10 minuten meditatie

Als je het leuk vindt om 10 minuten te mediteren, of gewoon lekker te mijmeren met een drankje en wat voor je uit te staren, kan het prettig zijn om daar wat muziek bij te hebben. Onderstaand muziekje heb ik gemaakt om beide hersenhelften in balans te brengen, zodat het lekker tranceverwerkkend en rustgevend is. De werking zit in de combinatie van ruis, toonhoogtes en ritme. Je kunt het hier beluisteren en voor eigen gebruik downloaden.

Ik zou het leuk vinden als je laat horen of het bij jou ook werkt.

Veel plezier!

 

Link om te downloaden: Downloaden

Windgemiddelde

Als kleine jongen – ik zal een jaar of dertig geweest zijn – las ik in een pseudowetenschappelijk artikel dat een mens gemiddeld vijftien windjes per dag laat. Op zich niet zo’n wereldschokkende mededeling: ik werd niet van de sokken geblazen om het zo maar eens te zeggen, maar het zette me aan het denken.

Ik vroeg me af hoe en waar en wanneer die gemiddelde mens dat dan deed, die vijftien windjes laten. En hoe is dat onderzoek verlopen, waarin zulks werd aangetoond? Hebben de onderzoekers tweehonderd proefpersonen langdurig opgesloten in een kamer, voorzien van een microfoon in de broek en genoeg te eten en te drinken? Werd er wellicht gebruik gemaakt van richtmicrofoons, snuffelpalen of ander technisch vernuft ter opsporing van de ruft?

Ik kwam er niet achter en navraag bij familie en bekenden wees uit dat zij allemaal niet tot de doelgroep behoorden: niemand liet ooit windjes.

Ik besloot om me er verder niet meer mee bezig te houden en leefde mijn leven gewoon verder. Toch bleef het zingen in mijn achterhoofd en zo nu en dan dacht ik er weer eens aan: vijftien windjes per dag. Ik bedacht dat de nacht dan niet was meegerekend en er dus zo’n zestien uur overbleven om het kostbare strooigoed te verspreiden. Trek er een uurtje vanaf voor lunch, diner en andere bezigheden waarbij het als maatschappelijk en sociaal gewenst wordt geacht de kringspier te bedwingen, en je houdt één windje per uur over.

Soms betrapte ik me erop dat ik langdurig naar mensen zat te staren, in de hoop zo’n flatulente verlossing te bespeuren. Ik lette dan speciaal op de gelaatsuitdrukking en ander non-verbaal werk. Hoe ik het wist, wist ik niet, maar er hoort een heel scala aan lichaamstaal bij zo’n windje, waarvan de meest duidelijk waarneembare zijn dat de wenkbrauwen een weinig worden geheven, men onopvallend om zich heen kijkt en dat er vaak één schouder naar beneden gaat. Dat van die schouder begreep ik aanvankelijk niet, maar later besefte ik dat het was om de opgeheven bil aan die kant te compenseren.

Maar goed: hoe ik ook oplette, geen windje te bekennen. Jaren gingen voorbij waarbij ik steeds minder bezig was met de vraag hoe men in vredesnaam aan zo’n gemiddelde was gekomen.

Tot het probleem zich geheel onverwacht oploste op een moment dat ik er totaal niet mee bezig was. Dat ging als volgt.

In ons dorp staat een winkel, die oorspronkelijk was bedoeld als drogisterij. In de loop der jaren echter heeft de eigenares – Dirkje Schrappenmat – de winkel voorzien van allerlei koopgoed waar de klanten eventueel om zouden kunnen vragen. Met als gevolg dat er nu in het inmiddels toch al veel te krappe winkeltje een uitdragerij te vinden is die zijn weerga niet kent. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er te koop: van elektrische straalkacheltjes tot beddengoed, van snoep en ook hartelijke snacks tot personenweegschalen, en ga zo maar door. En uiteraard de drogisteratieve artikelen voor welke de winkel oorspronkelijk was bedoeld, zoals middeltjes tegen van alles en nog wat, nagelknippers, kunstwimpers, bruispoeders en alles, en nog veel meer.  Je kunt er bijna geen stap verzetten vanwege de aan beide kanten van wat vroeger het gangpad was opgetaste artikelen en men dient zich dan ook zijdelings schuifelend door de rijkdom der goederen te bewegen teneinde na lang zwerven en met veel te veel onnodige koopwaar de kassa te bereiken, alwaar een immer glunderende Dirkje haar rouwgerande nagels in een glazen pot stopt, een dropje uit de nooit slinkende voorraad  vist en met bulderende stem roept: “Lus je zeker wel ’n dropke, niet?!” Geen mens die ooit weigert (u zou Dirkje een keer moeten zien en onmiddellijk weten waarom) en menigeen heeft met lichtgroen gelaat hevig slikkend de winkel verlaten. Toch bleven de mensen komen, al was het maar vanwege de bereikbaarheid en de schier onuitputtelijke voorraad artikelen waar een andere winkelier niet opgekomen was.

Regelmatig donderde zo’n manshoge wand van spullen omver wanneer iemand weer eens onvoorzichtig met een slip van zijn jas tegen een doos met friteuse en extra mandje aantikte, waardoor met wild geraas het gangpad voldenderde met artikelen waarvan men het bestaan niet eens vermoedde.
“Laat maar ligg’n!” brulde Dirkje dan. “Pak ik straks wel op. Je weet toch niet waar het ligg’n moet en ik wel!”

