe Veenbaas doet en kan dat in zijn boek Op verhaal komen. Met aanstekelijke verteltrant beschrijft Veenbaas de mogelijkheden van metaforen, verhalen en andere schrijvelarij als middel om een groter deel van de geest te bereiken. En dat lukt, gezien de voorbeelden die hij geeft. Wat hij vooral laat zien is dat verhalen vaak moeiteloos om blokkades heen kunnen dansen en datgene aanraken wat blind en doof voor feiten, logica en andere rationele zaken is.

Een link met NLP
In het boek wordt een link gelegd met NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren – een communicatiemodel), wat goed aansluit bij deze vorm van communicatie. NLP is er immers mede op gericht te leren wat de ander leert en van daaruit wegen zoeken, ontwerpen en aanleggen om gewenste resultaten te krijgen. In NLP is zintuiglijkheid belangrijk – net als in goede verhalen. Hoe meer zintuiglijk de lezer of luisteraar geprikkeld wordt, des te beter beklijft het verhaal en – belangrijk – des te beter doet het zijn ‘werk’.

Anderen bereiken met een verhaal
Een verhaal, anekdote, citaat of welke vertelvorm dan ook kan een middel zijn om anderen te bereiken. Slimme leraren, ouders en therapeuten gebruiken verhalen om de leerling, het kind of de cliënt te helpen delen in zichzelf te ontdekken en ontwikkelen. Veenbaas legt op heldere wijze uit hoe dit proces werkt en brengt wat hij schrijft ook onmiddellijk in de praktijk: het boek leest als een verhaal – spannend, ontroerend, dan weer humoristisch.

Als je schrijft, wanneer je therapeut, leraar of ouder bent of anderszins belangstelling voor verhalen vertellen hebt, kan ik je dit boek van harte aanbevelen.

Het gedicht dat ik noemde luidt overigens als volgt.

Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Ben ik eenzamer dan de eenzaamste stem,

noem mij, bevestig mij bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

– Neeltje Maria Min

Wibe Veenbaas – Op verhaal komen
156 pagina’s
Uitgeverij Coutinho
ISBN 9055460168


  • 6

Ik barst van de oordelen

Bekend uit de bijbel en door veel goeroes geroepen: je mag niet oordelen. Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: ik vind dat enorm moeilijk. Niet oordelen is voor mij net zoiets als me voornemen om de komende 10 seconden NIET aan Erica Terpstra te denken. Dat lukt gewoon niet. Niet alleen vind ik Erica een enorm leuke vrouw: het voornemen om niet aan haar te denken richt onmiddellijk en onontkoombaar mijn aandacht op haar.

Compensatiehaar
Met oordelen gaat het net zo: ik neem me vaak voor om niet te oordelen over anderen, maar ik kan het niet laten. Op het moment dat jij binnenkomt (in mijn blikveld, mijn huis, op mijn Facebooktijdlijn, of waar dan ook), tuimelen de oordelen met duizelingwekkende snelheid mijn geest binnen. Wat ik waarneem plaats ik in hokjes.

  • Hij staat met de voeten ver uiteen, verspert anderen de weg, gebruikt veel ruimte en maakt veel en hard geluid; zou hij een minderwaardigheidsgevoel hebben?
  • Ze ruikt naar Nina Ricci: zou haar smaak van muziek en literatuur net zo zijn?
  • Wat een vreemd loopje
  • O jee, iemand met een compensatiekapsel… scheer het dan gewoon af, man

Et cetera. (een compensatiekapsel is overigens wat sommige mannen dragen die het vervelend vinden dat ze kaal worden. Ze laten dan het haar aan de zijkanten van het hoofd lang groeien en klappen dat over het kale gedeelte).

Onvoorwaardelijk
Terug naar het wel of niet mogen oordelen. Jarenlang heb ik geprobeerd om mijn oordelen te veroordelen en ze hopelijk uiteindelijk achterwege te laten. Het is mij nog nooit gelukt. Ik was dan ook altijd heel wantrouwend als mensen zeiden: “Ik heb geen oordelen.” Ik geloofde dat niet; volgens mij kon niemand zonder. Het was net zoiets als mensen die zeiden: “Ik heb onvoorwaardelijke liefde”. Die geloofde ik ook niet: vooral niet als ze er achteraan zeiden: “Maar dan moet het wel van twee kanten komen.”

Al die moetens en latens
Uiteindelijk heb ik het maar opgegeven: het lukt me niet om niet te oordelen. Wat ik wel heb ontdekt – en daar ben ik enorm blij mee – is dat ik niets met die oordelen hoef. Ik sta mezelf toe te oordelen. Nu ik mijn oordelen niet meer veroordeel, is het veel rustiger in mijn hoofd en warmer in mijn hart geworden. En dat voelt goed.  Ze zitten me niet meer in de weg, die oordelen. Ik kan nu iemand leuk of niet leuk vinden, vreemd of vertrouwd, aardig of niet aardig… het verschil met eerder is dat ik er geen last van heb (de ander ook niet natuurlijk) en dat  de communicatie prima blijft stromen.

Nu wil ik nog aan de gang met de rest van die enorme rij van moeten doen en laten, de “je moet altijd” en “zorg dat je nooit” … et cetera.

Ik houd jullie op de hoogte.