Enfin, het beeld zal u met dit intermezzo ongetwijfeld helder zijn nu, voor wat betreft winkel en eigenares.

Onlangs had ik een zeurende en niet wijkende hoofdpijn. Ik stelde het zo lang mogelijk uit maar wist dat het moment zou komen waarop ik dan toch naar Dirkje moest, voor een doosje aspirine.  Enigszins onvast begaf ik me op weg en stapte Dirkjes uitdragerij binnen. De hitte sloeg me om het hart, bij zoveel verwarming en het was helaas nog druk ook. De aspirine werd aan de kassa verkocht vanwege geneesmiddel zonder recept, maar om daar te komen moest ik de Ikeagewijze route door het gangpad volgen. Gelukkig tikte ik niets aan en bereikte heelhuids het heiligdom van Dirkje. Vóór mij stonden drie mensen: een jonge knul die batterijen voor het een of ander behoefde, een man die om neusspray vroeg en een oude vrouw met dikke, afgezakte kousen, versleten schoenen en een jas van een onbestemd materiaal waaraan van alles kleefde wat een mens zo onderweg naar de drogisterij kon tegenkomen. Ze deed enigszins morsig aan, zou men kunnen zeggen.

Dirkjes hand met rouwnagels en een plukje van een mij onbekende substantie aan haar duim klevend, schoot bij iedere klant in de pot en drong een dropje op, onder het eeuwige: “Lus je wel ’n dropke zeker, niet?!”
De vrouw voor me vroeg om een gorgeldrankje om slijm los te maken en aan de manier waarop zij sprak was dat geen moment te vroeg. Dirkje leverde, rekende af, greep in de pot en drukte de vrouw het drankje en dropje in de uitgestoken hand, gevolgd door de uitgebrulde vraag of ze wel een dropke zeker niet, lustte. De vrouw pakte beide aan, stopte het dropje in haar mond en begon in de richting van de uitgang te sloffen.

En net toen Dirkje mij vorsend aankeek, als wilde ze op paranormale wijze ontdekken welk artikel ik van node zou zijn, bleef de vrouw halverwege kassa en uitgang stilstaan, deed haar hoofd omlaag, mompelde wat en verstrakte, wat zelfs met jas en aanklevend ongerief zichtbaar was.
“Nou zal je ’t hebb’n,” brulde Dirkje tegen mij. “Vast een broerte, of hartintakt; en altied weer bie mie in de winkel!”
Ze had het echter mis, ons Dirkje. Na haar verstijving ontspande de vrouw een lichtelijk, hief haar hoofd op en produceerde een geluid dat zacht pruttelend begon, allengs aanzwol tot een scherp geknetter en eindigde in een vettig geblubber dat ruim dertig seconden aanhield. “Hè hè,” zei ze, slofte naar de uitgang en verliet de winkel, Dirkje en mij verbijsterd achterlatend.  En terwijl de immens volgepakte ruimte zich vulde met een geur van zure zult, spekzwoerd en zwavel, keek Dirkje me glunderend aan. “Vast boon’n gegeet’n,” brulde ze. “Wat mag ’t weez’n?” Ik vroeg en kreeg de aspirine, rekende af, nam het vast wel ’n dropke zeker niet? in ontvangst en verliet eveneens de winkel, waarna ik de verlossende buitenlucht met liters tegelijk naar binnen liet stromen.

Het was een zware middag, en niet alleen vanwege dat hoofdpijntje, maar het probleem dat mij jarenlang had bezig gehouden was opgelost. Gemiddelden worden bepaald door mensen als de klant die voor mij stond in Drogisterij Dirkje.

De lege ruimte om ons heen

book32 Heel wat jaren geleden (opa vertelt…) las ik het boek van Betty Edwards: Drawing on the right side of the brain. Ik deed de oefeningen en wat Betty voorspelde in haar boek gebeurde ook precies: ik tekende de plaatjes die ik mijn hoofd had. Die plaatjes vertegenwoordigden het idee dat ik had over de vormen. Een boom die ik tekende zag er enigszins herkenbaar als boom uit, en veroorzaakte tevens een hartelijke bulderlach: het leek voor geen meter. Lees verder

Paskamervocht

glaces

Uit de serie Roedezwikkersplein; Damesmode Zuid

In het deel van Zuid waar het Roedezwikkersplein lag, vond men uiteraard nog wel andere  modezaken en veel daarvan waren toegerust met diverse soorten mode, hetzij de laatste, een tikkeltje gedateerde, hetzij ronduit uit de. De economische malaise die veel middenstanders trof, bleef onder meer twee zaken gespaard, namelijk Cafetaria Zuid (een of andere vreemde, bijna bovennatuurlijke kracht bepaalde dat er meer snacks werden genuttigd naarmate er minder geld in omloop was) en Damesmode Zuid. Lees verder

Verdronken in licht

silver-water-reflections

… en droomde dat ik aan de oever van een zacht stromende rivier stond.
Het water was van kristal, zo helder, en zilverzacht.
“Kom in mij,” smeekte ze.
Ik stapte in het zachte, warme zilver.
En werd moeiteloos omsloten.
Ik zonk en zonk zonder angst, zonder grip.
“Adem mij,” fluisterde ze.
Ik ademde haar.
En verdronk.
In licht.